'Nation building' past slecht bij 'empire lite'

Woorden veranderen in de loop van de geschiedenis soms van betekenis...

Wim Bossema

Dat overkomt nu het begrip 'nation building', het opbouwen van een natie. Zoals de term nu voor Irak en Afghanistan wordt gebruikt, betekent het bijna het tegenovergestelde van het origineel uit de jaren vijftig en zestig.

Toen was nation building een van de sleutelwoorden van de nationalistische partijen in de Derde Wereld, die de macht kregen in de oud-koloniën. Het was een optimistische tijd: de Europese wereldrijken werden ontbonden, in Azië en Afrika ontstonden nieuwe landen. Alles leek mogelijk zonder het koloniale juk. In Afrika werden namen bedacht voor de nieuwe naties, een vlag en een volkslied, alles fris en nieuw.

Maar náties waren deze landen nog niet. De grenzen waren door de koloniale machten getrokken; daarbinnen huisden vele volkeren, soms wel tientallen, met eigen talen en tradities. Nieuwe leiders als Nyerere van Tanzania hielden de inwoners van de exkolonie voor dat zij wel degelijk bij elkaar hoorden, dat zij trots konden zijn op hun geschiedenis van voor de komst van de Europeanen, dat zij bovendien één waren geworden in de strijd voor onafhankelijkheid en dat ze het Swahili als nationale taal hadden. Ze bouwden aan een nieuwe natie.

Het verschil met Irak anno 2003 is duidelijk. De nation building moet daar beginnen na een succesvolle militaire invasie, gevolgd door een bezetting. Het (weder) opbouwen van de natie zal juist gebeuren onder toezicht van buitenaf en voorlopig met geld van buiten, zoals de ruim 18,6 miljard dollar Amerikaanse hulp die de Senaat deze week goedkeurde. Het lijkt meer op nieuw kolonialisme dan op een nieuwe onafhankelijkheid.

Deze nieuwe betekenis van nation building wordt toegepast in Bosnië, Kosovo en Afghanistan. Michael Ignatieff gaf deze ondernemingen van de 'internationale gemeenschap' de naam 'empire lite' in het gelijknamige boek dat net voor de invasie van Irak verscheen. Hij heeft het over 'een karakteristieke, nieuwe vorm van imperiale curatele genaamd nation building'. Zoveel verschil met de verlichte vormen van het oude kolonialisme – waarbij de koloniale machten stabiliteit, onderwijs en economische vooruitgang brachten – is er niet.

Maar goed, de nieuwe 'nation builders van buitenaf' vergelijken zich liever met de Nyerere's van weleer dan met de koloniale bezetters. Ze lijken te hebben vergeten hoe het de oorspronkelijke nation building is vergaan.

De euforie van de onafhankelijkheid in de nieuwe staten doofde snel. Na een paar jaar was voor iedereen duidelijk dat de dromen niet snel zouden uitkomen. Voorlopig geen self-reliance (financieel op eigen benen staan), maar economische afhankelijkheid van het Westen; geen snelle ontwikkeling, maar aanhoudende en weldra groeiende armoede. De politieke vrijheid was van korte duur en overal ontstonden éénpartijstaten of militaire dictaturen. De nieuw gesmede nationale eenheid bleek broos en burgeroorlogen overspoelden Afrika en Zuidoost-Azië.

De nieuwe natiebouwers hebben het eigenlijk nog moeilijker. Van buitenaf burgers proberen te overtuigen dat zij tot een natie behoren is paradoxaal. Zeker in landen die een bloedige etnische oorlog achter de rug hebben. Het noodzakelijke voorwerk – een eind maken aan het geweld, het scheppen van een klimaat van verdraagzaamheid – is al een heksenklus gebleken.

Het schrikbarende lot van veel VN-vredesmissies in de jaren negentig is het best beschreven door Linda Polman in het boek ' K zag twee beren. Het is een kroniek van soms heldhaftige VN'ers (zoals de Pakistanen in Somalië) in hopeloze situaties, met onuitvoerbare opdrachten.

Het toppunt van de waanzin maakte zij mee in Rwanda, waar een jaar na de genocide van 1994, het leger van de slachtoffers (Tutsi's) de burgers van de daders (Hutu's) afslachtte in Kibeho onder het oog van Zambiaanse VN-soldaten en van Linda Polman. Ze beschrijft het koel en hartverscheurend: de onvermoeibare inzet van de mannen van kapitein Francis en hun onmacht iets aan het zich voltrekkende drama te doen, is de extreme variant van het probleem waarmee alle vredesmissies kampen.

In Irak is een onvergelijkbaar veel sterkere militaire macht tot nu toe evenmin in staat de situatie te beheersen. De VN, het Rode Kruis en andere hulporganisaties verlaten het land, verjaagd door aanslagplegers. Elke dag raakt het beeld van een bevrijd Irak, waar de opgeluchte Irakezen met hulp van hun vrienden uit de puinhopen van Saddams schrikbewind aan een nieuwe natie bouwen, verder verwijderd van de werkelijkheid.

Voorlopig is het maar beter te zwijgen over nation building in Irak.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden