Natuurlijke vijanden ontwikkelen

Tussen grote multinationals houdt Ecostyle uit Zuidoost-Friesland zich al jaren staande met natuurlijke - maar niet per se biologische - middelen om ongewenste tuingasten te weren.

DOOR JEROEN TROMMELEN

Het lijkt wel een Asterix-verhaal. In een wereld die wordt gedomineerd door de miljardenomzet van grote chemische bedrijven als Bayer, Hoechst en Monsanto, was er één kleine producent die zijn eigen gang bleef gaan. Dat bedrijf heet Ecostyle en is gevestigd aan een oud kanaal in Appelscha, ver weg van het stedelijk rumoer in Zuidoost-Friesland.

Bijna elke hobbytuinier die ooit op zoek is geweest naar een milieuvriendelijk middeltje tegen ongedierte of een natuurlijke manier van bemesting, heeft weleens iets van Ecostyle in handen gehad. Het bedrijf maakt onder meer spullen tegen mieren, slakken en andere ongewenste tuingasten. Middeltjes die werken, maar niet op de klassieke manier giftig zijn.

Daar is een groeiende markt voor, en niet alleen in Nederland. Met kantoren in Rusland, Denemarken, België en Oostenrijk is Ecostyle zelf ook een soort multinational geworden. In Duitsland is het - onder de naam Florissa - marktleider in natuurlijke bestrijdingsmiddelen. Klanten zijn niet alleen particulieren maar ook boeren en tuinders.

Aardappelboeren die hun buik vol hadden van traditionele bestrijdingsmiddelen waren de eerste afnemers van de voorganger van het bedrijf, dat in 1967 werd opgericht als Europlant.

Een van de vier oprichters was de vader van huidig directeur Anne Jan Zwart. Die teelde en verhandelde aardappels en merkte hoe de kwaliteit daarvan begon te lijden onder de toename van bestrijdingsmiddelen. Met drie compagnons begon hij te zoeken naar biologische alternatieven.

Dat verhaal van toen is eigenlijk nog steeds niet voorbij. 'Er zijn nog steeds onveilige producten op de markt', zegt De Zwart. 'Middelen waarvan ik durf te voorspellen dat ze over vijf of tien jaar niet meer zullen worden verkocht.' Na jarenlange bezweringen dat het absoluut geen kwaad kon, zijn binnenkort bijvoorbeeld onkruidbestrijdingsmiddelen op basis van glyphosaat (zoals het populaire Roundup) verboden voor alle toepassingen buiten de landbouw.

'Ik heb veel vertrouwen in de autoriteiten die bestrijdingsmiddelen moeten beoordelen, maar we kunnen tegenwoordig stoffen terugvinden met metingen die tien jaar geleden nog onmogelijk waren. Denk aan de bijensterfte. Het proces gaat door.'

Nog steeds hoort hij de bekende klacht: er mag ook bijna niets meer. 'Dan vraag ik: heeft u enig idee waarom? We komen uit een traditie waarin één keer spuiten per jaar voldoende was en het begrip nuttige insecten nog niet bestond. Daar hebben we nu een verhaal bij. Wist u dat er in een handvol gezonde tuingrond méér natuurlijke organismen zitten dan er mensen zijn op de hele wereld?'

Het alternatief van Ecostyle is niet meer strikt biologisch. Daarvoor zou 95 procent van de grondstoffen van biologische oorsprong moeten zijn en dat is volgens de directeur niet haalbaar. Het assortiment bestaat uit 'natuurlijke' middelen waarvan de grondstoffen in de natuur voorkomen en dus niet chemisch zijn.

Op zichzelf is dat geen garantie voor duurzaamheid. Voor het mierenmiddel bijvoorbeeld is lang geëxperimenteerd met de natuurlijke stof borax. Die bleek echter niet afbreekbaar. Nu wordt voor de lokstof een bacterie gebruikt die door de mier wordt meegenomen naar het nest. Daar produceert de bacterie een stofje waar (alleen) de gastheer aan doodgaat.

Bacteriën zijn ook de basis van een nieuwe schimmelbestrijder. In plaats van zoals gebruikelijk iets giftigs op de bladeren te spuiten, stimuleren bacteriën de plant om zelf stoffen te produceren die de schimmel tegenhouden. 'Het kan mogelijk ook worden gebruikt om fytoftera te bestrijden, de schadelijkste schimmel op aardappelplanten', zegt hij.

De wettelijke eisen aan bestrijdingsmiddelen worden strenger. Ook de grote multinationals hebben de markt van natuurlijke gewasbestrijding daardoor ontdekt. Zo bouwt Bayer een fabriek voor biologische bestrijdingsmiddelen in Noord-Duitsland. 'Dat is mooi, maar we moeten blijven spelen op het Europese hoofdveld. Dat is best spannend, als Nederlands midden- en kleinbedrijf.'

Tot eind jaren tachtig van de vorige eeuw was van concurrentie nauwelijks sprake. Het hoekje met biologische producten vormde voor niemand een bedreiging. 'Daarna hebben we ons steeds meer gericht op consumenten die het etiket biologisch minder belangrijk vonden, maar zich wel bekommeren over duurzaamheid en veiligheid. De bio-hoek was ook voor onszelf te klein. Als we toen niet waren gegroeid, hadden we onze producten niet meer zelfstandig kunnen blijven ontwikkelen.'

De eigen productiefabriek werd van de hand gedaan, want het nieuwe Ecostyle is volgens De Zwart een innovatief ontwikkelbedrijf. 'Samen met onze buitenlandse partners maken we nieuwe producten waarvoor we een producent zoeken. Het was de vraag wat onze eigen productiefaciliteit nog toevoegde aan het bedrijf.'

Werkgelegenheid misschien? 'Dat wel. Maar toen de productie hier stopte, hoefde er niemand weg. Iedereen kon doorwerken in de logistiek. We zijn nog steeds de grootste werkgever in deze omgeving. En de productie is niet naar het goedkope oosten gegaan, maar voornamelijk in West-Europa gebleven.'

Wie nieuwe producten bedenkt en het maken ervan uitbesteedt, moet zijn intellectueel eigendom goed beschermen. Dat gebeurt meestal met wettelijk beschermde patenten, maar tegenwoordig betwijfelt De Zwart of dat wel de beste manier is. Het kost veel geld en mankracht en uiteindelijk verlies je die wedstrijd toch.

Bij de nieuwe bacteriële schimmelbestrijder heeft hij het anders aangepakt. 'Al tijdens de ontwikkeling daarvan ben ik gaan praten met onze belangrijkste concurrent met het voorstel om de markt een beetje te verdelen. Het concept van ons middel is waarschijnlijk breed toepasbaar. Wij zijn sterk in aardappelteelt, rozenteelt en glastuinbouw. Onze concurrent kan het verder ontwikkelen voor bijvoorbeeld katoen en maïs.' Met goede afspraken over een gedeeld ontwikkelingsbudget en percentages van de opbrengst levert het waarschijnlijk méér op dan een patent zou hebben gedaan.

Op de lijstjes die in Nederland circuleren van bedrijven die sterk zijn in maatschappelijk verantwoord ondernemen, staat Ecostyle steevast in de top. Het volgende project van De Zwart is om dat concept met andere ondernemers te delen. Binnenkort verhuist zijn bedrijf daarvoor naar een terrein in Oosterwolde genaamd Ecomunity.

'Het is geen traditioneel bedrijventerrein, maar een plek waar bedrijven faciliteiten zoals vergaderzalen of kantines kunnen delen. Er is ook veel groene ruimte waar je kunt wandelen en recreëren. Overal waar mensen samenkomen, ontstaat innovatie. We willen ook intensief gaan samenwerken met onderwijsinstellingen voor onderzoek of leerplekken. Daar is veel behoefte aan, maar het komt overal slecht van de grond.'

Er is plek voor twintig bedrijven. Tot dusver hebben er nog maar drie getekend. Wat in 1967 voor bedrijven gold, is misschien nog niet zoveel veranderd. Helemaal uit jezelf voorop willen lopen is nog steeds een hele uitdaging.

Profiel

De onderneming

Bedrijf Ecostyle

Waar Nederland (Appelscha), Denemarken, België, Oostenrijk, Rusland.

Sinds 1967

Aantal werknemers 117 personeelsleden (waarvan 50 in Appelscha)

Jaaromzet 55 miljoen euro

undefined

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden