Namaakbloed ontsiert Bakchanten

THEATER Bakchanten van Euripides door Toneelgroep Amsterdam. Regie Jürgen Gosch. In Transformatorhuis Amsterdam, 21 november. Herhaling t/m 26 december...

De ijzeren meterkast op de muur dreunt het hardst. Elke slag geeft een galm waar je oren van tuiten. Minutenlang meppen vijf actrices - het koor uit Bakchanten - uit alle macht met lange stokken op de wand van het theater. Tot ze er letterlijk bij neervallen. Ze lijken met hun fraaie witte maskers op buitenaardse wezens.

Met zo'n opening maakt regisseur Jürgen Gosch, gastregisseur bij Toneelgroep Amsterdam, meteen duidelijk dat Euripides' tragedie ver afstaat van de realiteit. Al verwijst hij daar wel naar. Deze vrouwen zijn immers in de ban van Dionysus, de god van de wijn, de extase, het plezier. En zo'n roes uit zich in het dagelijks leven vaak als ongericht 'uitgaansgeweld'.

In Bakchanten vecht de roes met de rede. 'Jezelf beheersen en de goden respecteren is het mooiste', zegt een van de bodes. Maar het stuk verleidt wel tot extreme interpretaties. Erik Vos zorgde destijds in Carré voor een groots, ritueel aandoend spektakel. Gerardjan Rijnders voerde het op als een heftig ballet, terwijl Ivo van Hove Dionysus liet rondspringen op een spiegelvloer.

Gosch kiest voor een afgeleide van de Griekse opvoeringstraditie: een zingzeggend koor en spelers met grote maskers. Het paleis lijkt op een kindertekening: een huisje opgetrokken uit lijnen. Verder is de ruimte kaal, de acteurs met hun grote hoofden ogen als zonderlinge poppen. Als naïve stripfiguren ook, Pentheus' masker heeft de gladde trekken van een filmheld.

Hun bewegingen hebben vaak een komisch effect: als twee oude mannen wankelend besluiten tot een dansje of wanneer Dionysus Pentheus in vrouwenkleren steekt. Die grappige momenten steken scherp af bij de gewelddadige inhoud. Pentheus, de koning van Thebe, weigert Dionysus te vereren. De godheid laat dat niet op zich zitten en verschijnt in de gedaante van een mens om Pentheus mores te leren.

De koning volhardt in zijn hoogmoed, neemt de godheid in zijn woede zelfs gevangen, maar zijn nieuwsgierigheid wint. Hij wil die uitzinnige vrouwen wel eens zien. Dionysus helpt hem aan vrouwenkleren en lokt hem mee. Maar Pentheus krijgt zijn trekken thuis. Zodra ze zien wie ze voor zich hebben, scheuren de extatische vrouwen hem aan stukken, zijn eigen moeder voorop.

We horen de gruwelijke toedracht in het aangrijpende relaas van de bode, een sublieme Joop Admiraal die (net als Pierre Bokma) met de declamerende toon die zo'n masker vereist, perfect overweg kan. En allengs gaf ik me steeds meer gewonnen aan dit opmerkelijke schouwspel en dit consequente, stijlvaste concept. Juist daarom is het zo jammer dat Gosch met de opkomst van Pentheus' moeder uit de bocht vliegt.

Die moederrol wordt hier gespeeld door een naakte Hans Kesting, rijkelijk besmeurd met rode verf. De keuze om een acteur die vrouwenrol te laten spelen is niet het probleem, 2404 jaar geleden werd er ook uitsluitend door mannen gespeeld. Nee, de moeilijkheid zit in dat banale namaakbloed en in de pathetische snikken die Kesting produceert.

Gosch' strakke, gestileerde vorm geft de mythische vertelling een heel eigen, beeldend karakter. Maar deze bloedige overdaad illustreert niet alleen wat we al wisten uit de tekst, het beeld doorbreekt ook de stilering. Het is een cliché, grand guignol, doodzonde dat Gosch daar geen andere oplossing voor heeft gekozen.

Los van die ontsporing laat de productie wel degelijk een opmerkelijke visie zien. Gedurfd en eigenzinnig. Inclusief de verrassende wending die de regisseur aan het slot in petto heeft. Een god blijft een god. De volgelingen van Dionysus proberen muren stuk te beuken, het opperwezen zelf stapt er moeiteloos doorheen.

Marian Buijs

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.