Naast zwemles moeten kinderen ook de musea ingesleurd worden

Openingswoord Volkskrant Beeldende Kunst Prijs 2015.

Portret van advocate Inez Weski Beeld anp

Daden maken de mens. En wellicht ook juist gevoel voor schoonheid, voor verdieping, voor relativiteit. Kunst als gereedschap voor het goede, of om je leger in de pas en het volk in het gareel te krijgen, of kunst als middel naar de 'next level', de ontstijging van het aardse of juist de spiegel van de wanhoop of hoop en extase en verwarring. Er golden vroeger theorieën over de kunstenaar, die slechts in armoede en diepe zielenood tot kunst van enige betekenis in staat zou zijn, dat rijkdom vervet en verstart en de weldoener, met eventueel enorme kraag als een zelf omgegorde molensteen om de nek, slechts zou doen eren.

Kunst is echter meer een fluïdum, dat in een parallelle wereld lijkt mee te reizen en af en toe de historie van de mens raakt.

In mijn boek 'de jacht op het recht' ga ik zelfs in op de naar mijn idee correlatie tussen gevoel voor kunst, de ruimte voor kunstuitingen en de Rule of law. Een verband tussen twee dimensionaliteit, spullenbazen en systeemgehoorzaamheid. De bereidheid in die vlakke dimensie om jezelf te verliezen en de ander te vertrappen. What makes good people bad. Wat maakt mensen laf, wat maakt mensen vatbaar. Te veel tweedimensionale lol? Als je het niet kan vasthouden, opeten of vooral opdrinken en uitkotsen, heeft het geen waarde?

Met andere woorden, is mijn overtuiging dat zonder kunst onrecht woekert.

Onrecht

U hoeft niet terug in de tijd voor voorbeelden. Naar Dreyfus, naar een fictieve figuur als de Graaf van Montecristo of naar Kafka. Het onrecht leeft altijd onder ons. Het zoveelste hoofd dat door het nieuws rolt na een korte zwaai met het zwaard. De beelden lijken langzaam geheel inwisselbaar met al die andere naamlozen. Menselijke wezens, maar van binnen hol.

Von Goethe, de auteur van Faust, die zijn ziel aan de duivel verkocht, nog steeds actueel, zou standaard voorgelezen moeten worden op school net zoals de werken van Heinrich Heine die schreef: 'Wilt u niet mijn broeder zijn, dan sla ik u de schedel in.' Een dagelijks refrein, vrees ik.

Heine was een groot bewonderaar van de Rule of law, de onafhankelijke rechtstaat, de scheiding der machten, een eerlijk proces, tegen overheidsrepressie, nationalisme en censuur. Niet voor niets staat op de gedenksteen in Berlijn, die is neergezet op de plaats waar in 1933 de Nazi's de 'entartete' boeken verbranden Heine's kennelijk vooruitziende tekst van bijna honderd jaar daarvoor uit zijn toneelstuk Amansor: 'Daar waar men boeken verbrandt, verbrandt men uiteindelijk ook mensen.'

Ik spreek nu dus over de kunst van de macht en vrijheid van het woord.

Kunst en recht

In een interview voor het toenmalige magazine OOG van het Rijksmuseum heb ik ooit al aangegeven, dat er een band tussen kunst en recht bestaat, wellicht niet direct waarneembaar, maar naar mijn overtuiging is de oorsprong van beide verschijnselen wel degelijk inherent afhankelijk van een talent voor relativiteit, voor schoonheid, voor rechtvaardigheid, voor intermenselijke relaties en dus, zoals ik het wel noem, de derde dimensie.

Maar wat is dan kunst? Een spiegel van de werkelijkheid, soms vervormd, soms quasi naturel. Bij kunst zie je uiteindelijk wat je gegund wordt te zien. Een hele kijkdoos, soms moet je door matglas naar binnen turen. En ook al ligt daar bij wijze van spreken een, in om slechts voor de kunstenaar heldere redenen, in was gegoten insect onder, je wil het zien. In de kunst valt wantrouwen weg. Je beleeft slechts, je resoneert of niet. Kunst is een vrijplaats. Je hoeft niet alles even mooi te vinden, maar ik waardeer de intentie en soms raakt het geschapene je. Kunst wordt uiteindelijk beleefd in geborgenheid. Jij en het kunstwerk, verder niemand. Ieder voor zich.

Ik vind dat scholen standaard naast zwemles of rekenen de kinderen aan de hand de wereld van de kunsten dienen binnen te leiden, dus letterlijk de musea in moeten sleuren. Ik weet, zwemles is al niet meer verplicht en lichamelijk mogen kinderen dus al verdrinken wat de overheid betreft. Muziek, verhalen vertellen, schilderen en boetseren, het brengt licht in de ziel en ruimte voor interactie en minimaal is er dan geen tijd om elkaar de hersens in te slaan. Een win-win-situatie zou ik denken. Tenzij je natuurlijk voor je inkomsten afhankelijk bent van de opbrengst van wapens, ziekenhuisbedden en psychofarma. Dan sta je toch beteuterd te kijken naar die nietsnuttende fröbelende kinderen. Dat levert immers nooit goed kanonnenvoer.

Derde dimensie

Kunst geeft dus naar mijn overtuiging een derde dimensie aan het leven. Je hebt het consumptieve leven en dan is er dit alles overstijgende, de kunst. Het gaat niet alleen om leven en overleven, je wilt meer. Daarom is de tegenwoordige discussie die kunst als een luxe ziet en naar de periferie van het leven wil verplaatsen in mijn ogen zo grievend. Natuurlijk, als je moet vechten om je brood kan ik me voorstellen dat je niet direct de esthetiek als prioriteit stelt. Maar de geschiedenis toont dat mensen zelfs in de meest penibele situaties trachten te verfraaien of er iets extra's aan toe te voegen. Wellicht maakt juist dat de realiteit dragelijk. We hebben behoefte aan schoonheid, zo ongeveer vanaf het moment dat we rechtop konden lopen.

Als je klein bent, raak je vooral geïmponeerd door de kunde van de kunst, het ambacht. De ongelooflijke aandacht die kunstenaars gaven aan de kleinste details, de lagen die over elkaar werden gelegd. Als kind zie je goed dat het vlekje verf van heel dichtbij op het doek als je twee meter verderop staat ineens een twinkeling in iemands ogen wordt. Dat is prachtig. Met het stijgen der jaren word je meer gevoelig voor de diepere emoties die op een schilderij of met een beeld kunnen worden uitgedrukt.

Zoals bij Goya. Kunst kiest jou kennelijk. Je vergroeit ermee of niet. Met Goya ben ik vergroeid geraakt, met hoe hij door de verf heen de ziel, de mens toont. Goya's Binnenplaats met krankzinnigen blijft me raken. Hij schilderde onderwerpen die toen ongebruikelijk waren. Kunst moest mooi zijn of iemands rijkdom etaleren.

Binnenplaats met krankzinnigen Beeld Goya

Stromingen

Kunst kent net als religie vele stromingen.

Zoals het surrealisme. Ik kan mij nog de grote Dalí-tentoonstelling in Rotterdam, in 1970 herinneren. Dalí's zachte horloges, zijn landschappen met olifanten met dunne pootjes. Zo mooi en glad allemaal, maar dan gemorpht. Zijn Venus van Milo met op cruciale plekken van het lichaam allemaal laatjes; meer een aardige gimmick.

Het deed mij toen denken aan een afdeling van het Rijksmuseum vroeger, waar in een van de kamertjes een schilderij hing, dat 'Rommel op zolder' of zo heette. Een soort collage vol met blokjes hout en allerlei andere onbestemde goederen, een beetje analoog aan de latere trend om stukjes van de eigen huid/leven van de kunstenaar in doosjes doen, of hele bedden tentoonstellen inclusief de achtergelaten sporen, relikwieachtige kunst. Associërend kom ik dan bij het werk van bijvoorbeeld Damien Hirst en Jeff Koons. Voor mij dan ook in feite een rerun - misschien met beter materiaal. Het uitvergroten van allerlei gebruiksvoorwerpen, vermoedelijk met 'vervreemding' als leidraad.

Vlakbij mijn kantoor in Rotterdam staat daarvan een meer dan levensgroot voorbeeld, Santaclaus van Paul McCartney: een heel grote tuinkabouter, met iets in zijn handen dat ik hier niet wens te noemen. Het zou een kerstboompje kunnen zijn, maar ik vrees dat het dat niet is. Geef mij maar dan het vuurpeloton, zoals Goya dat heeft geschilderd over de meedogenloosheid van de mens voor zijn medemens, letterlijk treffend.

Nog een kleine zijweg in dit betoog.

Op mijn kantoor hangen een aantal Afrikaanse maskers. Verstilde afweer, angst of afschrikking verwoord in zo'n dood ding als een masker, waarvan dan oprecht gedacht werd dat het de drager zou beschermen. De drang het kwade te bezweren om controle te krijgen op het onverklaarbare. Maar die maskers zijn ook versierd, overigens net zoals het gemiddelde 'weapon of mass or individual destruction' ook in design en versierd wordt verhuld en my first rifle voor kinderen in de VS in lieflijk lichtblauw voor de jongetjes en in 'my-little-poney-roze' voor de meisjes komt. Je moet wel in stijl doden. Versteende sporen van angst en hoop in schoonheid gevangen aan de muur.

Ik pretendeer niet nu als openingswoord een dwarsdoorsnede van mijn visie op kunst te etaleren, maar slechts de fragiliteit daarvan te tonen, de zin van ons samenzijn, van hetgeen wij mogen bekijken, de toekomst als het ware te vieren van de derde dimensie van ons bestaan.

Wij zijn bijeen vandaag in het stedelijk museum Schiedam, een plaats waar gezwelgd kan worden in kunst.

aanschouw

Musea, vaak als paleizen of juist gehuisvest in krakende houten gebouwtjes. Soms ontroerend, soms overweldigend en steeds waar verzamelingen vooral met liefde tot stand zijn gebracht, gecategoriseerd, uitgestald met een kaartje erbij... Wij willen het allemaal zien.

Onlangs ben ik eindelijk in looppas in twintig minuten door een verdieping van het heropende Rijksmuseum gebeend. Het was al kwart voor vijf toen wij aanlanden. Prachtig hoe snel je de boel kan absorberen. De rest komt wel weer. Het deed mij wel al rennend denken aan de mens door de tijden heen, de schaamteloosheid, die zich steeds meer aan je opdringt, de wereld als inmiddels interactief zenuwstelsel. Geen tijd voor reflectie, want men moet al een mening hebben, kunnen schelden.

Het dwalen door een museum, of er juist in looppas doorheen gaan, blijft een genot. Je bent op dat moment alleen maar daar met je hoofd. Ik kan er heimwee naar hebben, want het komt er tegenwoordig te weinig van. Ik heb ooit tegen het blad OOG van het Rijksmuseum gezegd: Het is alsof ik in een kist zit, ik wil er wel eens uit.

Dus... bij dezen wens ik u een behouden tocht door de tentoonstelling, zet uw 3D-brillen op en aanschouw de wereld van de genomineerden.

Inez Weski, strafpleiter en juryvoorzitter Volkskrant Beeldende Kunst Prijs

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.