Nacht met soms heel bruikbare dingen

Halverwege de avond stond daar Rogi Wieg op het podium, zonder shirt, bleek, pafferig, onder de medicijnen. Hij verzorgde het opzienbarendste optreden tijdens een matte Nacht van de Poëzie, waarvan de tweeëntwintigste zaterdag in Utrecht werd gehouden....

'U vraagt zich natuurlijk af waarom ik hier halfnaakt sta', zei Wieg (40), die verklaarde het tegenwoordig van zijn uiterlijk te moeten hebben, 'net als Estelle Cruijf en Cliff Richard'. Het leverde hem gelach op uit het publiek, maar het was geen vrolijk gezicht. Wieg is lang opgenomen geweest in wat hij noemt een gekkenhuis. Zijn geheugen, zei hij, is slecht vanwege de elektroshocks, zijn vingers staan stijf van de medicijnen. Toch speelde hij een blues, waarin hij meldde dat 'Nobody cares about me', en eindigde met een smeekbede aan zijn vriendin Judith om hem toch vooral niet in de steek te laten, zoals alle andere vrouwen vóór haar.

Rogi Wieg is nooit erg discreet geweest over de vrouwen in zijn leven - ooit vroeg hij een vriendin ten huwelijk in een praatprogramma op tv, ervan uitgaande dat het aanzoek haar zo wel zou bereiken. Nu vertelde hij, behalve over zijn nieuwste liefde, over zijn aanstaande ex-vrouw en hun dochtertje dat hij niet vaak mag zien. 'Soms ga ik in het geheim naar de crèche om met haar te spelen, maar ze herkent me niet echt.'

De gedichten die hij over het kind voordroeg ('Mijn dochter zal worden voltooid zonder mij') kregen hun lading vooral door wat hij erover vertelde, meer dan door de intrinsieke kwaliteit ervan.

Met een gedicht aan hem opgedragen ('Ik moet blijven, zeggen ouders, liefde/ zegt mijn beste vriend') was Rogi Wieg aangekondigd door zijn vriend Joost Zwagerman, geheel tegen de wetten van de Nacht in, die dicteren dat de organisatoren, Anton Korteweg en Piet Piryns, de bezoekers laten raden wie aan een gegeven omschrijving voldoet.

Zwagerman was voor het eerst sinds 1989 en de dichtersbeweging de Maximalen ('Onze kroonprins heeft goed naar ons geluisterd, het was een profetische beweging') weer in de Nacht. Hij had zelf een omschrijving als raadsel voor het publiek, een gedicht in de stijl van, vol plastische uitdrukkingen als 'Ik ben een horzel in haar mossel'. 'Dat is?', vroeg Zwagerman, en kreeg applaus. Hij maande tot stilte: 'Nee, nee! Dat is?' Nu pas kwam het juiste antwoord - Claus - en kon Zwagerman met zelfinzicht eindigen: 'Ik kan het nooit zo nobel en Westvlaams/ als Hugo fucking Claus.'

Het was een nacht zonder veel ophef, zonder veel grote namen ook, een nacht die misschien is samen te vatten met een regel uit een gedicht dat Arjen Duinker las en waarin hij een keur aan Nederlandstalige dichters, sommigen ook zaterdag aanwezig, opsomde: 'Die mensen schrijven heel bruikbare dingen, weet je.'

Er waren mooie observaties, zoals die van Jozef Deleu in 'Vader', over de taal waarin deze sprak: 'Boerenvlaams doorspekt met oud Frans/ De warmte van woorden uit een vorige eeuw.' Er waren vrolijke wijze lessen, van Joke van Leeuwen bijvoorbeeld, die 'Vier manieren om op iemand te wachten', (het titelgedicht van haar tweede bundel), opsomde: 'Zittend denkend aan liggen', 'lopend - bijvoorbeeld naar de ramen en terug en toch weer naar de ramen', 'Staand bij een ingang uitgang', 'Niet'. Of van Erik Menkveld die kwam met tips om dieper te zwijgen ('Overdenk uitvoerig kwesties als: Waarom zijn wij niet vierkant'). Youp van 't Hek, die een van de entr'actes verzorgde, droeg in verschillende varianten zijn wee-blijde filosofietje uit dat het leven een groot feest wordt, zolang je voortdurend denkt dat elk uur je laatste kan zijn. Hem wordt veel vergeven - zelfs de zin tot een geliefde als 'het goud van de zon kleurt je brons', die vanzelf de vergelijking opriep met Elly de Waard die eerder over de liefde dichtend, kwam tot het onnavolgbare 'O, het wachten viel mij zwaar/ Het wachten op haar.'

Van de andere entr'actes vielen in positieve zin Kees Wieringa en Polo de Haas op, die op vleugels delen uit Canto Ostinato van Simeon ten Holt speelden, en in negatieve zin het duo Van Blittersweyk dat werd weggejouwd met Tsjechovs 'Over de schadelijkheid van tabak', een onderdeel uit de voorstelling Hartstikke Tsjechov van de Paardenkathedraal. De heren braken hun act met zelfspot af. 'Hoe vond je het gaan? Ik vond het wel goed.' 'Ik vond het ook heel, eh. . . apart.'

Zoals gebruikelijk opende de hekkensluiter van vorig jaar deze editie van de Nacht. Ramsey Nasr, die allengs zijn zenuwen overwon, las een onheilspellend gedicht ('Vandaag breek ik de snavels van alle vogels af als jij mij verlaat') en maakte zich authentiek boos over de actualiteit, waar verder alleen Youp van 't Hek - die voor de lach ging met zijn mededeling te zijn meegekomen met zijn pak - zich om bekommerde.

'Er zijn', zei Nasr, 'belangrijker dingen dan een polemiek over poëzie, zeker in een tijd dat een fascistische relnicht een verkiezingsoverwinning kan halen. Zeker in een tijd dat vluchtelingenkampen worden platgebombardeerd.' Hij kreeg er veel applaus voor, en las in een nieuw gedicht: 'Men mag een mens het leven niet ontschenken/ Ik hoop dat ik geen bommen maken zal.' 'Poëzie', had hij even daarvoor gezegd, 'is futiel, onmachtig en nutteloos. Dat is haar kracht en dat is haar zwakte.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden