Narcisme, neuroses en de drift tot schrijven

Stephan Sanders doet verslag van zijn vorderingen bij het schrijven van liefde-is-voor-vrouwen.nl. Dat is ook de naam van de website waarop deze roman wordt geschreven....

Astrid P. introduceert zichzelf in haar mail als een 'zevende jaars studente psychologie, die maar geen genoeg kan krijgen van het vak en het student-zijn'. Bovendien, zegt ze, houdt ze op die manier tijd over om te schrijven. 'Dat is altijd het belangrijkste voor me geweest, zolang ik me kan herinneren: als andere meisjes met poppen en theeserviesjes in de weer waren, pakte ik een kladblok en probeerde woorden na te tekenen uit de krant.' Wij hebben hier van doen met iemand die leest en schrijft 'of mijn leven ervan afhangt, en voor mijn gevoel overdrijf ik daar niets aan'.

Er staat een boek van haar aan te komen, meldt ze ook, maar ze is nog niet helemaal tevreden over de laatste twee hoofdstukken. 'Soms vrees ik, dat ik daar tot mijn tachtigste niet helemaal gelukkig mee zal blijven.'

Wij herkennen onmiddellijk de klassieke faalangst, die gepaard gaat met een al even klassieke hoogmoedswaan, een combinatie die al vaker is besproken in deze rubriek.

Wat dat betreft hoef ik Astrid niets meer te vertellen: 'Ik twijfel tussen heel slecht en meesterlijk, als ik mijn eigen verhalen overlees. Gewoon goed, of goed genoeg geldt kennelijk alleen voor anderen, niet voor mijzelf.'

Net als Paul V., de computerfanaat die vorige week op sympathieke, maar niet-begrijpende toon vroeg waarom mensen in godsnaam verhalen verzinnen, 'als de werkelijkheid al genoeg raadsels kent', wil Astrid de raison d'*tre van het schrijven kennen. Niet als buitenstaander die verwonderd kijkt naar die vreemde gewoonte van sommigen om telkens maar weer de geleefde werkelijkheid concurrentie aan te willen doen met een geschreven versie, maar 'als slachtoffer' zoals ze het zelf zegt 'van een ongeneselijke ziekte, die ook wel schrijven wordt genoemd.'

Het is de toon van luchtig gebrachte hypochondrie, die ze ook in de rest van haar mail moeiteloos volhoudt. 'Waarom bijvoorbeeld, is het voor mij onmogelijk om iets mee te maken in het dagelijkse leven zonder dat ik erover schrijf. Is het narcisme? Eigendunk, zelfoverschatting? Of juist het tegendeel daarvan: neurose, zelfhaat? Heb ik pas recht van spreken als ik het opgeschreven heb?

'Ik ken de uitspraak, dat het leven bedoeld is om uit te monden in een goed boek. Maar stel, dat het boek op mijn tachtigste nog niet geschreven is, ben ik dan mislukt?' Astrid besluit 'met verwachtingsvolle groet', zodat ik me van de weeromstuit aangesproken voel als wonderdokter, die altijd werkzame oliën te vergeven heeft. Helaas mevrouw, is het door u gewenste product net eventjes uit voorraad.

Ik weet zo uit mijn hoofd (bewuste boek natuurlijk weer eens uitgeleend, aan een ongetwijfeld goede, maar vooralsnog niet te achterhalen vriend) dat zelfs Freud zo zijn bedenkingen had bij beroepsschrijvers die gerede kans liepen meer achteraf te leven, in hun eigen reconstructies, dan in het hier en nu. Gelukkig was Freud wel zo snugger die overpeinzing, zoals al zijn invallen en gedachten, schriftelijk aan ons over te leveren zodat we er nu nog weet van hebben.

Als het al een neurose is, zou ik zeggen, dan toch een vruchtbare die ik niet zo een, twee, drie zou proberen te temperen. Sowieso sta ik huiverig tegenover het gejongleer met neurosen. Stel, dat vastgesteld zou kunnen worden dat de schrijfbehoefte een neurotische is, moet onze cultuur dan maar weer oraal worden? Beetje onpraktisch.

Let wel: het onvolprezen Neurosenleer van prof. P.C. Kuyper is een van mijn meest geliefde boeken. Ligt naast het bed, stukgelezen. On ge lofelijk, wat een inventiviteit en fantasie. Het stoort mij hoegenaamd niet dat daarin aandoeningen worden besproken, die de meeste psychiaters inmiddels aandoenlijk zouden vinden en in ieder geval niet het behandelen waard. Het is met de neurose een beetje gegaan als met de ongehuwde moeders: het fenomeen houdt onverminderd aan, maar vermag steeds minder onrust en morele paniek op te wekken.

Vervolgens Astrids korte vraag met wijdlopige gevolgen: 'Is het narcisme?' Ik ben geneigd ferm 'neen' te antwoorden, al was het maar omdat ik niet weet wat met 'narcisme' wordt bedoeld. Het begrip is door Freud uit de Griekse mythologie geplukt, zo rond 1900 en daarna door zijn collega's dankbaar overgenomen. Net nu psychotherapeuten wat minder kwistig rondstrooien met de term, heeft de straat de narcistische diagnose ontdekt. Het is alsof iemand handgranaten heeft uitgedeeld aan kinderen: te pas en te onpas horen we de harde knal van de narcistische beschuldiging, die nu weer eens op egoïsme duidt, dan weer op een teveel aan eigenliefde, en soms ook op een gebrek daaraan. Kortom: een spijkerbom, altijd raak.

Laat ik terug gaan naar het mythische begin: Narcissus, de knappe Griekse jongeling, weigert in te gaan op de liefde van de nimf Echo en wordt voor zijn hoogmoed gestraft. Van nu af zal alleen zijn eigen spiegelbeeld hem nog bevrediging schenken. Zo staart Narcissus, bevangen door zijn eigen reflectie in de vijver, weken, maanden achtereen en kwijnt langzaam weg.

Het narcisme van Narcissus, om het maar eens tautologisch uit te drukken, is geen lolletje, maar de uitkomst van een wraakoefening van de goden. Mij intrigeert het volgende: wat beleefde de Griekse jongeman op het moment dat hij geconfronteerd werd met zijn spiegelbeeld? Algemeen wordt aangenomen dat hij zo vervuld was, van hetgeen hij zag dat hij er zich niet van kon losmaken. Maar stel nu eens, dat Narcissus vooral getroffen werd door ongeloof en verbijstering: Ben ik dat? Ziet de buitenwereld me zo? Is dit het beeld dat anderen van me krijgen? In dat geval zou narcisme verwijzen naar de discrepantie tussen de binnen- en buitenwereld, tussen zelfidee en publiek imago.

Tegenwoordig zitten de mensen 'lekker in hun vel' en worden zelfs de gebouwen van reflecterend glas vervaardigd, zodat we in staat zijn iedere seconde ons buitenbeeld te controleren. Maar ik kan me moeiteloos een ongemakkelijk 'ik' voorstellen, dat zich haastig uit de voeten maakt zodra er weer zo'n spiegelende verzekeringskolos opduikt, waarbij je voortdurend achtervolgd wordt door je eigen schaduw.

Dit, lijkt me, is het tegendeel van het zelfvoldane karakter dat zo vlot beschuldigd wordt van narcisme. Ongecompliceerde, zelfvoldane karakters worden voetbaltrainer of verzekeringsagent of notaris, maar geen schrijver. Schrijven is een manier om het 'ik' uit te breiden, te camoufleren, of te vergeten desnoods: er zijn heel wat minder omslachtige en tijdrovende methodes om het te bevestigen.

Daarom Astrid, wanhoop niet.

De volgende week weer spreekuur, zelfde tijd, zelfde plaats.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden