Nauwelijks bewijs dat het ene pufje veel beter is dan het andere

Leer maar eens hoe je met die rotdingen moet omgaan

'Welke moet ik nu gebruiken?' Ze schudt een tas met verschillende puffers boven mijn bureau uit. Ze is 60 en heeft astma en COPD. Astma had ze altijd al, maar die COPD heeft ze er door 46 jaar roken bij gekregen. Ze gebruikt nu vier verschillende soorten inhalatoren om de benauwdheid te verminderen. Een puffertje, dat de luchtwegen verwijdt, moet ze eenmaal per dag gebruiken. Dat is een apparaatje dat je moet draaien, waarna je op een knopje moet drukken en moet inademen. Dan moet je er wel op letten dat je niet toevallig je vingers op een gaatje houdt.

Een andere luchtwegverwijder in een blauw plastic houdertje mag ze vier tot zes keer per dag gebruiken, maar alleen als ze erg benauwd is, en dat gaat dan via een zogenaamde toeter. Ze heeft ook nog een combinatie van een luchtwegverwijder en een ontstekingsremmend middel, die ook via zo'n plastic toeter moet en dat moet dan twee keer op een dag. En tot slot is er nog een puffer die ze mag gebruiken als ze benauwd is en de blauwe niet werkt. Die is groen en die zit weer in een ander soort toedieningsvorm. Als u het allemaal niet snapt, moet u maar de filmpjes op www.inhalatorgebruik.nl kijken. Dat doe ik namelijk ook steeds als ik het moet uitleggen.

Bij sommige inhalatoren merk je het als je het goed doet, bij andere merk je niks en heb je geen idee of het goed gaat. Bij de ene moet je stevig ademen, bij de andere juist zachtjes. Als je artrose in je vingers hebt, is er een hulpmiddeltje, maar dat moet je zo precies plaatsen dat je dat met zere vingers nauwelijks kunt. Nakijken of je inhalator nog voldoende pufjes heeft, is vaak onmogelijk omdat sommige fabrikanten het onnodig vinden om er een tellertje in te bouwen. Het advies is dan om op de kalender aan te tekenen of je je puf hebt genomen, maar natuurlijk is niemand zo neurotisch. Geen wonder dat de therapietrouw laag is. Er is dus een hele 'inhalatieinstructieindustrie' ontstaan om al die benauwde mensen en huisdokters elk jaar weer te leren hoe ze met die rotdingen moeten omgaan.

In 2016 gebruikten 1,7 miljoen mensen dit soort geneesmiddelen, volgens cijfers van de apotheken, meestal meer dan één soort. Er gingen vorig jaar 7,1 miljoen puffertjes over de toonbank, en dat kostte 376 miljoen euro. De patenten op veelgebruikte stofjes in die puffers zijn bijna allemaal verlopen, dus verzinnen fabrikanten fanatiek iets anders, namelijk nieuwe toedieningsvormen met veelal oude geneesmiddelen. De een 'nog beter dan de ander'.

De combinatie van apparaat en het middel zelf is gepatenteerd en moet worden goedgekeurd door het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA). Volgens het Geneesmiddelenbulletin zijn het er inmiddels 68, en volgens mij kan het best met een stuk of tien of zo. Er is immers, volgens datzelfde onafhankelijke Geneesmiddelenbulletin, nauwelijks bewijs dat het ene pufje veel beter is dan het andere. Een goed ontworpen generiek systeem voor alle middeltjes zou ook helpen. Weg met dat onzinnige 'combinatiepatent' en gewoon een opdrachtje aan Dutch Design.

Reageren? j.zaat@volkskrant.nl

Meer over