Nadenken over de ziel

In Duitsland staat de ziel in de grondwet, althans de verheffing van de ziel, ‘die seelische Erhebung’. Het feit leidt op het moment tot nogal wat discussie....

Aanleiding voor de discussie is een rechterlijke uitspraak over het aantal koopzondagen in Berlijn. Een gulle regeling staat winkels toe op veel zondagen open te blijven, maar volgens de rechter is zoiets in strijd met de grondwettelijke bepaling die de zondag beschermt als dag van rust en ‘seelische Erhebung’. Uiteraard zijn veel winkeliers en klanten daar niet gelukkig mee, en vandaar de voor de hand liggende commotie.

Wat mij vuriger interesseert dan het praktische gedoe rondom de winkelsluiting, is het opmerkelijke feit dat de ziel zomaar opduikt in de wet. Daarmee heb je de mens dan niet te pakken in zijn toevallige verschijningsvorm, zijn incarnatie, maar in zijn diepste wezen, zijn onstoffelijkheid. Hoe langer je erover nadenkt, hoe mooier het wordt, die grondwettelijke aandacht voor de ziel. Waarom zou je wel de integriteit van het menselijk lichaam beschermen, en niet ook de integriteit van ons wezen?

Als je er nog iets langer over nadenkt, kun je op de gedachte komen dat artikel 1 van de Nederlandse grondwet, dat ik graag het ongelijkheidsbeginsel noem, de ziel ook al in bescherming neemt. Dat artikel bepaalt immers dat je op allerlei manieren van de norm kunt afwijken en dan toch door de wet niet als volslagen alien wordt behandeld. Mensen verschillen van elkaar in allerlei toevallige en concrete aspecten, maar diep in ieder van ons vonkt op dezelfde manier de abstractie van de individualiteit.

Deze week werd in de Beurs van Berlage de tentoonstelling Niet normaal geopend, en ook die stemt tot nadenken over de ziel. Juist en vooral omdat de tentoonstelling zo indringend over het lichaam gaat. Over normen en afwijkingen van de norm, over de maakbaarheid van het lichaam, over fysieke verschillen tussen mensen, over raarheid en vreemdheid, en over de vraag wie de norm mag stellen. Bij al die vragen over de toevalligheden van het lichaam en het menselijk gedrag, ga je je ook afvragen hoe het zit met onze essentie.

De thema’s die curator Ine Gevers van Niet Normaal aan de orde stelt, zijn urgent en actueel. Waar loopt de grens tussen natuur en cultuur? Moet je technologie inzetten om gedrag te reguleren en handicaps te corrigeren? Mag je vooraf ingrijpen in iemands psyche om wetsovertredingen te voorkomen? Moet iemand met twee beenprotheses meedoen aan de Paralympics of aan de Olympische Spelen? Hoe zwaar tillen we aan onze onderlinge verschillen? Wanneer zijn die relevant? Wanneer niet?

Het zijn kwesties die in de nabije toekomst gaan vragen om fundamentele en lastige beslissingen. Je kunt voorlopig volstaan met oppervlakkige antwoorden, maar die zullen op den duur niet helpen. Een romantische verheerlijking van diversiteit geeft bijvoorbeeld geen antwoord op de vraag hoe we de baas kunnen blijven over de medische vooruitgang en de mogelijkheden die daardoor ontstaan. Beugels en botoxinjecties zijn allang niet meer de enige technieken waarmee we onszelf glad strijken tot de norm.

Sommige kunstenaars omhelzen de nieuwe mogelijkheden radicaal. Zo is de Amerikaanse ’transhumanist’ Natasha Vita-More een groot voorstander van de zelfverbetering die bij anderen tot begrijpelijke twijfels leidt. Volgens haar zullen we door alle wetenschappelijke ontwikkelingen steeds krachtiger meester worden over onze eigen gevoelens en zullen we ‘van lichaam kunnen wisselen als ware het een modeartikel’.

Aan de andere kant van het spectrum houdt een enkele kunstenaar op de tentoonstelling nog vast aan de oude hippieopvatting dat normaliteit saai is: ‘Leve het niet-normale!’ Het is een opvatting die helaas te oppervlakkig is om zo liefdevol te zijn als ze klinkt.

Want, jawel, er is inderdaad veel voor te zeggen om je eigen mens te zijn, maar dat is nog geen reden om in het wilde weg met alle afwijkingen van de norm te dwepen.

Wie niet in een van deze twee romantische extremen schiet, staat voor een ingewikkelde discussie. Zo is het enerzijds onvermijdelijk dat er juridische normen zijn voor gedrag: een samenleving draait nu eenmaal niet zonder regulering. Toch wordt het van steeds groter belang je kritisch af te vragen wie de macht en de technologie in handen heeft om die normen af te dwingen.

In haar bijdrage in de catalogus van Niet Normaal wijst wetenschapstheoreticus Amade M’charek op de biopolitiek, die nog opmerkelijk weinig maatschappelijke aandacht krijgt. Politiek en wetenschap hebben hoog ingezet op het voorspellen en voorkomen van crimineel gedrag. En dus neemt de noodzaak toe om mensen terug te brengen tot ‘biologische aspecten’, die je immers kunt tellen, meten, van afstand volgen, analyseren en in de greep houden. ‘Als misdaad en crimineel gedrag steeds meer als een volksgezondheidsprobleem wordt beschouwd, zal misdaadpreventie ‘verdachte bevolkingsgroepen’ produceren.’

Al deze ontwikkelingen die op ons lichaam inbeuken, vragen om enig nadenken over de ziel. Stel dat ons lichaam binnenkort even weinig waard is als een modeartikel: wat blijft er dan over van de individualiteit die in ons vonkt? De tentoonstellingsmakers en de Duitse rechter hebben gelijk: na zes dagen van ingrijpen in de schepping, mogen we ons op de zevende dag wel eens bezinnen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden