Nationalisme na Oranje

Waar gaat de behoefte aan nationalisme heen, nu het Oranje-nationalisme is geluwd?

En waar komt die behoefte trouwens vandaan? Nationalisme gaat zelfs bij extreemrechtse nationalisten niet erg diep, zo blijkt uit een recent onderzoek (In en uit extreem rechts, Amsterdam University Press 2010). Het had ook een sportclub kunnen zijn of een (extreem) linkse club, zeggen voormalig extreemrechtse jongeren achteraf. Ze traden niet toe tot extreemrechts om hun rassenhaat met geweld kracht bij te zetten. Ze waren vooral op zoek naar een groep om bij te horen, en verlangden spanning en avontuur. Met hun ouders hadden ze weinig contact en ze misten sociale binding.

Internet
Via muziek of feesten, internet of bekenden werden ze binnengehaald in een van ongeveer tien neonazistische groepen die Nederland telt. Lager opgeleide jongens zijn het meestal, tussen de 12 en 15 jaar als ze toetreden. Negatieve ervaringen met nieuwe Nederlanders hebben ze vaak wel, maar ook met school, ouders en meisjes. Deze ervaringen zijn geen reden tot actie. Met het antisemitisme van extreemrechts hebben ze alleen maar moeite. De migrantenhaat van de beweging haakt wel aan bij eigen ervaringen en slaat aan. Vervolgens de buurt afstruinen op zoek naar allochtonen om een gevecht uit te lokken, helpt ook. Want zo’n gevecht bewijst dat allochtonen gewelddadige gekken zijn, weg ermee!

Eenmaal actief gaat de nationalistische en racistische ideologie leven. Deze vervult de behoefte aan een groter verhaal. Aan iets maatschappelijks om over te discussiëren en je zich voor in te zetten. Wie dacht dat deze jongens de ultieme vertegenwoordigers van de patatgeneratie zouden zijn, consumenten pur sang, alleen geïnteresseerd in seks, drugs en geweld, heeft het mis. Op school beslist geen stuudjes, maar in hun vrije tijd studeren ze soms flink. ‘Ik voelde me verplicht om daar dingen over te gaan leren, die ideologie van hun. Anders stond ik voor schut, en hoorde ik er niet bij’ (..) dus toen ben ik maar gaan leren’. (p. 65) Helaas nemen ze alleen informatie tot zich die in hun straatje past, waardoor ze overtuigd raken dat de Holocaust een joodse leugen is.

Moraal
Dat kennis en moraal belangrijker voor ze zijn dan je van een gemiddelde vmbo-leerling zou verwachten, is ook deel van de redding. Morele verontwaardiging is soms een reden om af te haken. Een ‘neger’ die niets heeft gedaan, maar toch door de groep in elkaar wordt geslagen, kan zo’n reden zijn. Ook het antisemitisme is voor sommigen niet vol te houden. En de gevangenis kan helpen: ‘toen ik echt geïsoleerd zat in een celletje ben ik gaan nadenken’. Een ander belandt met een allochtone jongen op één cel en ‘die heeft me laten zien dat niet alle buitenlanders zo zijn’ (p. 87). Ook het verlangen naar een alledaags bestaan, met opleiding, werk en een relatie – Wijf, Werk, Woning – speelt een rol.

Dierenactivist
Maar overtuigingen en verlangens waren bij niemand krachtig genoeg om uit te treden. Niemand verliet de beweging op eigen kracht. Er waren altijd alternatieve sociale banden nodig. Contact met andere mensen, van buiten de beweging, gaf de doorslag. Oude vriendengroepen, of soms positief contact met politie. Een enkele keer ouders die zichtbaar zoveel verdriet hadden dat het de jongere zelf ook pijn deed. Hulpverleners werden node gemist: ‘had ik de goede hulp gehad, dan was ik misschien wereldkampioen zwemmen geworden of had ik gepost op het forum van GroenLinks. (…)’ Naderhand bestaat vaak nog wel de behoefte om maatschappelijk iets te betekenen. Ze zijn soms dierenactivist geworden, of actief in hun oude religieuze gemeenschap, of ze zijn als anti-racist actief om hun voormalige kameraden te bestrijden. Ze schamen zich voor hun verleden en willen iets goedmaken.

Nationalisme en extreem-rechts racisme kunnen dus voet aan de grond krijgen, omdat ze behoefte aan binding vervullen. Een behoefte zo groot dat zelfs schoolhaters en drop-outs in hun vrije tijd gaan studeren. Ze willen meedoen en bijdragen aan iets wat groter is dan zijzelf. Om racisme en geweld te voorkomen, moeten we die behoeften serieuzer nemen. Zeker ook onder laagopgeleide jongens. Het Oranjegevoel is gedoofd, maar de verlangens erachter zijn springlevend.
Tot begin september ga ik (onder andere hierop) studeren, ik wens u een fijne zomer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden