Nabestaanden MH17 mogen laatste camerabeelden dierbaren zien

Nabestaanden van de slachtoffers van vlucht MH17 krijgen toch de laatste camerabeelden van hun dierbaren te zien die zijn gemaakt op Schiphol. Dat heeft het ministerie van Veiligheid en Justitie donderdag aangekondigd.

Nabestaanden bij een collage van knuffels die zijn achtergelaten als steunbetuiging voor de slachtoffers van vlucht MH17. Foto anp

Het gaat om videomateriaal dat beveiligingscamera's maakten tijdens het inchecken voor vlucht MH17 op 17 juli 2014. De Boeing 777 werd boven Oekraïens grondgebied neergeschoten met een zogeheten BUK-raket. Alle 298 inzittenden kwamen hierbij om het leven.

Terughoudend

Verschillende nabestaanden hadden de wens geuit de beelden te zien, maar het ministerie was terughoudend. De Wet bescherming persoonsgegevens zou het niet toelaten voor derden beveiligingsbeelden te zien. Ook zou het een te bewerkelijke klus zijn om uren aan beeldmateriaal van tientallen camera's door te spitten.

In overleg met Stichting Vliegramp MH17 is het ministerie toch akkoord gegaan. Niet duidelijk is hoe en wanneer nabestaanden de beelden kunnen zien.

Herdenking

De stichting gaat nog inventariseren hoeveel animo er is voor de beelden. Volgens voorzitter Evert van Zijtveld van Stichting MH17 is het bekijken van het laatste beeldmateriaal voor sommige nabestaanden onderdeel van de rouwverwerking. 'Het zijn de laatste beelden waarop de slachtoffers nog levend te zien zijn.'

De komende tijd moet volgens het ministerie van Veiligheid en Justitie ook meer duidelijk worden over de herdenking van de vliegramp, die bijna drie jaar geleden plaatsvond.

Lees verder over rampvlucht MH17

Er zijn nieuwe aanwijzingen dat een ex-officier uit het Russische leger nauw betrokken was bij de crash van vlucht MH17. Onderzoek van een onafhankelijke Russische krant Novaja Gazeta wijst naar Sergej Nikolajevitsj Doebinski.

Kan Rusland verantwoordelijk worden gesteld voor het neerhalen van vlucht MH17 en de beschietingen op de havenstad Marioepol en andere Oekraïense steden? Die vraag maakt deel uit van een rechtszaak waarover het Internationaal Gerechtshof (ICJ) in Den Haag zich vanaf begin maart buigt.

Meer over