Nauwelijks meer toezicht op Volkert van der G.

De verhouding tussen de reclassering en Volkert Van der G. (48) is zo slecht dat er afgelopen anderhalf jaar nauwelijks toezicht werd gehouden op de moordenaar van Pim Fortuyn. Tussen 26 oktober 2016 en 20 april 2017 hoefde Van der G. zich niet te melden, aldus zijn advocaat. 

Een microfoon met op de achtergrond rechters (VLNR) S. Pompe, B. Vogel en J. Oreel voor aanvang van de behandeling van de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling van Volkert van der G. in 2017. Beeld Anp

In de vijf maanden die daarop volgden, kreeg hij toestemming van het Openbaar Ministerie (OM) om tijdens de afspraken met de reclassering zijn mond te houden. Volgens zijn advocaat waren in die periode de aan hem toegewezen reclasseringsmedewerkers soms zelfs niet aanwezig op de tijdstippen waarop Van der G. een afspraak had. 

Zestien jaar geleden schoot Van der G., negen dagen voor de Tweede Kamer-verkiezingen, LPF-voorman Fortuyn dood op het Media Park in Hilversum. In 2014 kwam Van der G. onder voorwaarden vrij nadat hij tweederde van zijn 18-jarige celstraf had uitgezeten. Een van de voorwaarden was dat hij zich eerst wekelijks, later eens in de drie weken en momenteel eens in de zes weken, meldt op het kantoor van Reclassering Nederland. Volgens het OM blijft het nodig om toezicht op hem te houden.

‘Geheel geen toezicht’

Maar Van der G. stelt dat de meldplicht in praktijk niets meer voorstelt, en wil ervan af. ‘Nota bene in de tijd dat er Tweede Kamerverkiezingen werden gehouden, was er in het geheel geen toezicht meer op cliënt. Dat leidde overigens niet tot recidive of enig ander probleem’, betoogde advocaat Willem Jebbink dinsdag in de Haagse rechtbank tijdens een kort geding dat zijn cliënt heeft aangespannen tegen de Staat.

Het OM zegt toezicht te willen houden ‘op de beschermende factoren’ zoals huisvesting, dagbesteding en het contact dat Van der G. heeft met zijn familie. ‘De meldplichtgesprekken zijn niet ingrijpend, hij hoeft slechts antwoord te geven op basale vragen. Momenteel moet hij zich eens in de zes weken melden, mogelijk kan dat later worden afgebouwd’, aldus de landsadvocaat.

Geen toegevoegde waarde

Wat Van der G. betreft gaat het al jaren goed met hem en heeft hij tal van stabiele ‘beschermende factoren’. De meldplicht heeft geen toegevoegde waarde meer volgens hem. Het belemmert hem bovendien om naar het buitenland te verhuizen. Advocaat Jebbink: ‘Hij wil elders in de wereld een bestaan opbouwen. Het lukt cliënt hier niet om aan betaald werk te komen.’ 

Een recent rapport, opgemaakt door onafhankelijke deskundigen van het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP) bevestigt dat de meldplicht niets meer toevoegt, en ook de reclassering onderschrijft dat in een rapport. De kans op recidive wordt al jaren ingeschat op het laagste niveau, ‘lager kan niet’. 

Stroeve houding

Toch weigert het OM de meldplicht op te schorten. Volgens de landsadvocaat vindt de reclassering toezicht nog wel zinvol, maar dat het gezien de ‘stroeve houding’ van Van der G.  haast onmogelijk is. Er zijn geen andere gevallen waarin de voorwaardelijke invrijheidstelling zo moeizaam verloopt, stelde ze dinsdag in de rechtbank. Volgens de landsadvocaat heeft de reclassering nog wel degelijk zorgen. ‘Reclassering vraagt zich af hoe hij zal reageren in een situatie als hij die als bedreigend ervaart? En hoe verloopt het als hij naar het buitenland gaat? Gaan zijn partner en dochter mee? Hoe worden zijn dagen ingevuld? Het OM wil daarop zicht houden, zodat erop ingespeeld kan worden als één van de beschermende factoren wegvalt. Daar is de voorwaardelijke invrijheidstelling ook voor bedoeld. Door de houding van Van der G. krijgt het OM niet het vertrouwen dat het wel goed zit.’

De relatie tussen Van der G. enerzijds en het OM en de reclassering anderzijds, kenmerkt zich al jaren door wantrouwen. Aanvankelijk verliep het toezicht zonder veel problemen. Maar in 2015 werd Van der G. heimelijk gefilmd door een ‘vriend’. Op de opname, uitgezonden door tv-programma Brandpunt, laat hij zich laatdunkend uit over de reclassering. In de rel die na de uitzending ontstond stelde een woordvoerder van de reclassering dat Van der G. mogelijk een van de andere voorwaarden, het mediaverbod, had geschonden. Volgens Van der G. schond de reclasseringswoordvoerder daarmee haar geheimhoudingsplicht en maakte ze zich schuldig aan smaad en laster.

Bezwaar

Na de rel liet toenmalig justitieminister Ard van der Steur weten dat Van der G. zich wel aan de voorwaarden hield, maar dat hij aanvullende begeleiding van een psycholoog zou krijgen. Tegen deze nieuwe voorwaarde maakte Van der G. bij de rechter bezwaar – hij werd door de rechter in het gelijk gesteld. De onderlinge verhoudingen verslechterden dusdanig, dat Van der G. nauwelijks meer antwoorden gaf op vragen van zijn begeleiders. ‘De reclassering gaf hem het gevoel tegen hem te zijn’, aldus zijn advocaat. ‘De werkmethode van de reclassering levert bovendien volgens gedragsdeskundigen een gevoel van onveiligheid en stress bij hem op.’ De summiere antwoorden waren reden voor het Openbaar Ministerie om begin 2017 te eisen dat Van der G. teruggestuurd zou worden naar de gevangenis. Volgens het OM dacht Van der G. ten onrechte dat hij al een vrij man was – zijn voorwaardelijke invrijheidstelling loopt tot 2020. Dan pas zit zijn 18-jarige gevangenisstraf erop. Volgens het OM moet hij zich tot die tijd aan de voorwaarden houden. 

Van der G. betoogde destijds dat hij van nature geen prater is en dat zijn summiere antwoorden pas een probleem werden nadat er een rel ontstond na de uitzending van Brandpunt. De rechter gaf Van der G. destijds gelijk, en oordeelde dat hij niet naar de cel moest wegens het geven van te summiere antwoorden.  

De Haagse rechter doet op 29 mei uitspraak.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.