Nationale politie niet verstandig

Nationalisatie van de politie is onverstandig, omdat de politie dan volledig los komt te staan van de omgeving waarin het werk wordt gedaan, betoogt Thom de Graaf....

Cees Fasseur suggereert dat de in sommige opzichten exorbitante regelingen en declaraties van diverse korpschefs het gevolg zijn van de huidige regionale indeling van de politie en verbindt hieraan een pleidooi voor een nationaal georganiseerd politiebestel (Forum, 19 december). Een rare gedachtenkronkel.

Ook twintig jaar geleden bestonden al controverses rond de zeggenschap over de politie. Alle ministers van Justitie streefden naar een krachtige greep op de politie om hun verantwoordelijkheid voor opsporing en vervolging waar te kunnen maken. Van oudsher was echter een groot deel van de politie lokaal georganiseerd: de iets grotere gemeenten hadden hun eigen korps dat door de plaatselijke burgemeester werd beheerd, op het echte platteland trad de rijkspolitie op.

Binnenlandse Zaken behartigde van oudsher de belangen van het lokale bestuur in de politiezorg. Die lokale inbedding was niet vreemd: het overgrote deel van het politiewerk speelt zich in de binnensteden en de wijken af: gebiedsgebonden politiezorg, buurtpreventie, noodhulp, samenwerking met buurtmanagers en jongerenwerk en handhaving van de openbare orde bij voetbal en evenementen en in uitgaanscentra.

De politie is altijd gericht geweest op opsporing van strafbare feiten én op handhaving van orde en rust. Vaak vloeit dat samen, reden waarom er sinds jaar en dag een frequent driehoeksoverleg tussen burgemeester, officier van justitie en politiechef bestaat.

Veel kleine gemeentepolitiekorpsen bleken te kostbaar en weinig efficiënt. De stammenstrijd tussen de departementen van Justitie en Binnenlandse Zaken werd in 1989 door de ministers Hirsch Ballin en Dales doorbroken met een historisch compromis. Weliswaar werd de politie op grotere (regionale) schaal georganiseerd, maar het binnenlands bestuur (de burgemeesters) bleef verantwoordelijk voor het beheer.

De korpsbeheerders zijn verantwoordelijk voor de verdeling van de politie over de regio, voor de begroting en voor het beleidsplan, werken daarin nauw samen met de hoofdofficier van justitie en leggen verantwoording af aan de andere burgemeesters in de regio. Zo werd de lokale inbedding van de politiezorg gewaarborgd, maar kregen de Haagse ministeries ook meer greep op de politie.

Sinds de invoering van de Politiewet 1993 is er daarom op tal van terreinen extra centrale sturing gekomen, inclusief dwingende ‘prestatieafspraken’ met bijbehorende financiële sancties. De politie is in zo’n centraal keurslijf geregen dat de meeste burgemeesters en gemeenteraden menen dat hun invloed minimaal geworden is.

Maar de roep om nog meer centralisatie klinkt alleen maar luider. Waarom eigenlijk? De politie kost geld en natuurlijk kan het op onderdelen altijd efficiënter. Maar wie verwacht dat één Rijkspolitie de veiligheidszorg stukken goedkoper en efficiënter maakt, zal bedrogen uitkomen. We kennen al te veel voorbeelden van centrale megadiensten waar veel op de bedrijfsvoering valt aan te merken.

Het is in de meeste steden het afgelopen decennium aanmerkelijk veiliger geworden, mede door de inzet van de regionale politie. De positieve resultaten dwingen dus niet om de politie weer eens op de schop te nemen. Het zou veel verstandiger zijn als we pas op de plaats zouden maken en de politiekorpsen eens gewoon hun werk laten doen. Fasseur wil graag een nationale politie, maar noemt zelf de eerste stap daar naartoe, het op te richten politiedienstencentrum, al een bureaucratisch waterhoofd. Hoe groot moet dat hoofd wel niet worden als hij zijn zin krijgt? Niet de regionale structuur van de politie is zorgelijk, maar de Haagse centralisatiedrift en de door dit kabinet opgelegde bezuinigingen van honderden miljoenen.

Het is zonderling om, zoals Fasseur doet, arbeidsvoorwaardenregelingen die met enkele korpschefs zijn overeengekomen (overigens binnen de wettelijke kaders) te omschrijven als ‘misbruik en oneigenlijk gebruik van politiegelden op regionaal niveau’. De ‘exorbitante onkostenvergoedingen en extra beloningen’ die hij opvoert als argument om snel tot landelijke politie over te gaan, betreffen immers ook de rechtstreeks onder de ministers vallende leiding van het Korps Landelijke Politiediensten. Hoezo Haagse sturing?

Wie een discussie wil voeren over de zeggenschap over de politie, moet dit met ordentelijke argumenten doen in plaats van het sentiment van de dag aan te grijpen. Een zekere centrale sturing van de politie is onvermijdelijk in een veiligheidsomgeving die steeds internationaler wordt. De belangrijkste reden om niet tot volledige nationalisatie over te gaan, is dat het lokale bestuur de invloed op de politiezorg volstrekt kwijtraakt. De politie wordt losgezongen van de omgeving waarin 80 procent van het werk wordt gedaan. Dat de burgemeester dan nog formeel gezag resteert over openbare ordetaken is een schrale troost.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden