Natuur houdt herten in duinen zelf wel stabiel

De argumenten van jagers om damherten in de Waterleidingduinen af te schieten, zijn ongeldig.

Martin Sommer beklaagt zich over de 'machtige lobby voor het onschuldige dier' (O&D, 13 januari) die maatregelen tegen een 'damhertenplaag' in de Waterleidingduinen zou frustreren. Het omgekeerde Bambi-denken: het pleidooi dieren te schieten in de kracht van hun leven, opdat ze niet nooddruftig worden. Jagerslatijn dat vraagt om een weerwoord. De natuur kent geen 'te veel' of 'te weinig'. Dat bestaat alleen in het 'superieure' menselijke 'gezond verstand'.

Op de Veluwe poogt men jaarlijks het aantal dieren tot eenderde terug te brengen. Het leidt tot extra veel jongen. Met een aanwas van ruim 50 procent ligt die op het dubbele van de edelherten in de Oostvaardersplassen. Alleen als dieren daar fataal verzwakt raken, vindt er afschot plaats. Dat leidt tot een aanwas en sterfte van zo'n 25 procent. De dieren zijn in de Oostvaardersplassen veel zichtbaarder dan in gebieden waar jagers het faunabeleid domineren; en het gebied trekt steeds meer bezoekers.

Ook de Waterleidingduinen kennen hoge bezoekersaantallen dankzij het besluit van de Amsterdamse gemeenteraad jagers te weren. Veel hoger dan het even grote buurgebied Nationaal Park Zuid-Kennemerland. Terwijl beide gebieden dezelfde planten en dieren kennen. Daar kiest men, net als op de Veluwe, wel voor het 'Regeer met het geweer!' met ook daar nauwelijks zichtbare dieren.

Voor het principe 'Stuur met de natuur!' zijn wel rasters nodig. Zodra de herten toegang hebben tot voedselrijker terrein zullen ze dat bezoeken, met aanwas als resultaat. En ja, dan steken ze wegen over. Daarom zijn er rasters rond leefgebieden. Met aan de binnenkant een verlaging van minstens een meter hoeft zo'n raster niet hoger te zijn dan een meter.

Elk jaar worden in ons land twee miljoen dieren voor het plezier van een handjevol jagers doodgeschoten en minstens zo veel dieren aangeschoten. Meer dan 90 procent van de Nederlanders wijst de plezierjacht af, terwijl minder dan 0,2 procent van de Nederlanders jaagt. En toch krijgen de jagers de laatste jaren van wisselende coalities hun zin. Jagers rechtvaardigen hun hobby handig. Ze vatten hun activiteiten samen onder de noemer 'beheersjacht' en wijzen op de wreedheid van de natuur die zij met hun geweer zouden kunnen voorkomen. Het 'omgekeerde Bambi-denken' dat tot de verbeelding spreekt. Jagers leggen uit hoe afschuwelijk het zou zijn wanneer dieren tijdens strenge winters zouden omkomen van honger. Hoe zielig het is dat een ree tegen een auto oploopt. Opmerkelijk is dat deze emotie alleen geldt voor door jagers eetbare dieren.

De jager als redder in nood, die gezonde dieren euthanaseert om ondraaglijk lijden te voorkomen. De beelden van koning Juan Carlos die zo de vermeende overpopulatie olifanten in Afrika bestreed, vormden voor het WNF aanleiding de vorst te bedanken als beschermheer. Het merkwaardige is dat de jagersbeweringen over overpopulaties bij gebrek aan natuurlijke vijanden voor mensen niet lijken op te gaan. De jacht op mensen bij gebrek aan roofdieren, of als vorm van preventieve euthanasie, wordt nergens bepleit.

Gekoppeld aan de jagersemotie van het omgekeerde Bambi-denken treffen we de lust tot doden aan. Jagers zijn bereid te betalen om een gezond dier te mogen euthanaseren. Tot wel 20.000 euro om een olifant te mogen doden. Ook het tegemoetkomen aan die emotie zou tussen mensen ondenkbaar zijn. Dat een patiënt die om euthanasie vraagt geconfronteerd wordt met iemand anders dan de behandelend arts. 'Deze meneer wil u graag de dodelijke injectie geven waar u om gevraagd heeft. Hij heeft er een fors bedrag voor over en dat kan het ziekenhuis goed gebruiken om de zorg op een hoger niveau te brengen.' Een bizarre gedachte, die echter in het Afrikaanse jachttoerisme als argument gebruikt wordt om rijke westerlingen tegen vorstelijke bedragen dieren te laten schieten 'om met de opbrengst de natuurbescherming te helpen financieren'.

Laten we de Waterleidingduinen vrij houden van hobbyisten met geweren. De natuur kan heel goed bepalen hoe veel ze te bieden heeft aan damherten en de populatie zal zich vanzelf, zonder afschot, stabiliseren, zoals ook bij de reeën gebeurde. Ook toen dreigden de jagers met rampscenario's, ook daar leverde de natuur een stabiele oplossing zonder menselijke tussenkomst.

Marianne Thieme is fractieleider van de Partij voor de Dieren in de Tweede Kamer.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden