'Natuurlijk ga je jezelf heel andere vragen stellen als je blind bent'

Geerat Vermeij is de grootste schelpenkenner ter wereld. Schelpen en culturen, zegt hij, komen voort uit dezelfde evolutionaire principes. 'Samenwerking leidt tot betere concurrentie.'

De mooiste schelp? Ik denk Euprotomus bulla, vroeger Strombus bulla geheten. Wij hebben die wetenschappelijke indeling omgegooid. Een prachtige schelp, helemaal glad, maar met een heel gecompliceerde vorm.'


Evolutionair bioloog en paleontoloog Geerat Vermeij gebaart met zijn handen. Als je de bewegingen van zijn vingers volgt, kun je je de tropische schelp bijna voorstellen. Vermeij, blind sinds zijn derde jaar, heeft van zijn handicap een kracht gemaakt. Met zijn gevoelige vingertoppen heeft hij zich ontwikkeld tot een van de grootste schelpdierenkenners van de wereld.


Vermeij werd in 1945 in Nederland geboren, maar emigreerde tien jaar later met zijn ouders naar de Verenigde Staten. Hij spreekt nog uitstekend Nederlands. Sinds 1988 is hij hoogleraar mariene ecologie en paleo-ecologie aan de Universiteit van Californië (Davis). Hij werd bekend met zijn escalatie-hypothese, over de co-evolutionaire wapenwedloop tussen slakken en predatoren, met name krabben, waarbij de slakken steeds dikkere schelpen en afsluitbare openingen ontwikkelen en de krabben steeds grotere scharen. Ook boog hij zich over de parallellen tussen evolutie en economie, zoals de balans tussen productie en consumptie.


Onlangs verscheen zijn boek Schelpen en Beschaving in het Nederlands. Het schetst hoe schelpen en culturen voortkomen uit dezelfde evolutionaire principes, met name aanpassing, aan de omgeving en aan andere soorten. Het is doorspekt met lyrische beschrijvingen van Verweijs expedities, naar stranden, koraalriffen en getijdenpoelen. 'Tijdens het veldwerk staan al mijn zintuigen open. Totale onderdompeling.'


Evolutie is het centrale begrip in uw werk. Is uw denken over evolutie in de loop der jaren veranderd?

'O zeker. Ik ben vooral heel anders gaan denken over de onderlinge afhankelijkheid van soorten. Vroeger stelde ik de concurrentiestrijd centraal, maar ik ben samenwerking steeds belangrijker gaan vinden. Even belangrijk als concurrentie. Dat is een recent inzicht in mijn denken, kun je zeggen.'


Noemt u eens een voorbeeld van samenwerking bij slakken.

'Nou, bij slakken is dat lastig, veel lastiger dan concurrentie. Vermoedelijk heeft dat ook meegespeeld in mijn oorspronkelijke benadering. Nee, veel samenwerken doen slakken niet. Er zijn eigenlijk geen sociale slakken. Je hebt wel slakken die samenwerken met andere dieren, zoals soorten die eencellige wieren huisvesten in hun mantel. En je hebt slakken die een zeeanemoon meeslepen op hun schelp, een vorm van symbiose inderdaad. Maar concurrentie blijft enorm belangrijk in de evolutie, hoor. Je kunt zelfs zeggen dat samenwerking van soorten tot een verbeterde concurrentiepositie leidt.'


Waarom zijn zoveel schelpen miljoenen jaren vrijwel hetzelfde gebleven?

'Er is veel conservatisme is de natuur. Die slakken zijn blijkbaar succesvol, dus waarom zouden ze veranderen? Dat geldt trouwens ook voor de 15 duizend soorten mos die we kennen. Die zien er nog net zo uit als in het Devoon. Maar er zijn tegelijk ook veel jongere geslachten en soorten zeeslakken, zoals de kauri- en de conusslakken.'


Uw boek gaat over aanpassing. Over trage, geleidelijke processen dus.

'Geleidelijk is niet het goede woord. Aanpassing is vaak episodisch van aard, verloopt in golven. Je hebt korte perioden met veel aanpassingen, vaak getriggerd door een of andere grote verandering in het milieu, zoals klimaatverandering, en lange perioden met weinig aanpassingen. Die stapelen zich dan op tot een kantelpunt bereikt wordt, waarop het ineens omslaat.'


Zoals bij de wapenwedloop tussen slakken en predatoren. Maar zijn veel slakken zelf ook geen roofdieren?

'Dat is waar. Je hebt roofslakken die een tandje hebben ontwikkeld op de buitenlip van hun schelp waarmee ze de kleppen van tweekleppigen openwrikken, zodat ze hun proboscis naar binnen kunnen steken om het dier op te eten. Voordeel van zo'n tandje is dat wrikken minder tijd kost dan een gaatje boren in de schelp, wat wel een dag kan duren. Dat maakt de roofslak zelf minder kwetsbaar voor vijanden.'


U stelt vast dat die wapenwedloop niet overal en altijd tot dezelfde resultaten leidt. Waarom krijgen we, gegeven voldoende tijd, niet overal even dikke schelpen en even grote scharen?

'Je hebt overal hetzelfde proces, maar niet overal in dezelfde mate. Dat hangt bijvoorbeeld af van de watertemperatuur. In koud water zijn de kosten van een dikke schelp veel hoger. En in de tropen heb je niet overal dezelfde selectiedruk: in een enorm areaal als de Stille Oceaan zijn de roofdieren groter en krachtiger dan in het Caribisch gebied, waar veel roofdieren zijn uitgestorven. Wat ook een rol speelt is het tot stand komen van verbindingen tussen zeeën waardoor soorten kunnen migreren en elders de selectiedruk opvoeren, al dan niet door toedoen van de mens. In het verleden via het Suezkanaal, nu de Noordelijke IJszee, die door de opwarming van de aarde een steeds begaanbaarder verbinding wordt tussen de Stille en de Atlantische Oceaan.'


Ligt de relevantie van het thema aanpassing ook in uw eigen geschiedenis?

'Ik denk het wel. Emigreren naar een vreemd land lokt wetenschappelijke vragen uit die ik waarschijnlijk nooit had gesteld als ik in Nederland was gebleven. Wat vertrouwd is, roept geen vragen op. In die zin is reizen voor mij ook heel belangrijk, net zoals het dat was voor Darwin en Wallace. En natuurlijk ga je jezelf ook andere vragen stellen als je blind bent. Zo lag het voor de hand dat ik me bezig zou gaan houden met heel langzame dieren als slakken en niet met vlinders of vogels.'


U zegt in uw boek dat de opwarming van de aarde kansen biedt.

'Voor slakken en planten, maar wel op langere termijn. En alleen als wij mensen de aanpassing van soorten aan een warmer klimaat niet onmogelijk maken. Een warmer klimaat biedt meer kansen. Opwarming leidt in de evolutie altijd tot meer soorten. Maar wij hebben veel diversiteit vernietigd en werpen allerlei fysieke barrières op waardoor soorten niet kunnen migreren of zich op andere wijze kunnen aanpassen. We sluiten het leven steeds meer op in kleine eilandjes van natuur.'


Hoe zit het met de verzuring van de oceanen door de toename van CO2 in de atmosfeer? Slakken en koraalpoliepen kunnen daardoor steeds moeilijker hun kalkhuisjes bouwen, heet het.

'Ik weet het niet. Ik heb het idee dat dit gevaar wat overdreven wordt. In de evolutie is ook in warmere periodes in warme zeeën vreemd genoeg veel kalk afgezet. En ook dan ontstonden kalkskeletjes. Maar de verzuring verloopt nu wel snel. Misschien te snel, zodat dieren zich niet kunnen aanpassen.'


Op het Noordzeestrand liggen in elk geval steeds minder schelpen. En van steeds minder soorten, lijkt het wel.

'Ik weet niet of je dat kunt zeggen. Afgezien van de kokkels en scheermessen zijn veel strandschelpen bijna fossiel en dus niet recent. Het probleem is wel dat de Noordzee enorm wordt bevist, waarbij het hele bodemleven wordt vernietigd. Een schelp als de noordkromp krijgt geen kans meer om 150 jaar oud te worden. Maar mariene soorten sterven niet snel uit. Dat probleem is veel groter bij zoetwaterslakken en landslakken. Daarvan zijn er ongezien al heel veel uitgestorven. Doordat we het oppervlaktewater en de bodem vervuilen of stukken bos ontginnen.'


Wat is de belangrijkste les van de evolutie voor onze eigen toekomst?

'De noodzaak van aanpassing voor ons overleven. Dat is een groot probleem. Wij moesten als soort in de evolutie vaak door een crisis heen voordat we ons aanpasten. Maar we leven nu in een sfeer van anti-evolutionisme en klimaatscepsis, die aanpassing in de weg staat. Daarom pleit ik voor minder ideologie en meer wetenschap in het beleid. In mijn boek trek ik de parallel tussen het uittesten van aanpassingen in de evolutie en van hypothesen in de wetenschap. Zo krijg je vooruitgang. Maar mensen willen zekerheden. Onzekerheid is dan een excuus om niets te doen. Kijk naar het klimaatbeleid.'


CV

1945


Geboren in Sappemeer (28 sept.)


1955


Emigratie naar New Jersey, VS


1971


Promotie in biologie en geologie, Yale


1971


Onderzoeker, Univ. van Maryland


1988


Hoogleraar mariene ecologie en paleo-ecologie, Univ. van Californië, Davis


1993 Evolution and Escalation 1996


Privileged Hands - A Scientific Life


2004


Nature - An Economic History


2010


The Evolutionary World (Nederlandse vertaling: Schelpen en Beschaving)


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden