Interview Joop Hueting

‘Natuurlijk heb ik ook geschoten, maar niet in het wilde weg’

Joop Hueting, eerste Indiëganger die Nederland confronteerde met de oorlogsmisdaden begaan tijdens de politionele acties van 1945 tot 1950, is overleden. In 2012 sprak hij met de Volkskrant over de gevolgen van zijn ontboezemingen. Hij werd geprezen, maar ook verguisd.

Nederland, Castricum, 13-07-2012; Portret Joop Hueting. Beeld Joost van den Broek

Voetje voor voetje schuifelt Joop Hueting (84) naar een boekenkast in zijn werkkamer. Lopen gaat niet goed meer, maar zijn gedrevenheid is er niet minder om. ‘ Kijk, dit wilde ik laten zien.’ Hij pakt van de vierde plank een lederen foedraal met een klein, zwaar pistool. Hij frommelt aan het magazijn, wijst naar de veiligheidspal en naar de plaats waar de kogels het wapen verlaten. Maar waar het echt om gaat, is het verhaal achter het wapen.

‘We lopen over de sawa. Eigenlijk ga je altijd van kamponggrens naar kamponggrens waar de bomen staan. Je weet ook dat de vijand daar zit. Zo over de rijstvelden loop je toch een beetje in je blootje, je voelt je ongemakkelijk. Op enig moment krijgen we vuur. Ik loop er naartoe en zie een knaap. Hij schiet op mij, ik schiet terug. Uit zijn borstzak haal ik een papiertje, hij is lid van het Indonesische leger. Een tengere Javaan, helemaal in de kreukels. Dit was zijn pistool, ik heb het meegenomen en bewaard.’

Joop Hueting heeft geschiedenis geschreven in Nederland. Hij was de eerste Indiëganger die de natie confronteerde met de oorlogsmisdaden begaan tijdens de politionele acties van 1945 tot 1950 in het voormalige Nederlands-Indië. In een interview uit 1968 met de Volkskrant, en kort daarop in de tv-rubriek Achter het Nieuws vertelde hij over zijn ervaring als soldaat van de Stoottroepen, de elite van de infanterie, de harde jongens.

De Volkskrant van donderdag 19 december 1968, waarin Hueting in een interview vertelde over zijn ervaring als soldaat van de Stoottroepen. Beeld de Volkskrant

Hij werd geprezen maar ook verguisd. ‘Nestvervuiler’, was hij in de ogen van veel veteranen. Zijn uitspraak ‘ze schoten op alles wat maar bewoog’ werd een staande uitdrukking, in veel talen.

Toen ergerde het hem mateloos dat de overheid aldoor had gezwegen over die oorlog, wat bleek uit een stelling bij zijn proefschrift. Zijn onthullingen leiden tot een archievenonderzoek dat resulteerde in de Excessennota 1969.

Sluimerende demonen

Het is slechts het topje van de ijsberg, zei hij toen en zegt hij 43 jaar later nog. Dezer dagen is hij niet de enige door publicatie van de allereerste executiefoto’s de telefoon grijpt. Het is een bevestiging van wat hij weet. ‘Het zijn sluimerende demonen. Je hoeft ze maar te prikkelen of ze zijn klaarwakker. Elk land heeft zijn eigen demonen.’

Hueting heeft intussen een gevierd leven als hoogleraar in de psychologie achter de rug. Toen was hij een dienstplichtige van de lichting van 1947 uit een ‘braaf liberaal gezin’. Hij kwam niet op het idee dienst te weigeren. Zijn volwassen leven begint in de oorlog. Pas na terugkeer in 1950 ging hij denken en begon hij te praten, in tegenstelling tot zijn voormalige maten. ‘De meesten hielden hun kop, ze wilden er helemaal niks van weten.’

Hij heeft een paar rijen ordners staan, met ‘vele eigen en andermans artikelen over deze periode tussen andere attributen uit de oorlog. Hij wijst ernaar als hij praat over de veteranen die hem en zijn gezin bedreigden. Als hij de regering hekelt die woorden als excessen en politionele acties bedacht voor oorlogsmisdaden en guerrillaoorlog. Of zijn twijfel over het plan van drie historische instituten om de politionele acties opnieuw te onderzoeken, omdat er jaren zijn verstreken zonder dat iemand van die instituten interesse toonden in zijn kennis, ervaringen en archief.

‘Wat moet je na 50 jaar nog onderzoeken? Er zijn duizenden kampongs platgebrand, er zijn duizenden Indonesiërs vermoord. Hier en daar zal er best goed werk zijn verricht, verpleegsters die voor kinderen zorgden. Maar de verhalen van al die mensen die zich verdedigen, dat je moest schieten, omdat ze jou anders te grazen namen, flauwekul. Al die verhalen over afgesneden pennissen en oren, ik heb ze nooit gezien. Ik heb wel meegemaakt dat Indonesiërs een gesneuvelde van ons in de schaduw hebben gelegd en bedekt met een palmblad.’

Op een kast in de woonkamer staat een beeldje van de god Shiva, meegenomen door een van zijn kameraden. Hij ging een huisje binnen. Toen hij weer naar buiten kwam, hoorde Hueting een plof. De soldaat had een handgranaat achtergelaten en het beeldje meegenomen.

Later heeft niet-roker Hueting het met hem geruild voor een slof sigaretten. ‘Het is een mooi dingetje, authentiek’, zegt hij, terwijl hij het in zijn hand neemt.

Zijn verhalen stoppen nog steeds niet. Hij vertelt hoe een van hen in de rijstvelden op Midden-Java zomaar een boer neerschiet. De man is zwaargewond, maar iedereen loopt gewoon door. Hij blijft staan en probeert de man met een genadeschot uit zijn lijden te verlossen. Het pistool ketst af. Een tweede keer schieten durft hij niet en ook hij loopt door.

Bloedbad

Er zijn ergere verhalen. Over de keer dat een korporaal zijn mitrailleur leegschiet in een gebedshuis. Hij gaat er gillend achteraan. De doden en gewonden zijn vooral vrouwen en kinderen. Binnen is het een bloedbad, buiten reageren de Nederlandse manschappen alleen maar geïrriteerd. Hij had hen wel kunnen raken met die dollemansactie.

Korporaal en soldaat zijn nooit disciplinair gestraft. ‘Schei toch uit met die vragen, niemand die zelfs maar dacht aan straf. Het was de gewone gang van zaken. Als je in het systeem zit, aanvaard je dat als normaal. Van hen was het een gebrek aan discipline. Aan een guerrillaoorlog moet je wennen. Wat overblijft, zijn geharde soldaten. Ik ben er tot het laatst toe bij geweest. Op jou kan ik vertrouwen, zei de commandant. Natuurlijk heb ik ook geschoten, maar nooit in het wilde weg.’

Opnieuw pakt hij een attribuut. Een tegel, dit keer. Het verhaal dat hierbij hoort, ging de hele wereld over. Het gaat over marteling. Over een Indonesische soldaat die aan zijn enkels werd opgehangen om hem aan het praten te krijgen. Steeds opnieuw werd het touw gevierd. Hueting liep weg toen de schedel kraakte.

Hij is later teruggegaan, gevolgd door een camerateam van de KRO. Toen heeft hij die tegel mee naar huis genomen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden