Natuur mag niet natuurlijk zijn

In de Oostvaardersplassen worden grazers bijgevoerd. Met dank aan de politiek. Dom en hypocriet, zeggen ecologen. Over lerend beheren en de dilemma’s van de natuur in Nederland....

Door Caspar Janssen en Ben van Raaij

Het was een opmerkelijk staaltje emo-populisme. Een meerderheid in de Tweede Kamer droeg demissionair minister Verburg van Landbouw vorige week op de grote grazers in de Oostvaardersplassen (OVP) onmiddellijk te laten bijvoeren. Dit ondanks het ‘natuurlijk beheer’ dat er sinds de jaren tachtig wordt gevoerd, waarbij de mens de natuur zo veel mogelijk met rust laat.

Aanleiding: tv-beelden die suggereerden dat de heckrunderen, konikpaarden en edelherten in het internationaal vermaarde moerasgebied – icoon van ‘nieuwe natuur’ – in de laatste winterse weken massaal van honger krepeerden.

De minister moest dus snel bijvoeren, stelde de Kamer in een motie van CDA’er Ormel. Verburg zwichtte voor dit appèl aan de zorgplicht en gebood beheerder Staatsbosbeheer in actie te komen. Het in het terrein verspreide hooi vindt echter, mede vanwege het inmiddels overal opschietende gras, weinig aftrek meer, moest Verburg deze week toegeven.

Kortzichtig
Ecologen zijn verbijsterd. Het bijvoerbesluit wordt misplaatst, kortzichtig en hypocriet genoemd. Bovendien is de politiek volgens de ecologen niet werkelijk geïnteresseerd in de merites van de diverse benaderingen van natuurbeheer.

‘Eén motie en de beer is los’, zegt ecoloog Geert Groot Bruinderink van Alterra. ‘De Kamer moet beleid maken in een democratisch proces. Het debat wordt echter niet gevoerd op basis van feiten en argumenten, maar van emoties. De stem van de ecologie sneeuwt onder.’

Het is ook een kwestie van beeldvorming, aldus Groot Bruinderink. Zo lijkt het of de hele nieuwe natuur ter discussie staat, terwijl er in Nederland maar twee ‘nagenoeg natuurlijke landschappen’ (‘Nanalas’) zijn waar de mens zo min mogelijk ingrijpt: de Oostvaardersplassen en Veluwezoom. In dat laatste gebied besloot beheerder Natuurmonumenten deze week niét bij te voeren.

De honderden andere gebieden waar grote grazers worden ingezet tegen vergrassing en verstruiking, als maaimachine én schepper van nieuwe ecologische dynamiek, worden wel degelijk beheerd. De dieren worden ’s winters opgestald en komen dus nooit van honger om.

Periodieke sterfte onder herbivoren in een vrijwel natuurlijk landschap als de Oostvaardersplassen is normaal, zeggen alle ecologen. In de winter neemt het voedselaanbod af, verliezen de dieren aan gewicht en gaan de zwakke exemplaren dood. Incidentele sterfte van 30 tot 40 procent is heel normaal, leren studies in het Amerikaanse Yellowstone Park. Daarbij spelen ook roofdieren als wolven en beren een rol. In de OVP nemen de beheerders met gericht afschot van zieke dieren, het ‘EHBO-afschot’, die rol over.

Onderkoeling
Toch is er elke winter discussie in de media, omdat wandelaars dode dieren zien liggen vanaf de dijk (je kunt het afgesloten gebied alleen onder begeleiding in). Toenmalig minister Veerman van Landbouw stelde daarom een internationale commissie (ICMO) in, die zich moest buigen over het beheer van de grote grazers in de OVP. De ICMO gaf in 2006 een helder advies: bijvoeren is niet nodig.

Wel zijn er volgens de commissie weinig schuilmogelijkheden voor de dieren, en dat draagt in koude winters bij aan onderkoeling en daarmee sterfte. Recent onderzoek in Schotland bevestigt dat. Mede daarom wil men de OVP in het kader van de Ecologische Hoofd Structuur verbinden met de naburige bossen van Hollandse Hout en Horsterwold.

Theoretisch ecoloog André de Roos (Universiteit van Amsterdam) en theoretisch epidemioloog Hans Heesterbeek (Universiteit Utrecht) constateren op basis van eigen onderzoek dat de kudde konikpaarden in de OVP ‘een natuurlijk zelfregulerend gedrag vertoont, waarbij de populatie stabiliseert rond de draagkracht van het gebied’. Bij een gemiddelde groei van 15 procent betekent dit ook een sterfte van 15 procent. Bijvoeren is dus een ‘kortzichtig en slecht besluit’.

Het is zelfs ‘het slechtste middel dat je kunt inzetten’, vinden toegepast filosofen Michiel Korthals en Jozef Keulartz van Wageningen Universiteit en Radboud Universiteit. Zij legden in 1998 met een rapport de ‘ethische fundering’ voor het natuurlijk beheer in de OVP.

Door het bijvoeren worden meer jongen geboren, waardoor de ‘natuurlijke dynamiek’ van de populaties wordt verstoord. Sterker: bijvoeren betekent meer afschot in de toekomst, zegt Groot Bruinderink, want je krijgt meer jongen die de komende winters niet overleven. ‘Het is letterlijk uitstel van executie.’

Korthals benadrukt een principieel argument. In de OVP is na jarenlange discussie gekozen voor een beheersvorm waarbij de nadruk meer ligt op de ‘afblijfplicht’ dan op de ‘zorgplicht’. ‘De dieren zijn niet volledig gedomesticeerd, noch volledig wild, maar doorlopen een lang proces van verwildering. Maar de mens speelt nog wel degelijk een rol. Beheerders observeren en grijpen waar nodig in, bijvoorbeeld door afschot.’

De filosoof noemt het zelf een jij-bak, maar meldt het toch: de dieren in de OVP hebben het nog altijd vele malen beter dan de miljoenen landbouwdieren in Nederland. ‘Daar speelt de afblijfplicht nauwelijks een rol. Dat betekent: gedwongen inname van antibiotica, piepkleine behuizing, een korte levensduur, castratie en gedwongen masturbatie.’

Veel van de problemen in de OVP komen volgens Groot Bruinderink voort uit de min of meer toevallige ontstaansgeschiedenis van het gebied, een industrieterrein dat natuur mocht worden. ‘Het is lerend beheren.’ Een ander deel valt Staatsbosbeheer aan te rekenen: men heeft te weinig onderzoek gedaan. ‘Dat wreekt zich nu’, zegt Heesterbeek. ‘Ze hadden twintig jaar geleden al kunnen aanvoelen dat de populaties zouden groeien. Toen had je veel gericht onderzoek kunnen doen, waarmee je nu beslissingen had kunnen onderbouwen.’

Dierentuin
Is de bijvoeractie het begin van het einde voor het experiment OVP? Nee, meent Groot Bruinderink. ‘Het extensief beheer heeft een deuk gekregen, maar een deel van de oplossing is in zicht. Als we de OVP kunnen verbinden met Hollandse Hout en Horsterwold, is er op termijn luwte in overvloed. Wel zal de populatie ook dan op grenzen stuiten. We moeten de ontwikkeling daarom goed monitoren.’

Volgens de ecologen Jasper Ruifrok, Christian Smit en Han Olff (Rijksuniversiteit Groningen) zou het ‘eeuwig zonde’ zijn als bijvoeren het werk van jaren teniet zou doen. ‘Zo verliest OVP zijn pionierspositie in het natuurbeheer in Europa. Dat kan negatieve gevolgen hebben voor vele andere gebieden in Europa, waar deze nieuwe procesgestuurde beheersvorm in ontwikkeling is.’

In feite is de keuze simpel, zeggen De Roos en Heesterbeek. ‘Er zijn twee opties. Of we zien de OVP als natuur en handelen ernaar, dus voortzetting van het huidige beleid. Of we maken er een dierentuinmodel van, met bijvoeren, strikte geboorteregeling en medicatie. Alle andere opties zijn halfbakken en zinloos.’

Heesterbeek heeft net op de site van Staatsbosbeheer foto’s zitten bekijken van de geboorte van een konikveulen in de Oostvaardersplassen. ‘Prachtig. In volle vrijheid geboren, meteen opgenomen in de kudde. Niet alles is er kommer en kwel. Dat mag ook wel eens gezegd.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden