Naar Zeeland Deel 1

Jurist en schrijver Peter Hoefnagels (Rotterdam 1927) werkt in 1953 bij de Krijgsraad in 's Hertogenbosch. Daags na de ramp wordt hij naar Zeeland gezonden....

'Je gaat naar Zeeland. Morgenochtend om zes uur vertrek. Je wordt thuis afgehaald.' Het was de eerste keer dat kapitein Bavinck mij thuis belde.

Zo gauw ik hoorde dat militairen werden ingezet om de dijken te dichten, had ik me gemeld bij de staf van het garnizoen. Ik zag het wel zitten om op een truck naar het rampgebied te gaan. Handen uit de mouwen. Het land was in nood. Weg achter het bureau. Even geen verhoren en vonnissen inzake diefstallen, wachtdelicten of uit de hand gelopen dienstbevelen.

Zeker, ik deed mijn werk bij de krijgsraad met plezier. Ik had geluk gehad dat ik, alvorens de dienstplicht te vervullen, eerst mijn rechtenstudie kon afmaken.

Ik werkte nu meer dan een jaar met mr. Bavinck, Officier-Commissaris, Paleis van Justitie te 's Hertogenbosch. Hij was beroepsofficier, een goed jurist, een vakman. Ik leerde de praktijk van het strafrecht kennen. Hij liet me verdachten en getuigen horen en jurisprudentie uitzoeken. Daarnaast werkte ik voor de president op de strafzittingen en maakte vonnissen. De president kwam uit het verzet en was, anders dan Bavinck, net zo'n aangeklede burger als ik.

Hij loochenstrafte het beruchte imago van Krijgsraden als bloedraden, stelde verdachten op hun gemak en bewoog zijn medeleden, generaals en kolonels die niet zelden ijzervreters waren, tot menselijk inzicht. Ik had het getroffen bij de Krijgsraad-Zuid.

Nu vroegen de dijkdoorbraken in Zeeland om een andere inzet. Het land was in nood, het volk vol medeleven met de Zeeuwen. Ik wilde meedoen, dijken dichten, en had me, met toestemming van de president, voor dat karwei opgegeven. Na het telefoontje van Bavinck legde ik mijn battledress klaar met een winterse borstrok en een trui. Ik ging deelnemen aan de strijd tegen het water.

Het pakte anders uit.

Terwijl we richting Zeeland reden, legde Bavinck het uit. 'Een sergeant-majoor, een korporaal en een soldaat zijn in het holst van de nacht tijdens het dijken dichten weggelopen.' Ik had het vernomen via de radio en in de krant, men sprak er schande van. De drie mannen waren gearresteerd. Er werden kamervragen gesteld.

Bavinck vervolgde: 'Generaal Hasselman zegt ''desertie''. Ze zitten vast in Middelburg en wij moeten ze verhoren. Hij wil een voorbeeld stellen. Hij heeft de auditeur-militair opdracht gegeven het delict met de zwaarst mogelijke straf ten laste te leggen.'

Bavinck liet me de telastelegging lezen. 'Desertie in tijd van oorlog gepleegd'. Formeel-juridisch was Nederland nog in tijd van oorlog: de vrede met Japan was nog niet getekend.

'Wat voor straf staat erop?'

'Als het aan de generaal ligt: de doodstraf.' Ik zag zijn dunne lippen. Het was geen grap. Het drong tot me door dat ik geen zandzakken op de dijk ging gooien en geen mensen ging redden.

Bavinck keek langs de chauffeur over de weg waarop verder nog geen verkeer was. Onwillekeurig moest ik denken aan artikel 1 van het Reglement op de Krijgstucht: 'Ondergeschiktheid is de ziel van de militaire dienst.'

'De generaal weet toch dat de officier-commissaris het gerechtelijk vooronderzoek doet?', vroeg ik.

'De generaal verwacht van ons dat wij zo scherp verhoren dat het vonnis van de krijgsraad bijvoorbaat vaststaat.' Bavinck probeerde iedere emotie weg te drukken, toen hij zei: 'Panklaar maken voor de volkswil of wat de generaal daarvoor houdt.' Hij zat geklemd tussen zijn gehoorzaamheid als beroepsofficier en zijn persoonlijke overtuiging als jurist. Het spatte bijna onhoorbaar maar bloedserieus tussen zijn samengeperste lippen vandaan: 'De generaal verwacht maar één ding: de kogel.'

Ik keek voor me uit. De storm joeg over de met ijs bedekte velden. Bomen bogen in de wind. Kon een generaal zo gek zijn? Of was het de regering? Ik dacht aande Nederlandse generaals die op 10 mei 1940 verrast waren door de Duitse inval, ofschoon de Nederlandse gezant in Berlijn plannen voor de Duitse inval tevoren twee keer aan Den Haag had gemeld. De regering had niets doorgegeven aan het leger, alleen haar eigen aftocht naar Londen geregeld.

Bavinck had de kaart gepakt. 'Kunnen we nog rechtstreeks naar Middelburg, chauffeur? Heb je de laatste radioberichten gehoord?'

'Het is niet zeker, kapitein, of weg langs Ierseke al onder water staat. De veerpont over de Schelde gaat nog wel, maar dan moeten we via Antwerpen.'

'Ierseke', gokte Bavinck. 'Snel recht'. Er speelde een glimlach om zijn mond.

We waren de laatste auto over de weg langs Ierseke, voordat het water kwam. Na ons de zondvloed.

vervolg op pagina 3

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden