Nachtwaker

’s Nachts is de snelweg een computerspel geworden. Asfalt deint van links naar rechts in nieuwe bochten; zandwagens staan grijnzend langs de kant....

Straks gaan ze nog schieten.

Van Den Bosch tot Amsterdam is het rijden in een fantasie. De halve A2 wordt verbouwd, en ’s nachts komt die bouwput tot leven als een spookhuis. Je moet er op je qui-vive zijn, anders lig je eraf.

De A2 is de slagader van Nederland. Daaromheen wordt zoveel gebouwd, dat het lijkt of Nederland opnieuw aan het ontpoppen is. Half Amsterdam ligt op apegapen. En dan moet de crisiswet nog worden aangenomen, die nóg meer bouwarbeid belooft.

Er is iets merkwaardigs met al dat bouwen. Het is alsof het niet bestaat. Over bouwplannen wordt uitgebreid gesproken, soms decennialang. Als het dan klaar is, wordt er ook over gesproken, over hoe mooi het is geworden, of hoe lelijk. Maar tijdens die rare tussenfase blijft het stil. Dan wacht iedereen maar een beetje af, ook al duurt het bouwen belachelijk lang. Zolang er niets misgaat, is de bouw vooral een nuttig ongemak.

Toch is een huizenblok in wording mooier dan een huizenblok dat klaar is. Vooral ’s nachts. ’s Nachts ben ik weleens gestopt bij het karkas van een flat, omdat het er zo spannend uitzag. Het werd verlicht door enorme schijnwerpers die rare schaduwen maakten op de muren. Ik durfde niet het flatgebouw in, al leek me dat interessant.

Twee mannen die dat wel durfden, hebben een boek gemaakt over de bouw in de nacht. Het boek heet Wachtland, de mannen heten Jabik de Vries en Louis Stiller. Ze stroopten drie jaar lang bouwplaatsen af en fotografeerden het duister. De rare schaduwen, de abstracte constructies, de wereld van stortbeton, waarvan ze wisten dat die de volgende dag weer zou veranderen. Want dat is het mooie van het onaffe: het is er voor even, en komt dan nooit meer terug.

Ze werden geholpen door een nachtwaker die zelf was gaan wonen in de bouwput, in een stacaravan, omdat hij geen huis meer had en was gescheiden van zijn vrouw. ‘Het is allemaal een beetje verkeerd gegaan’, zei de nachtwaker. Hij nam de mannen mee de gebouwen in, en erbovenop. Zo drongen ze diep door op een plek waar je normaal niet mag komen, bang als de bouwers zijn voor diefstal van hun spullen.

De mooiste foto van het boek maakten ze hoog in een nieuwbouwflat. De flat heeft rauwe muren, en door een gigantisch raam gloort de stad. Midden in een kamer ligt een badkuip ondersteboven. Het is een stilleven waarbij je onmiddellijk gaat bedenken wat er straks in die kamer gebeurt: er komt verf op de muren, er komen gordijnen voor de ramen, iemand zal dat bad gebruiken. Er zullen ruzies worden uitgevochten en kinderen worden gemaakt. Dat kun je allemaal al zien aankomen, terwijl er nog niks is.

Je ziet zelfs aankomen dat het flatgebouw ooit weer wordt gesloopt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.