Naar Zeeland Deel 3

De korporaal begon te zeggen dat hij honderdmaal liever in de cel zat dan op die dijk te moeten. Bij enig doorvragen bleek dat hij überhaupt liever in de cel zat....

'Alles en iedereen is tegen me', maar hij kon niet zeggen wat en wie dan. De storm op de dijk vond hij fijn, maar die zee... Die zee was woest en donker, het kwaad zelf. 'Toch moest ik lachen. Al die grote mannen die met zand speelden. Net als kinderen vroeger aan het strand. Ze gooiden het steeds maar in zee, je kon zien dat het meteen werd weggespoeld...'

Hij ging gedwee met de marechaussee mee terug naar zijn cel.

Bavinck strekte zijn benen onder de tafel en ging achterover zitten. 'Wat vind jij?', vroeg hij.

Mesjogge, wilde ik zeggen, maar ik wist dat Bavinck serieuzer taalgebruik verwachtte. 'Professor Baan zei bij de bespreking van zo'n patiënt: ''Je ziet hier de lagen van het leven langs en over elkaar glijden, er is geen of weinig gevoel voor verhoudingen, het schift in hem. De volksmond heeft er een treffend woord voor: hij is geschift.'

De soldaat aan wie ook desertie was ten laste gelegd, was het prototype van een gezonde Hollandse jongen. Hij had de sergeant-majoor op de truck geholpen, omdat-ie er zelf niet op kon komen. Hij vond hem wel een aardige kerel en vanwege de storm was hij een beetje in zijn buurt gebleven, omdat hij bang was dat de majoor van de dijk af zou waaien. 'Hij is nogal een slappe Tinus en wiebelde op zijn benen.'

'Heb je nog zandzakken gesjouwd?'

'Nee luitenant, dan had ik de majoor in de steek moeten laten.'

'En de korporaal?'

'Hij had ze niet alle vijf op een rijtje volgens mij. Hij liep te giechelen, zei dat-ie het zo lekker vond in de storm. Hij had in de storm geen hoofdpijn, zei-die.'

'Waarom ben je ingesloten?'

'De marechaussee zei dat ik desertie had gepleegd. Dat ik dienst geweigerd heb.

'Maar dat is onzin. Ik ben toch niet weggelopen?'

Ik keek naar Bavinck tegenover mij. Hij had ook geen vragen meer.

We reden terug. In de vroege ochtend stopten we voor een routiers-café bij Antwerpen. Achter een sterke café-filtre gleden onze gedachten als vanzelf naar de drie zaken. Bavinck begon hardop te denken en legde zijn plan aan me voor.

'De generaal kan zijn snelrecht op zijn buik schrijven. Voor de twee onderofficieren is een psychiatrisch rapport inderdaad onvermijdelijk. Een potator en een neurologisch geval.'

'Maar dan krijgt die soldaat de volle laag als hij nu voor de Krijgsraad komt', opperde ik. 'Dat wordt een soort standrecht met een strafmaat onder invloed van de emoties van de dijkdoorbraak.'

Bavinck dacht hardop na: 'Ik ga eerst naar de auditeur. Ik stel hem voor de soldaat onmiddellijk in vrijheid te stellen en zijn zaak te seponeren, omdat hij niets gedaan heeft dat strafbaar is. De auditeur doet het in zijn broek van angst voor de generaal en probeert mijn voorstel te torpederen. Zijn angst voor de pers speelt natuurlijk ook een rol. De meeste kranten gaan met de generaal mee en willen bloed zien. Het advies van een psychiater geneest de volkswil niet en zeker niet het oordeel van een generaal. Tot zover is alles voorspelbaar. Dan komt er een discussie met onzekere uitslag.'

We bestelden nog een filtre, ditmaal met een knapperig broodje.

Bavinck vervolgde: 'Slecht-weer-scenario: de auditeur blijft bij zijn vervolging. Dan vraag ik ook een psychiatrisch onderzoek voor de soldaat.'

'Voor de gezondste soldaat van het Nederlandse leger?'

'Samen uit, samen thuis.'

Toen we weer in de auto zaten zocht ik naar meer argumenten. 'Was het zinloos, die zakken zand in de kolkende zee?', vroeg ik.

'Op die dijk in ieder geval wel.'

'Dus de sergeant-majoor en de korporaal hadden toch gelijk?'

Bavinck reageerde fel. 'Nee. Militair gezien moesten zij hun opdracht uitvoeren. Daar was ook niets tegen. De sergeant-majoor mocht zijn manschappen niet in de steek laten.'

Toch is het vreemd, dacht ik. De twee gestoorden zien de zinloosheid wel, de normalen zien dat niet en blijven als gekken met zandzakken smijten. Wie is er eigenlijk gek? Dit waren de momenten dat ik wist niet in de dienst thuis te horen. Ik was weer alleen op mijn eiland, ver van het militaire vasteland.

De soldaat werd enkele weken later in vrijheid gesteld. Enige maanden later, toen de emoties van de stormvloed bedaard waren, kwamen de beide onderofficieren voor de Krijgsraad. Zij werden ontslagen uit de militaire dienst, de sergeant-majoor met een voorwaardelijke straf en de verplichting een behandeling te ondergaan, de korporaal ging naar een psychiatrische inrichting.

Het vonnis was een klein bericht in de krant. Generaal Hasselman was op oefening in Duitsland.

Naar Zeeland is een voorpublicatie uit de roman 'De Koningswens' die in voorbereiding is bij uitgeverij L.J. Veen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden