'Nagorno Karabach is geen Kosovo'

Vredesoverleg mislukt opnieuw, vluchtelingen blijven wachten.

President Dmitry Medvedev, president Serge Sarkisian en president Ilham Aliyev tijdens de vredesconferentie in KazanBeeld epa

En weer is een vredesconferentie over Nagorno Karabach mislukt. Afgelopen vrijdag verlieten de presidenten Aliyev van Azerbeidzjan en Sargsyan van Armenië al na een uur de onderhandelingstafel in Kazan. Het is de zoveelste mislukking in een reeks die al zeventien jaar aansleept. In aanloop naar de top werd nochtans opvallend veel gespeculeerd over een doorbraak. Waarom ging het opnieuw mis?

De situatie
In de nadagen van de Sovjetunie verklaarde de autonome regio Nagorno Karabach, een bergregio in Azerbeidzjan met een Armeense meerderheid zich onafhankelijk. Wat volgde was een drie jaar durend bloedig conflict, die meer dan 30.000 slachtoffers eiste een miljoen mensen verdreef van hun geboortegrond. Desondanks vallen er nog jaarlijks gemiddeld dertig slachtoffers bij schermutselingen aan de frontlijn, die nog altijd gevormd wordt door mijnenvelden en permanent bewaakte loopgraven.

De status quo werd binnen de enclave ondertussen aangegrepen om een de facto republiek Nagorno Karabach (NKR) op te tuigen, compleet met parlement, afvaardigingen in onder andere Armenië en de Verenigde Staten en eigen inreisvisa. De NKR wordt door geen enkel land erkend - zelfs niet door Armenië - aangezien de regio de jure nog altijd Azerbeidzjaans grondgebied is. De regering van de NKR aan de onderhandelingstafel, maar oefent wel enorme invloed uit op de Armeense politici die hun standpunt representeren.

Nagorno Karabach is een slapend conflict geworden met vooral de honderdduizenden nauwelijks geïntegreerde interne vluchtelingen aan Azerbeidzjaanse kant als slachtoffer. In de zomermaanden van 1994 verdreven de Armenen niet alleen alle Azerbeidzjanen in de autonome regio, maar ook bijna een half miljoen inwoners van zeven omringende provincies rond de enclave. Slechts twee van die provincies, de aan Armenië grenzende regio's Kelbajar en Lachin, beschouwen de Armenen als vitaal. De overige vijf gebieden, die bewust verwaarloosd worden, dienen enkel als bufferzone en strategisch wisselgeld in het diplomatieke pokerspel. De onderhandelingen, die nu dus opnieuw lijken doodgelopen, gingen in de eerste plaats over terugkeer van Azerbeidzjaanse vluchtelingen naar deze vijf provincies.

De onderhandelingen
Voor een definitief vredesverdrag hebben de internationale onderhandelaars van de OVSE een Kosovo-scenario ontworpen, waarmee een besluit over de status van de regio oneindig opgeschort wordt. Sinds 1997 vormen de Verenigde Staten, Frankrijk en Rusland het gedeelde voorzitterschap de Minsk Groep, die haar naam ontleent de groep aan een conferentie in Minsk waar de vrede getekend had moeten worden. Die conferentie is er nooit gekomen. De samenstelling van de troika brengt weliswaar veel gewicht in de schaal, maar ook tegenstrijdige geopolitieke belangen en wantrouwen bij de betrokken partijen. Vooral in Azerbeidzjan wordt de Minsk Groep verweten op de hand van Armenië te zijn.

Onbegrijpelijk is dat niet, aangezien Rusland de Armeense economie, gehinderd door handelsblokkades die Azerbeidzjan en haar natuurlijke bondgenoot Turkije sinds het Karabach-conflict hebben ingesteld, al jaren overeind houdt en onlangs nog een militaire overeenkomst sloot met het land voor stationering van Russische troepen. Daarbij hebben Frankrijk en de Verenigde Staten onder druk van de aanzienlijke Armeense diaspora in het verleden een aantal resoluties aangenomen gericht tegen Azerbeidzjan.

Dit machtsevenwicht is gaan schuiven sinds de Kaspische olie vanuit Azerbeidzjan richting het westen is gaan vloeien. Vooral de Verenigde Staten, die aanzienlijke belangen verwierf in de exploitatie van de Azerbeidzjaanse energievoorraad, heeft een draai gemaakt en wordt nu beschouwd in Bakoe als de belangrijkste partner in de Minsk Groep. Een fragiel partnerschap weliswaar, die regelmatig onder druk staat door Amerikaanse uitspraken over het gebrek aan democratie in mensenrechten in de oliestaat.

Het strategische geopolitieke spel tussen de Verenigde Staten en Rusland is zodoende ook de Minsk Groep binnengeslopen. Opvallend eensgezind was daarom de gezamenlijke verklaring waarin de strijdende partijen dringend werd opgeroepen om tot een doorbraak te komen inzake Nagorno Karabach van de presidenten Obama, Sarkozy en Medvedev op 26 mei 2011 in de schaduw van de G8 top in Deauville. Die doorbraak bleef uit, alle internationale druk ten spijt.

Het Kosovo-scenario
Bij de mislukte topontmoeting onder leiding van president Medvedev is in ieder geval niet over een vrede gesproken. Daarvoor liggen de standpunten van de strijdende partijen veel te ver uiteen. Op tafel lagen de 'Madrid Principes', een document waarover Azerbeidzjan en Armenië al in 2007 overeenstemming leken te hebben en volgens experts voldoende een 'constructieve ambiguïteit' bevatte om verder te praten. In dat document zit voor beide partijen wat lekkers: een uitgestelde beslissing over de status van de enclave in ruil voor teruggave van door Armeniërs bezette gebieden.

Toch is die 'constructieve ambiguïteit' bij voorbaat gecompromitteerd, doordat het voorgestelde stappenplan verdacht veel lijkt op de procedure die in Kosovo werd gehanteerd. Dit scenario spreekt vooral de Armeense kant aan omdat het de de facto Republiek Nagorno Karabach internationale legitimiteit verschaft. Bovendien hebben de Armenen vooralsnog de beste kaarten in handen; het beschikt immers over de gebieden die Azerbeidzjan wil (terug)hebben.

De Armeense president Sargsyan - die indirect de niet-erkende republiek Nagorno Karabach representeert - zou bereid zijn in te stemmen met opgave van de bezette gebieden in ruil voor een verdrag waarbij een besluit over de definitieve status van Nagorno Karabach wordt opgeschort. Dit Kosovo-scenario zou de beoogde afscheiding van de enclave eindelijk officieel op de politieke agenda zetten. Maar zonder harde garanties zoals een internationale vredesmacht, zullen de Armeense diplomaten niet snel geneigd zijn hun troefkaarten uit handen te geven.

Het precedent van Kosovo ligt als een schaduw over de onderhandelingen, tot ongenoegen van Azerbeidzjan. Een week voorafgaand, bracht president Aliyev nog op staatsbezoek in Belgrado, onthulde daar een standbeeld van zijn vader en benadrukte bij gelegenheid de wederzijdse band die gevormd wordt door het litteken in beider nationale soevereiniteit.


Vluchtelingen hebben geen stem
De bal ligt dus vooral bij Ilham Aliyev, de president van Azerbeidzjan. Zijn vader, oud-president Heydar Aliyev beëindigde in 1994 de oorlog en accepteerde noodgedwongen het verlies van de enclave en de zeven bezette gebieden. Zowel de vader als de zoon hebben keer op keer uitgesproken zich nooit neer te leggen bij de afscheiding van Nagorno Karabach. De volledige publieke opinie - althans officieel - deelt dit standpunt. De vluchtelingen uit de bezette gebieden, wellicht de enige groep die iets te winnen heeft bij het slagen van de huidige diplomatieke inspanningen, lijken hierin geen enkele stem te hebben.

Tot het begin van deze eeuw liet de regering in Bakoe de interne vluchtelingen - toch 9% van de bevolking - nadrukkelijk links liggen, wat door sommige experts werd uitgelegd als een bewuste manipulatie om de opinie in het Westen te beïnvloeden. Inmiddels zijn de meeste tentenkampen vervangen door nieuwe nederzettingen en is de overheid gestart met allerlei culturele en sportprojecten in de vluchtelingenregio's. Brood en spelen om te voorkomen dat de vluchtelingen uit de bezette gebieden zich organiseren tot een autonome politieke machtsfactor, want van een reële poging tot integratie van de vluchtelingen in de maatschappij is nauwelijks sprake.

Dat is ook niet de bedoeling van het regime, dat vooralsnog een alles-of-niets strategie blijft volgen. In recente jaren wordt door Azerbeidzjaanse diplomaten steeds vaker openlijk gespeculeerd over het voeren van een nieuwe oorlog. Sinds 2000 heeft Azerbeidzjan dankzij de olie- en gaswinning het defensiebudget het jaarlijkse defensiebudget bijna vervijfvoudigd, waarmee de voorsprong in de wapenwedloop met Armenië is uitgegroeid tot een kloof. Wie de toespraken en tweets van president Ilham Aliyev over Nagorno Karabach er op naslaat, zal versteld staan van de oorlogsretoriek. Er moet rekening worden gehouden met een nieuwe oorlog, al is die niet waarschijnlijk zolang Rusland en de Verenigde Staten betrokken blijven in de regio.

De oorlogsretoriek is dan ook in de eerste plaats bedoeld voor interne consumptie om de macht van de autoritair heersende families te verstevigen. Over de diplomatieke weg, die eerst de kwestie van de bezette gebieden regelt, spreekt Aliyev zich zelden uit. En dus zijn het vooral de vluchtelingen die vurig hopen op een doorbraak. Zij verlangen terug naar hun stad, hun dorp, hun gemeenschap. Terug naar vroeger ook, toen ze nog bestaanszekerheid hadden en de mogelijkheid om een maatschappelijke status op te bouwen. Leg deze mensen maar eens uit dat hun geboortegrond beter nog even bezet kan blijven

Arthur Huizinga is historicus en schrijver.(Dit najaar verschijnt zijn boek 'Nooit een thuiswedstrijd' (Uitgeverij Prometheus) over voetbal in het Nagorno Karabach-conflict.)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden