Column

Naoorlogse spelregels van democratie staan onder druk

Komende 4 en 5 mei staan we weer stil bij Nationale Dodenherdenking en Bevrijding. Als altijd indrukwekkend. Toch wordt het elk jaar moeilijker het verhaal van oorlog en bezetting aan de nieuwe generaties door te vertellen. Met de afstand in tijd vervagen de ooggetuigen, de directe herinneringen en persoonlijke ervaringen. De Tweede Wereldoorlog wordt geschiedenisboek.

Ceremoniële militairen tijdens de jaarlijkse Nationale Dodenherdenking bij de begraafplaats Militair Ereveld Grebbeberg.Beeld anp

Dat geldt op een bepaalde manier zelfs voor 'de didactische lessen' van de oorlog. De waarschuwing tegen oorlog, tirannie en Holocaust: 'Nie Wieder', 'Dat nooit meer'. Ook die vermaning van het oorlogsverhaal laat zich moeilijker verbinden met de huidige tijd. Of juist gemakkelijker, en precies daarin schuilt het probleem.

De tijd is zwanger van 'godwins': al dan niet gepaste referenties aan Hitler en de Tweede Wereldoorlog. Van het beschamende antisemitisme-schandaal in de Britse Labour Party ('Was Hitler een zionist?'), het Alternative für Deutschland-partijcongres in Stuttgart dit weekend, waar in het Duits werd vastgelegd dat 'de Islam niet in Duitsland thuishoort', tot aan de radicale islam met zijn demonisering van 'ongelovigen'. Ik zou graag een vrolijker verhaal vertellen, maar we realiseren ons dat we in een tijd leven waarin opnieuw sterke culturele en sociale spanningen zijn ontstaan. En die voelen onheilspellend aan.

De maatschappelijke context waarbinnen we 4 en 5 mei vieren is dus nogal veranderd. We leven meer en meer buiten de naoorlogse beschermingscocon van 'dit nooit meer'. De demonen van de geschiedenis zijn aan het terugkeren, deels wakker gekust door een overmoedig en naïef establishment: hypernationalisme, vreemdelingenhaat, maatschappelijke onverdraagzaamheid, sociale ongelijkheid. De naoorlogse spelregels die we ooit bedacht hadden om de Europese samenleving, die als gevolg van nazisme en communisme was ontspoord, weer op de rails te krijgen staan onder druk. Er gaat geen week voorbij of er wordt gedebatteerd over de fundamenten van democratie en rechtsstaat. Vrijheid van meningsuiting, vrijheid van godsdienst, anti-discriminatie. Ebru Umar versus Erdogan en de Nederturken, de 'minder/minder'-rechtszaak tegen Wilders.

Dat wat we herdenken en vieren op 4 en 5 mei is dus geen rustig bezit. We kunnen ons daarom niet langer veroorloven dat 4 en 5 mei-herdenkingen al te ritueel en vrijblijvend zijn. Ze zullen zich moeten verhouden tot de veranderde omgeving. Waakzaamheid zonder naïviteit is geboden.

Waarom? Omdat de naoorlogse spelregels van democratische rechtsstaat en verzorgingsstaat alleen kunnen functioneren als ze gedragen en geschraagd worden door een samenleving in de ware zin des woords. En juist dat samenleven staat onder druk.

De klassieke socioloog Émile Durkheim (1858-1917) stelde zich eind negentiende eeuw de vraag wat het samenbindend element kan zijn in een samenleving die door migratie, religieuze conflicten en revoluties op drift is geraakt. Durkheim zocht het antwoord in 'een gedeelde wil tot samenleven'. Politiek filosofe Tamar de Waal heeft daar onlangs in De Groene (20 april) terecht naar verwezen. Uiteenlopende groepen mensen moeten elkaar op zijn minst identificeren als behorend tot één maatschappij. Het is die collectieve wil tot samenleven die ervoor zorgt dat een maatschappij als een geheel functioneert en niet uit elkaar valt.

En het is precies deze gedeelde wil tot samenleven die in deze wilde overgangstijd getest en beproefd wordt. Willen rechtspopulisten wel met moslims een samenleving vormen? En willen moslims wel samenleven met ongelovige westerlingen? Willen Turkse Nederlanders met dubbele paspoorten wel on-gesegregeerd samenleven met niet-Turkse Nederlanders?

En hoe bruisend is de gedeelde wil tot samenleven tussen hoger- en lageropgeleiden in onze huidige samenleving of gaan die elkaar liever uit de weg? En wat is de kwaliteit van samenleven tussen de insiders op de arbeidsmarkt en de flexibele ring om hen heen? En weer iets anders: hoe is het gesteld met de gedeelde wil tot samenleven in de Europese Unie? Horen de Grieken daar nog bij? De Engelsen?

Vrijwel alle krantenberichten van deze tijd zijn terug te brengen tot de kernvraag: met wie precies willen we samenleven? De 'les van Durkheim' is: bevorder en versterk alle krachten die de gedeelde wil tot samenleven ondersteunen, en ontmoedig of bestrijd de krachten die een gedeeld samenleven in gevaar brengen. Daarover zou het misschien wel moeten gaan op 4 en vooral 5 mei.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden