Nationale politie op zoek naar draagvlak en diversiteit

Een groep leidinggevenden bij de politie vindt dat er lang genoeg is gepraat over diversiteit. Het is tijd dat er echt iets verandert. Alleen dan kan de politie er voor iedereen zijn.

Sinds 2007 komen de agenten met een groep collega's samen in een denktank onder de noemer Pharresia, Grieks voor vrijmoedig spreken. Vanuit Pharresia adviseren ze de politieleiding rondom het thema diversiteit. Beeld Jiri Buller

Ze zijn al jaren als leidinggevenden werkzaam bij de politie en hebben voor hete vuren gestaan, maar vandaag worstelen zij met een loyaliteitsconflict. Jamil Meusen, Rob Westdijk, Paulo de Campos Neto en Marjolijn Dolfin zijn trots op de politieorganisatie, het werk dat ze verrichten en hun collega's. Toch willen ze hun verhaal kwijt. Want er moet iets veranderen aan de politiecultuur, zeggen ze. En snel, anders dreigt de politie af te drijven van de samenleving.

Hoe zou u de politiecultuur beschrijven?

Dolfin: 'Een cultuur van overwegend identiek opgeleide mannen die vaak op zeer jonge leeftijd binnenkomen en met de politieorganisatie vergroeien. Ik zeg niet dat het een verkeerde cultuur is, maar we verliezen daarmee het vermogen om met de blik van de buitenstaander naar onszelf te kijken. Zo ontwikkelt zich een leemlaag: alle kritiek op de politieorganisatie zakt erin weg.'

Westdijk: 'Als je een andere stem hebt, dan laat die politiecultuur zich moeilijk aanspreken. Dat maakt het weerbarstig. Je ziet daarom ook mensen vertrekken die het zat zijn, die bijten hun tanden stuk, of worden weggeparkeerd.'

'Zonder minderheden gaan we naar de filistijnen'

De politie raakt in zo'n snel tempo haar draagvlak bij 'de gekleurde samenleving' kwijt, dat alleen een forse instroom van biculturele agenten dat kan stoppen. Dit zegt commissaris Max Daniel, een van de hoogste politiefunctionarissen. Lees het interview hier (+)

Meusen: 'Andersdenkenden worden niet of nauwelijks opgenomen, waardoor menigeen ervoor heeft gekozen het korps weer te verlaten. Er zijn allerlei rapporten die ons aanbevelingen aanreiken om het anders te doen, maar toch leggen we die naast ons neer. Daardoor verandert er niets. En die luxe hebben we niet, als we in verbinding willen blijven en het vertrouwen van de samenleving in ons willen versterken.'

Dolfin: 'Het voelt bijna als uit de school klappen of je familie verraden als je hierover iets zegt. Maar dat is eigenlijk helemaal niet gezond.'

Westdijk: 'Ik hoor geregeld pijnlijke verhalen. Bijvoorbeeld een agent die collega's racistische opmerkingen hoort maken over zwarte mensen. Dat durft hij niet te delen met zijn leidinggevende omdat hij bang is dat hij er dan uit ligt of problemen krijgt op de werkvloer. De agent in kwestie heeft ook nog eens een zwarte partner. Dat doet mij ontzettend verdriet. Daarmee wil ik trouwens niet zeggen dat mijn organisatie racistisch is, maar die angst om je uit te spreken, is wel een onderdeel van de cultuur.'

Rob Westdijk, hoofdinspecteur, zit sinds 1985 bij de politie. Beeld Jiri Buller

De Campos Neto: 'Het maakt me zelfs boos wanneer ik lees dat mijn collega's van bureau Hoefkade in de Schilderswijk racistisch zijn. Ik ben ze in elk geval nog niet tegengekomen.'

Dolfin: 'De vraag is: zijn wij als politieorganisatie in staat te zien of de kritiek op het gebrek aan diversiteit terecht is? Of zijn we daarvoor te homogeen? Veel leidinggevenden binnen de Nationale Politie lijken op elkaar. Zij doen hun werk prima, maar kan deze groep zien wat er fout gaat op het gebied van diversiteit?'

Sinds 2007 komen ze met een groep collega's uit het hele land regelmatig samen in een denktank onder de noemer Pharresia, Grieks voor vrijmoedig spreken. De groep bestaat uit veertien mensen, merendeels politieagenten en een enkeling die als externe bij de politie is betrokken. Vanuit Pharresia agenderen en adviseren ze de politieleiding rondom het thema diversiteit en bieden, waar mogelijk, ondersteuning. Bijvoorbeeld tijdens de vluchtelingencrisis, toen zij alle politie-eenheden bezochten om 'polarisatiemanagement' onder de aandacht te brengen.

Daarnaast treedt Pharresia op als gesprekspartner, onder meer van de politieleiding. Maar ze zien weinig progressie in de stugge politiecultuur en het diversiteitsbeleid. Daarom willen ze nu sprongen maken in plaats van kleine stapjes. En dat kan volgens de Pharresianen alleen door vrijmoedig te spreken en luisteren.

Hoe kan vrijmoedig spreken bijdragen aan een betere politiecultuur?

Dolfin: 'Een tijdje geleden werd besloten om in het gebied waar ik werk een asielzoekerscentrum te openen. We hebben in ons team mensen die moeite hebben met de komst van vluchtelingen en mensen die juist open staan voor zulke opvang - zoals in vrijwel elke organisatie. Dat kan nog lastig worden, dacht ik, want straks staan wij bij een asielzoekerscentrum met buurtbewoners die ook verschillende meningen vertegenwoordigen. En wij zijn politie voor iedereen. Ik heb mijn team bij elkaar geroepen en gevraagd hun mening over vluchtelingen te delen, met de belofte dat die niet zou worden veroordeeld.'

Marjolijn Dolfin, teamchef, groeide op in de Jordaan, waar de politie niet als je beste vriend gold. Beeld Jiri Buller

Wat gebeurde er toen?

Dolfin: 'Er ontstond een moeilijk gesprek. Iemand zei dat hij niets heeft met vluchtelingen, 'want die bedreigen wat wij hier in Nederland hebben opgebouwd'. Er was ook een collega bij die zelf is gevlucht. Die vertelde over zijn eigen asielsituatie in het verleden en hoe afschuwelijk dat was. Even hing er een ongemakkelijke sfeer waarbij je het zweet kon ruiken.

Ik zei: spreek jullie mening en emotie uit, maar daarna blijven die hier. Zodra je de poort uitrijdt, telt je mening niet meer. Dan ben je van de politie en treed je op voor iedereen. Collega's bleven van mening verschillen, maar er vormde zich wel een collectief standpunt, namelijk: ik weet dat jij anders denkt dan ik, maar we hebben ook de afspraak gemaakt dat we er voor elkaar zijn. Wat er ook gebeurt.'

Een voorwaarde voor zulke openhartige gesprekken op de politiewerkvloer, is een gevoel van veiligheid, zeggen zij. Alleen dan kunnen agenten met elkaar het debat aangaan over hun pijnlijke ervaringen en de opvattingen die ze doorgaans voor zich houden. Maar juist aan die veiligheid ontbreekt het regelmatig, zeggen de vier.

Westdijk: 'Door dingen niet bespreekbaar te maken, wordt het gevoel van onveiligheid juist vergroot. En dat terwijl wij staan voor de veiligheid in onze samenleving. We zouden veel vaker het moeilijke gesprek moeten aangaan. Stel: ik zit aan tafel met collega's en er worden vrouwonvriendelijke opmerkingen gemaakt, of heel vervelende grappen over allochtonen en homo's. Dan moet je dit ter discussie kunnen stellen en vragen: wat maakt nou dat wij deze opmerkingen en grappen maken en voorbijgaan aan de pijn die collega's daarbij kunnen voelen? Ja, de politie kent een rauwe cultuur. Maar dat wil nog niet zeggen dat het goed is om het maar te laten gebeuren.'

Alle vier zijn in meer of mindere mate zelf ook tegen die politiecultuur aangelopen. Neem Paulo de Campos Neto. In 1995 wandelde hij met een vrouwelijke collega over straat in de Amsterdamse Pijp. Vanuit een groepje Marokkaans-Nederlandse jongeren werd zijn collega voor 'kankerhoer' uitgemaakt. Hij wist de jongen uit de groep te pikken, pakte hem bij zijn oor en gaf hem een boete.

Nog diezelfde week kreeg hij te horen dat zijn collega een klacht tegen hem had ingediend: ze vond zijn aanpak te hard. 'Ik zou die jongen nu misschien niet meer zo snel bij de oren hebben gepakt, maar ik ken de straatcultuur. Ik vind dat je die jongens niet soft hoeft aan te pakken. Politieke correctheid is net zo ondermijnend voor het politiewerk als populistische sentimenten.'

Paulo de Campos Neto, hoofdinspecteur, ging bij de politie om zich te bewijzen voor zijn omgeving. Beeld Jiri Buller

De Campos Neto noteerde zijn gedachten hierover in een mail, gericht aan zijn team. Een paar dagen later wilde de plaatsvervangend korpschef hem spreken. 'Ik dacht: wat fijn, we gaan eindelijk een inhoudelijk gesprek voeren. Maar het ging hem niet om de inhoud, het ging hem om de vorm. Hij vond dat ik het niet kon maken om hem zo te mailen. Ik realiseerde me dat er weinig ruimte was voor een kritische stem.

Na dat gesprek merkte ik dat ik steeds negatiever werd en het niet meer kon opbrengen om de criminele Marokkaanse Nederlanders elke keer uit de groep te halen. Tegelijkertijd was ik druk bezig om sommige collega's uit te leggen dat niet elke Marokkaanse Nederlander hetzelfde is.'

De Campos Neto nam eervol ontslag en werkte daarna als hoofd beveiliging bij IKEA. Na drie jaar keerde hij weer terug naar de politie. Tegenwoordig is hij werkzaam als hoofdinspecteur in de Schilderswijk.

Rob Westdijk, zoon van een Ghanese vader en Nederlandse moeder, werkt sinds 1985 bij de politie. Tijdens een pelotonoefening werd hij onaangenaam verrast door de opmerking van een collega: 'Gelukkig ben jij niet als die anderen.' Met 'die anderen' bedoelde hij allochtonen, zegt Westdijk. 'Hij bedoelde het als een compliment, maar ik kreeg het er koud van.' Later hoorde hij via de andere leden van Pharresia soortgelijke ervaringen van allochtone collega's, evenals heftige verhalen over uitsluiting, pesterijen en het mislopen van promoties.

Als plaatsvervangend commandant is hij tijdens ceremoniële gebeurtenissen verantwoordelijk voor de koninklijke standaard, een vaandel van de politie dat symbool staat voor eenheid, trouw, eergevoel en verbondenheid. 'Soms knaagt het dragen van die vaandel aan me. Want hoe is de symbolische waarde van eenheid te rijmen met de vele collega's die eenzaamheid en uitsluiting ervaren?'

Marjolijn Dolfin werd geboren in de Jordaan en groeide op in een gesloten gemeenschap, waarin de politie niet als je beste vriend gold. Ze doorliep het gymnasium en volgde een studie strafrecht en fiscaal strafrecht om advocaat te worden. Eenmaal klaar met haar studies, koos Dolfin voor een heel andere carrière als verandermanager in het bedrijfsleven.

In 2008 werd ze door de politie ingehuurd om in Kennemerland een team op te zetten dat financieel economische criminaliteit bestrijdt. Daarnaast gaf ze leiding aan diverse expertiseafdelingen van de recherche, onder meer gericht op cybercrime, vuurwapens en drugs, mensenhandel en terrorisme. Inmiddels werkt zij ruim vier jaar als teamchef.

Toen een functie als teamchef van de financiële recherche vrijkwam, werd Dolfin aangemoedigd als zijinstromer te solliciteren. Dat ging goed, maar voordat ze de baan definitief kreeg, wilde haar leidinggevende eerst dat ze een IQ-test deed. 'Ik vond dat een bijzondere eis gezien mijn academische achtergrond. Dat was de eerste keer dat ik dacht: hé, er gebeurt hier iets vreemds.'

Er zijn manieren om de stugge politiecultuur te doorbreken, zeggen ze. Dat kan door het diversiteitsbeleid binnen de politie prioriteit te geven. Niet dat het aan dergelijk beleid binnen de politie heeft ontbroken. Er zijn rapporten genoeg over geschreven, er is intern ook veel over gedebatteerd. Tussen 2001 en 2014 was er zelfs een Landelijk Expertise Centrum Diversiteit (LECD). De streefcijfers van vrouwelijke deelname binnen de politie zijn behaald, maar de etnische diversiteit blijft nog altijd ver achter. En in de huidige diversiteitsprogramma's hebben ze weinig vertrouwen meer.

De Campos Neto: 'Pharresia is ontstaan omdat we het diversiteitsbeleid zat waren. Het ging alleen over quota en windowdressing, de werkelijkheid mooier voorstellen dan die is. Voor mij betekent diversiteit ook niet dat je witte collega's door zwarte collega's moet vervangen. Maar met meer kleur in het korps kun je elkaar aanvullen en van elkaar leren.'

Arthur Barendse, teamchef, maakt deel uit van Pharresia en staat achter de uitspraken van de geïnterviewden in dit artikel. Beeld Jiri Buller

Westdijk: 'Als ik kijk naar het gemiddelde observatieteam, zie ik weinig diversiteit en dat is heel gek. Dan val je bij het observeren in zwarte wijken door de mand en loop je belangrijke informatie mis.'

Dolfin: 'Diversiteit gaat niet alleen over etniciteit, maar ook over opleiding, geslacht, expertise en ervaring. Maar als je buiten het standaardplaatje valt, kun je het binnen de politie moeilijk krijgen.'

Hoe komt het dat die diversiteitsdiscussie zo moeilijk van de grond komt?

Westdijk: 'Wat lastig is aan deze discussie, en dat gebeurt nu ook weer aan tafel, is dat je liever niet wilt praten over je afkomst als onderscheidende competentie. Want hoe kan ik een ander verwijten dat hij onderscheid maakt, terwijl ik mezelf op basis van etniciteit in die onderscheidende rol duw?'

Dolfin: 'Een blonde politieman afkomstig van het platteland, zal het waarschijnlijk prima doen als wijkagent in Drenthe. En een Ghanese agent kan als aanspreekpunt in Amsterdam-Zuidoost juist een handige bijdrage leveren vanuit zijn taal en cultuurkennis. Politiewerk is mensenwerk, maar dan moeten die mensen wel bij je werken.'

Meusen: 'Als je kijkt naar de bestrijding van cybercriminaliteit, zie je dat het vanzelfsprekend is dat we jonge mensen met digitale expertise binnenhalen. Dat levert ook geen spanning op, geen pijn zoals bij etnische diversiteit. Maar een andere achtergrond is óók een competentie. In het verleden hebben wij allerlei initiatieven ondernomen om mensen met diverse etnische achtergrond binnen te halen, maar het heeft geen zin als de omgeving waar die mensen komen te werken daarvoor niet ontvankelijk is. Dan branden die mensen binnen korte tijd keihard op. Of ze veranderen van kleur, tussen aanhalingstekens. Ze gaan zich gedragen naar de rest, om niet de uitzondering te zijn.'

Max Daniel, commissaris, waarschuwde gisteren in de Volkskrant dat een te witte politie het draagvlak in de samenleving verliest. Beeld Jiri Buller

Paulo De Campos Neto, zoon van een Angolese vader en een Portugese moeder, bracht zijn jeugd door in de Bijlmer. Hij groeide op tussen jongens met verschillende achtergronden. Maar voor de politie waren ze allemaal hetzelfde, zegt hij. Hij is daarover lang boos geweest, woest zelfs. 'Ik ben als tiener een aantal keer onterecht opgepakt. Dan kwam er weer een politiebusje aanrijden en moesten we allemaal mee. Ze zagen het verschil niet.'

Mede hierom besloot hij in 1988 bij de politie te solliciteren. 'Het was een soort missie. Aan de ene kant wilde ik tegenover mijn omgeving in de Bijlmer bewijzen dat je als zwarte jongen ook een leven buiten de marge kunt leiden. Maar ik wilde ook aan die witte politiemannen laten zien hoe je verbinding kunt maken met zo'n wijk.'

Wat is er mis met de wijze waarop de politie nu omgaat met de discussie over etnisch profileren?

Meusen: 'Wij zijn vooral bezig met duiding en legitimering van ons handelen. Wat we nalaten, is het erkennen van de pijn die etnisch profileren doet. Dat doen we niet. Punt. Zo raken we het vertrouwen kwijt van de mensen om wie het gaat en van de samenleving an sich.

We worden niet meer ervaren als politie voor iedereen, een politie die je beschermt en waarbij je je veilig voelt. En dat vertrouwen is moeilijk terug te winnen. Deze mensen en hun omgeving zullen minder snel geneigd zijn samen met ons te werken aan een leefbare en veilige samenleving. Zeker in een tijd waar we zien dat de polarisatie toeneemt.'

Westdijk: 'Ik kan mijn schouders ophalen als iemand tegen me zegt: Rob, je vertoont kloterig gedrag. Ik kan dan zeggen: je hoeft me ook niet aardig te vinden. Dat kan ik ook bij de tweede keer denken. Maar als ik het voor de derde keer hoor, moet ik misschien eens in mijn omgeving vragen of ik iets over het hoofd zie. Ik zie nu in ons korps dat zelfs na een vijfde signaal niet wordt overgegaan op zelfreflectie. We zijn ons maar aan het verdedigen, in plaats van tegen ontevreden burgers te zeggen: ik verplaats me in jouw positie om te voelen wat er aan de hand is, zodat ik daarmee iets kan doen. Dát is aansluiting vinden bij die samenleving. '

Meusen: 'In sommige wijken hebben we al legitimiteit verloren. Wij zijn nu aan zet om hiervan te leren en er alles aan te doen om te voorkomen dat het in de toekomst gaat escaleren.'

Dolfin: 'Vergeleken met Frankrijk en sommige plekken in België is de politie in Nederland een verademing, een van de beste zelfs van Europa. Zeker als je kijkt naar wijkagenten die met de wijken verweven zijn. Er is nagenoeg geen plek waar we niet kunnen komen. Ik hoop wel dat we dat over tien jaar nog steeds kunnen. Alleen, als we als organisatie nu niet veranderen en ons niet écht inzetten voor diversiteit, vrees ik voor de toekomst. Maar ik wil ook een appèl doen op de politiek en de media. Help mee en zorg dat ons verhaal evenwichtig blijft, want dit gaat over ons allemaal.'

Jamil Meusen, geboren in India, begon in 2010 zijn loopbaan bij de politie als districtschef in het voormalige politiekorps Brabant-Zuidoost. Hij is een van de weinige biculturele zijinstromers die de politie via het programma Politie Top Divers wist aan te trekken. Daarvoor werkte hij achttien jaar in leidinggevende functies bij defensie voor de landmacht en de Koninklijke Marechaussee. In die periode voltooide hij drie buitenlandmissies in Bosnië en Afghanistan.

De politie moet de blik naar buiten richten voor frisse ideeën, vindt hij. Hij is vooral te spreken over de manier waarop bijvoorbeeld de Canadese politie diversiteit tot een fundamentele pijler heeft gemaakt. Diversiteit is daar voorwaardelijk voor maatschappelijke legitimiteit.

Dat was niet altijd zo, leerde Meusen toen hij in november 2016 een kijkje nam bij de politie in Toronto. De omslag kwam zo'n tien jaar geleden. 'Aanvankelijk was er veel weerstand. De toenmalige korpschef Bill Blair kwam met een krachtig statement: als wij het vertrouwen van onze samenleving verliezen, hebben wij de opdracht om dat vertrouwen terug te winnen. Dankzij zijn moed en doorzettingsvermogen heeft Toronto een divers korps dat midden in de maatschappij staat en de waardering heeft van de burgers.'

'Incidenten met politiegeweld worden niet intern onderzocht, maar door burgers. De basisteamchef zit maandelijks met zijn gemeenschap aan tafel om verantwoording af te leggen, ze kijken voortdurend samen waar ze nog meer in elkaar kunnen investeren. Dat zou ook in Nederland kunnen. Je moet het alleen wel durven. Als politie moet je je constant afvragen hoe je verbinding maakt met de samenleving. Om dat voor elkaar te krijgen, heb je mensen van verschillende achtergronden nodig. Diversiteit zou een van onze kerntaken moeten zijn, maar helaas is het dat niet.'

Jamil Meusen, commissaris, kwam als zijinstromer binnen. Beeld Jiri Buller

Dolfin: 'En we kunnen onze mooie organisatie nog sterker maken en de politiecultuur verbeteren als we meer breekijzers hebben in de politieleiding, mensen die je helpen vooruit te komen in de organisatie. Tijdens mijn loopbaan bij de politie heb ik veel gehad aan een aantal mensen dat nu deel uitmaakt van de hoogste politieleiding. De breekijzers zijn dus broodnodig, maar die zijn helaas nu in de minderheid.'

De Campos Neto: 'Zodra je verandering wilt, heb je altijd collega's die zich aangevallen voelen. Maar mijn boodschap is: collega's, we horen allemaal bij elkaar en we moeten het samen doen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden