Narcissenwater voor Schumanns lid

Over de geestesgesteldheid van de Duitse componist Robert Schumann (1810-1856) is veel gespeculeerd. In een recente biografie wordt de bron van zijn psychische stoornissen helder verklaard: syfilis....

Er rust een geheimzinnig taboe op sterven door eigen hand, een geslachtsziekte of krankzinnigheid. Toen de Franse filosoof Michel Foucault op 25 juni 1984 overleed aan de gevolgen van aids, werd de doodsoorzaak aanvankelijk toegedekt. De ziekte waaraan de componist Robert Schumann op 29 juli 1856 bezweek, was jarenlang in duisternis gehuld. Tegen zijn arts in het gesticht Endenich, waar hij na zijn zelfmoordpoging op 22 februari 1854 door een sprong in de Rijn bij Düsseldorf werd opgenomen, noemde Schumann zelf als oorzaak van zijn psychische ellende de geslachtsziekte die hij op zijn 21ste had opgelopen. Postuum krijgt de patiënt gelijk, zo blijkt uit de kritische biografie Robert Schumann – Life and Death of a Musician van John Worthen. Een stroom deskundigen had het mis.

Over de kwaal waardoor Schumann in Endenich belandde, wordt sinds zijn dood druk gespeculeerd. Onder andere in Robert Schumann – Eine Lebenschronik in Bildern und Dokumenten van Ernst Burger (1999, uitgegeven door Schott, Mainz), die ongetwijfeld het mooist is van alle studies die de afgelopen jaren verschenen. Leed Schumann in moderne psychiatrische termen aan een manisch-depressieve ziekte (bipolaire stoornis), aan terugkerende depressies of aan schizofrenie?

De Britse letterkundige John Worthen, bekend van zijn biografie van D. H. Lawrence, betoogt dat Schumann stierf ten gevolge van een andere aandoening: dementia paralytica, het eindstadium van syfilis. Er was geen sprake van een bipolaire stoornis met onderdrukte homoseksualiteit, zoals de Amerikaanse psychiater Peter Ostwald beweerde in Robert Schumann – Music and Madness (1985). Schumanns lichamelijke klachten moesten in diens opvatting worden gezien als een manifestatie van terugkerende depressies. Fout, schrijft Worthen. Schumanns lichamelijke en psychische klachten waren allemaal het gevolg van (zijn angst voor) syfilis.

Op grond van gedegen bronnenonderzoek ontvouwt Worthen hoe de geleerden zich op een dwaalspoor lieten brengen. Het overgeleverde sectierapport van dr. Franz Richarz, die Schumann had behandeld en tevens de lijkopening had verricht, werpt nauwelijks licht op de zaak. Het was vooral bedoeld voor zijn weduwe Clara, schrijft Worthen. Vandaar de nogal vage taal van dit sectierapport. Bovendien was Richarz er te veel op uit om zijn eigen vermoedens over Schumanns ziekte bevestigd te krijgen.

Zo vond hij onder meer atrofie van de hersenen, die volgens hem het gevolg was van Schumanns enorme psychische en artistieke productiviteit. Maar volgens de huidige wetenschap was er, op grond van het gemeten hersengewicht, helemaal geen sprake van atrofie. Wel zag Richarz afwijkingen die zijn Belgische collega Guislain in 1852 beschreef bij patiënten met algemene paralyse, nu dementia paralytica genoemd, maar die blijken achteraf helemaal niet specifiek voor deze aandoening.

Het antwoord op de vraag welke ziekte Schumann sloopte, is te vinden in zijn dagboeken, die vanaf 1971 voor het eerst in de voormalige DDR zijn gepubliceerd. Ze zijn volledig over het hoofd gezien, schrijft Worthen terecht. Door het uitgebreide notenapparaat geven ze een uitstekend beeld van de dagelijkse bezigheden van Schumann, zoals de ontmoeting met de beroemde dichter Heinrich Heine in München.

Wie behalve over Schumanns ziekte alles over diens werk en leven wil weten, mag de biografie van Worthen niet missen. De biograaf ontzenuwt de ene na de andere mythe, bijvoorbeeld dat Schumann lui was en nauwelijks naar college ging. Hij was inderdaad vaak stomdronken, wat hem niet belette de volgende dag weer even fris bezig te zijn met muziek. Als student genoot Schumann samen met zijn vrienden uitbundig van het leven, de liefde en de muziek. Een van zijn drinkebroers, met wie hij samen aan de piano liederen van Schubert kweelde, was Christian Glock, een niet erg succesvolle medisch student. Glock schrok zich wild toen hij in mei 1831 de penis van Schumann van dichtbij aanschouwde.

Schumann was een liefhebber van mooie vrouwen, met wie hij heftig en soms meteen daarna nóg eens de liefde bedreef. Hij deed dat ook zeer frequent met Clara Wieck, de negen jaar jongere vrouw met wie hij in 1840 trouwde. In zijn dagboek markeerde hij de liefdesdaad nauwgezet met ‘F’ (van Fick, Duits voor coïtus). Schumann was in 1831 besmet door een zekere Christel, de dienstmeid van zijn muziekleraar en latere schoonvader Friedrich Wieck, bij wie hij op kamers woonde.

Schumann had een bijtende zweer op het frenulum van zijn penis, die hij van Glock moest besprenkelen met narcissenwater. De zweer verdween, maar dat was zonder dit toverwater ook wel gebeurd. De geslachtsziekte verdween niet, maar ‘dook onder’. Opmerkelijk genoeg dacht Schumann 23 jaar later in het gesticht meteen aan die vroegere geslachtsziekte, lang voordat de relatie tussen een syfilisinfectie op jonge leeftijd en de veel latere symptomen van krankzinnigheid en verlamming door de wetenschap werd aangetoond.

Worthen is zo overtuigd van zijn gelijk, dat hij elke depressie bij Schumann in twijfel trekt. In zijn ogen zijn vrijwel alle, ook psychische, symptomen van Schumanns toestand toe te schrijven aan de latere stadia van syfilis. Toch zijn depressieve episodes op grond van Schumanns brieven en dagboeken wel degelijk hard te maken. Zo schreef de componist aan Felix Mendelssohn dat hij zich langdurig depressief voelde. Het is realistischer om te concluderen dat Schumann behalve een aantal depressies er uiteindelijk nog andere psychiatrische symptomen bij kreeg. Echt manisch is hij nooit geweest.

In Endenich was hij geregeld bang om gek of vergiftigd te worden. Hij sprak over zijn eerste vrouw die in het paradijs was (in werkelijkheid was hij alleen met Clara getrouwd, die nog leefde, maar hem nooit bezocht). Hij hoorde stemmen en had last van duivels die hem dwars zaten. Symptomen die voorkomen bij schizofrenie, maar ook bij hersensyfilis. Op hersensyfilis wijzen de spraakstoornissen, de gestoorde pupilreacties en de falende gezichtsherkenning. Ze staan in het in 2006 gepubliceerde medisch dossier, in Robert Schumann in Endenich (1854-1856) van Bernhard Appel. Daaruit blijkt dat ze in Endenich meer belangstelling hadden voor Schumanns ontlasting dan voor zijn psychische gesteldheid: hij kreeg 150 klysma’s, en het dossier maakt 666 maal melding van zijn ontlasting.

In Endenich kende hij ook gelukkige momenten. Hij genoot van de ochtendzon en wandelde graag met zijn verpleger naar de Kreuzberg, twintig minuten verderop, vanwaar hij een schitterend uitzicht had op de kathedraal van Keulen. Ondanks zijn angsten en gekweldheid bleef Schumann, in tegenstelling tot wat vaak wordt beweerd, tot in 1856 muziek schrijven en piano spelen. In een algehele toestand van uitputting stierf hij. Zijn vrouw Clara stond om een hoekje te kijken, met Johannes Brahms aan haar zijde. Hans van der Ploeg

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden