'NAVO geniet discreet van succes in Libië'

Er is een Libië-verhaal van vóór de val van Tripoli en eentje van na de val van Tripoli. Dat stelt Paul Brill.

Beeld afp

Het is dinsdag 2 uur. In de perszaal van het NAVO-hoofdkwartier in Brussel begint woordvoerster Oana Lungescu aan haar wekelijkse briefing. Er is een directe videoverbinding met het Allied Joint Force Command in Napels, dat fungeert als tactisch commandocentrum voor de Operation Unified Protector (OUP) in Libië. Daar staat kolonel Roland Lavoie gereed om de media bij te praten over de laatste militaire ontwikkelingen bij Sirte en Bani Walid, de twee plaatsen die nog min of meer onder controle van pro-Kadhafi-strijders staan.

De gecombineerde persconferentie verloopt soepel. De verbinding vertoont geen haperingen. Vragen en antwoorden kaatsen moeiteloos van Brussel naar Napels en omgekeerd. Lungescu en Lavoie zijn allebei vloeiend in Engels én Frans en weten precies wat ze wel en niet willen zeggen. Dit is het gezicht dat de NAVO graag aan de buitenwereld toont: professioneel en pluriform. Lungescu is vrouw en Lavoie is man. Zij is Roemeense en hij Canadees. Zij is burger en neemt de algemene beleidsvragen voor haar rekening, hij is militair en informeert over de operationele stand van zaken. Thank you Naples, merci Bruxelles et au revoir.

Hernieuwde trots
Met een groepje Europese journalisten ben ik een dag op bezoek bij het Joint Force Command (JFC), en behalve de gebruikelijke militaire zakelijkheid springt daar nog iets in het oog: een hernieuwde trots op de eigen organisatie. Niemand zal het met zo veel woorden zeggen, maar het is zo duidelijk als wat: na alle twijfels over de vraag of de missie in Afghanistan nog wel tot een redelijk einde kan worden gebracht, wordt het bemoedigende nieuws uit Libië verwelkomd zoals een regenbui door Afrikaanse dorpelingen na langdurige droogte.

Je kunt het herwonnen zelfvertrouwen goed merken in een gesprek met vice-admiraal Russ Harding. Deze gepolijste Britse militair is de plaatsvervangend bevelhebber van alle operaties in (of beter: boven) Libië. Dat wil concreet zeggen: de Canadese generaal Charles Bouchard, de hoogste OUP-commandant, en hij zijn degenen die elke dag opnieuw beslissen of bepaalde Libische doelen wel of niet zullen worden gebombardeerd door NAVO-vliegtuigen.

Staat vast dat een beoogd doel een belangrijk militair object of onderdeel uitmaakt van Kadhafi's commandostructuur? Kan worden aangenomen dat er bij een luchtaanval geen noemenswaardig gevaar bestaat voor collateral damage? Bij de minste twijfel luidt het devies: geen actie. Enkele uren voordat we met Harding spreken, heeft hij nog een voorgenomen beschieting op een doel in Sirte afgeblazen - de kans was te groot dat ook aanpalende woonhuizen zouden worden geraakt.

NAVO-optreden
Het is een van drie dingen die zowel in Brussel als in Napels voortdurend worden benadrukt als het gaat om het NAVO-optreden in Libië. Ten eerste: de alliantie houdt zich strikt aan haar VN-mandaat, richt zich geheel en al op bescherming van de Libische bevolking en gaat tot het uiterste om burgerslachtoffers te voorkomen.

Ten tweede: geen enkele NAVO-militair heeft ook maar een kleine teen op Libische bodem gezet. Ten derde: we hebben geen weet van de contacten die individuele lidstaten onderhouden, maar er was en is geen sprake van enigerlei militaire coördinatie tussen de NAVO en de Nationale Overgangsraad; want weliswaar heeft de bevolking verreweg het meest te duchten van het Kadhafi-kamp en stemt de NAVO haar acties daarop af, maar een gezamenlijk optrekken met de opstandelingen zou niet passen in het VN-mandaat.

Het zijn geboden die een goede grond hebben, maar waarvan moeilijk voorstelbaar is dat ze al die maanden tot op de komma strikt zijn nageleefd. Zodat je na weer een keurige ontkenning van de zoveelste onberispelijke NAVO-officier haast begint te verlangen naar één houwdegen, die je à la Jack Nicholson (als kolonel Nathan Jessep) in A Few Good Men toebijt: 'You want the truth? You can't handle the truth!'

Het neemt allemaal niet weg dat we ons gelukkig mogen prijzen met een militaire organisatie die haar trots in belangrijke mate ontleent aan het feit dat de collateral damage zeer beperkt is gebleven. En die dit aspect uitroept tot een standaard die ook zal gelden bij volgende missies.

Maar het relatieve succes kan niet doen vergeten dat er nog maar een paar weken geleden heel anders over het NAVO-optreden in Libië werd gesproken. Of zoals een niet nader te noemen hoge militair in Napels uiteindelijk wel wilde toegeven: er is een Libië-verhaal van vóór de val van Tripoli en eentje van na de val van Tripoli. Het eerste verhaal ging in belangrijke mate over dwarsliggende lidstaten (Duitsland, Turkije), onvoldoende inzet van andere landen, gebrek aan vliegtuigen en precisiebommen, een dreigende patstelling. Dat zijn allemaal geen beuzelarijen geworden sinds de plotselinge ineenstorting van het regime-Kadhafi.

Paul Brill is redacteur van de Volkskrant.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden