Nasrdin

In de Volkskrant stond gisteren een interview. In NRC Handelsblad ook. Het Parool opende er zelfs de krant mee: 'Acteur held na speech'. Bij DWDD ging het erover en de held zat bij Pauw & Witteman.


Nasrdin Dchar won vrijdagavond tijdens het Gala van de Nederlandse Film een Gouden Kalf voor de beste mannelijke hoofdrol. Maar dat was iedereen alweer bijna vergeten, toen hij in zijn dankspeech de woorden '... en ik heb een fokking Gouden Kalf in mijn hand' had uitgesproken: tumult.


Dchar handelde in de beste Oscartradities door het podium, nadat hij dat had veroverd met zijn mooie hoofdrol in de film Rabat, te gebruiken voor een maatschappelijke boodschap; de Nederlandse cinema wordt eindelijk volwassen.


Marlon Brando won in 1973 de prijs voor de beste mannelijke hoofdrol, voor zijn onvergetelijke rol als Don Corleone in The Godfather. In plaats van de prijs zelf op te halen, stuurde hij de indiaan Sacheen Littlefeather het podium op. Die las een statement voor van Brando, over de verwerpelijke manier waarop indianen werden neergezet in Hollywoodfilms. In 2003 schokte documentairemaker Michael Moore de zaal door verbaal in te gaan hakken op president Bush, die juist Irak was binnengevallen.


Dchars speech zorgde ervoor dat het Gouden Kalf opeens talk of the town was; iets dat niet meer was voorgekomen sinds Rijk de Gooijer zijn Kalf in 1995 achteloos uit het raam van een rijdende taxi mieterde.


Iedereen vond het een fantastische speech en Nasrdin Dchar was de man van de avond. Ik keek zelf ook met tranen in mijn ogen.


Dat was vrij opmerkelijk, want zo briljant was de speech helemaal niet. Het was geen zorgvuldig opgebouwde toespraak, waarin de toeschouwers volgens de wetten der retorica zorgvuldig en in welgekozen bewoordingen werden meegenomen naar een ontroerende climax, met onderweg hier en daar een moment van stilte voor een tussenapplausje - een Obamaspeech, zeg maar.


Er stond ook geen groot orator, die met zijn charismatische persoonlijkheid en acteertalent de toeschouwers betoverde.


Je kon het eerlijk gezegd amper een speech noemen. Het waren, na een korte inleiding over het belang van dromen en voor de bedankjes aan de mensen die de film Rabat hadden gemaakt, welgeteld 6 zinnen en op de kop af honderd woorden die Nasrdin Dchar uitsprak.


Hij had het over het overwinnen van zijn angsten. Over dat we in Nederland worden geïnjecteerd met angst. Over de speech van Maxime Verhagen, die zei dat hij de angst voor buitenlanders best kon begrijpen. Daarna verklaarde Dchar dat hij een Nederlander was met Marokkaans bloed en een moslim. Waarna hij afsloot met de constatering dat hij een fokking Gouden Kalf in zijn hand had. Iets dat de toeschouwers natuurlijk niet was ontgaan.


Enkele losse opmerkingen, aantekeningen bij de tijdgeest - en dat dan in het kader van een fokking Gouden Kalf.


Op dat moment braken de toehoorders de zaal af, werd het Gouden Kalf van beloning voor een mooie acteerprestatie een eerbewijs voor de speech die Dchar stond te houden en veranderde de spreker van filmheld in echte held.


Het waren eenvoudige woorden van een dolblije man. Er zat opluchting in de reacties in Utrecht en elders. Het was alsof veel mensen er al een tijdje op zaten te wachten: er is niets om bang voor te zijn. En misschien toont de weerklank van de woorden van Nasrdin Dchar dat we zo langzamerhand schoon genoeg beginnen te krijgen van de fokking angstzaaiers.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden