Nationaliseer onze pensioenfondsen

Met een investeringsbank, hogere lonen en lagere pensioenpremies stimuleren we de groei pas echt.

Het Centraal Planbureau (CPB) voorziet voor dit jaar en volgend jaar weer een klein beetje groei van rond 1 procent. De PvdA claimt, bij monde van parlementariër Henk Nijboer, dat dit het resultaat is van kabinetsbeleid. Voor wie iets beter naar de cijfers kijkt dan Nijboer, ziet iets anders. Er wordt wel meer geïnvesteerd, maar dat maakt de teruggang van de investeringen in de afgelopen jaren bij lange na niet goed. De consumptieve bestedingen nemen nauwelijks toe. Wat fors toeneemt de komende twee jaar is de wereldhandel, maar dat is eerder een teken van zwakte van de Nederlandse economie. Nederland dobbert economisch gezien mee op de getijden van de internationale economie, maar is zelf niet in staat enige stroming te veroorzaken.


Dat blijkt ook uit het saldo op de lopende rekening dat de komende jaren opnieuw de 10 procent benadert. Het betekent dat we ons verdiende geld voor een groot deel in een grote oude sok stoppen in plaats van ermee te consumeren of te investeren. In de particuliere sector wordt een groot deel van de verdiende inkomens aan pensioenfondsen overgedragen en het kabinet van Henk Nijboer zuigt via bezuinigingen en lastenverhogingen geld uit de economie.


We leven in een wereld met structureel lage rentestanden. Dat komt voor een groot deel door de vergrijzing. Door de te verwachten geringe stijging (of zelfs daling) van de beroepsbevolking is er minder noodzaak te investeren in het productiearsenaal en door de toename van het aantal ouderen komt er meer vraag naar diensten, die minder investeringen vergen. In een wereld met lage rentes is het zeer onverstandig om veel te sparen, zoals wij nu met zijn allen doen. Dan heb je een ouderwetse bestedingsimpuls nodig. Dit is al vaak gezegd de afgelopen twee jaar, maar het kabinet heeft zich er weinig van aangetrokken. Misschien kwam dat omdat de voorstellen te weinig gericht waren.


Concreet kan de economie via diverse sporen gestimuleerd worden. De overheid zou zelf grootschalig kunnen investeren. Dat is echter niet zo'n goed idee omdat de overheid een bijzonder talent heeft voor het doen van niet-renderende investeringen (Betuwelijn, Fyra). Het is beter als de overheid ervoor zorgt dat de particuliere sector weer meer gaat uitgeven. Dat kan op de volgende manieren.


Ten eerste moet de overheid ervoor zorgen dat er weer kredieten worden verleend aan kansrijke projecten. Banken zijn nog steeds huiverig kredieten te verlenen. Daardoor blijven veel kansrijke initiatieven liggen. Ook dit moet de overheid niet zelf gaan doen; er zou een soort onafhankelijke investeringsbank opgericht kunnen worden die zich bezighoudt met kredietverlening, bijvoorbeeld aan het midden- en kleinbedrijf.


Ten tweede moet het kabinet ophouden met het loonmatigingsbeleid. Ze zou ervoor kunnen kiezen de lonen van ambtenaren weer te laten toenemen als een signaal naar de particuliere sector dat de periode van matiging voorbij is. Slecht voor onze exportsituatie? Zeker, maar we leunen nu te veel op onze exportsector, en zo'n loonstijgingsbeleid zou nog effectiever zijn als het met de andere West-Europese landen wordt gecoördineerd. Dit geeft een enorme bestedingsimpuls aan de Europese economie waar ook de zwakkere Zuid-Europese economieën van kunnen profiteren.


Zoals gezegd komt een groot deel van onze spaarneiging voort uit ons aanvullend-pensioenstelsel. De hoge pensioenpremies verminderen het besteedbaar inkomen van gezinnen aanzienlijk. Vooral voor jonge gezinnen staat daar een zeer onzeker pensioeninkomen tegenover door de lage rente nu en in de toekomst. Uiteindelijk moeten deze gezinnen dan toch sparen om zelf deels in hun pensioeninkomen te kunnen voorzien, maar in tijden van lage rentes moet je niet willen sparen. Dat is inderdaad hetzelfde als geld in een oude sok stoppen, waarvan de inhoud na verloop van tijd niet veel meer waard is.


Deze paradox kan alleen maar opgelost worden met een groot gebaar van de overheid en dit is dan de derde manier om een bestedingsimpuls te genereren: de overheid moet het pensioenstelsel nationaliseren en direct de pensioenpremies verlagen, in ieder geval voor de jongste premiebetalers.


Voor het begrotingsbeleid is het grote voordeel dat de overheid in één klap van haar schuld verlost is en zich daar niet meer druk om hoeft te maken. Voor gezinnen is natuurlijk het voordeel dat de bestedingsruimte toeneemt. Bovendien ontstaat er door deze en de andere bestedingsimpulsen meer vertrouwen in de toekomst: de kans op werkloosheid wordt kleiner en dus hoeft men minder te sparen voor eventuele slechte tijden.


Deze drie manieren om een bestedingsimpuls te genereren (nationale investeringsbank, loonstijgingsbeleid, nationalisatie pensioenfondsen) vormen tezamen een soort deltaplan om de Nederlandse economie een eigen groeivermogen te bieden, zodat niet meer gedobberd hoeft te worden op de stromingen van de wereldeconomie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden