Naar plekken gaan waar je anders nooit komt

Als stukken koloniaal wrakhout doen ze hun werk, Zuid-Afrikaanse fotografen, nog altijd gevangen in een onbehaaglijke geschiedenis.

Het kan maar beter meteen worden gezegd in plaats van politiek correct verzwegen. De tiener die op Agbogbloshie Market bij Accra poseert voor de camera en die minutenlang zo stil mogelijk probeert te staan, terwijl hij een grote doos op zijn rechterschouder laat rusten - die tiener is zwart. Hij is een zwarte Ghanees die met gevaar voor eigen leven te weinig geld verdient met het verbranden van elektronisch afval in een landschap van oude, vooral uit Europa afkomstige beeldbuizen, toetsenborden en harde schijven zodat hij het koper eruit kan halen, en hij neemt minutenlang en onbewust een prachtige contraposto-pose in voor een fotograaf - een fotograaf die wit is. En die de jongen heeft betaald voor zijn tijd.


Zo. In een perfecte wereld zou deze informatie er niet toe doen, maar aangezien de perfecte wereld nog even op zich laat wachten, zeker op de naargeestige Agbogbloshie Market met zijn gifdampen, is het nodig om man en paard te noemen. Zoals het eveneens nodig is om te verwijzen naar de meer dan 150 jaar oude traditie van de fotografie in Afrika, waarin het portret en het kijken naar De Ander een grote rol spelen en waarin deze Ghanese tiener en zijn fotograaf, de Zuid-Afrikaanse Pieter Hugo, gevangen zitten. Het is onmogelijk om niet aan de onbehaaglijke koloniale geschiedenis te denken bij het kijken naar de video die Hugo maakte van zijn zwarte model, die ongemakkelijk poseert op bergen van e-waste, terwijl hij aanwijzingen geeft of juist zwijgt en afdrukt met zijn grootformaat camera. Van de twee gevangenen is Pieter Hugo zich van die geschiedenis waarschijnlijk het meest bewust.


Zijn oeuvre staat er bol van, of hij wil of niet. En ja, ook al is de in Kaapstad geboren en getogen Hugo pas 35 jaar oud, het woord 'oeuvre' is hier wel degelijk op zijn plaats. Evenals het woord 'retrospectief', dat wordt gebruikt voor de tentoonstelling This Must Be The Place in het Fotomuseum in Den Haag (de eerste zelf geproduceerde tentoonstelling van het museum). Het is een overzicht van de fotoseries die Hugo maakte tussen 2003 en 2011. De fotograaf, die deel uitmaakt van een golf aan Zuid-Afrikaanse fotografen die het Westen de laatste jaren overspoelt, heeft een productie om steil van achterover te slaan. Hij won diverse belangrijke fotografieprijzen, waaronder de eerste prijs in de categorie Portretten van de World Press Photo (2006), de KLM Paul Huf Award (2008) en de Arles Discovery Award (2008). En aan de basis van bijna al zijn werk, diep in het hart ervan, ligt de rassenkwestie.


Die kwestie zit in de serie over Agbogbloshie Market, Permanent Error (2010) getiteld. Het is een typologische verzameling van monumentaal en klassiek opgestelde anonieme zwarte mensen, gefotografeerd tegen de achtergrond van hun natuurlijke habitat, die formeel gezien doet denken aan de oude zwart-wit plaatjes van halfnaakte Zulu's of de portretjes van zwarte slaven, gemaakt in de tweede helft van de 19de eeuw en aan het begin van de 20ste door blanke antropologen, onderzoekers en artsen.


De kwestie zit ook, inhoudelijk, in de reeks Judges (2005), waarin zwarte rechters uit Botswana de originele kleding en de witte pruiken van hun vroegere kolonisatoren dragen bij het uitoefenen van hun ambt. En ze is, sluimerend, aanwezig in Hugo's indrukwekkende project Messina/Musina (2006), over een grensdorp in het noorden van Zuid-Afrika waar het blanke superioriteitsgevoel nog zo zwaar in de lucht hangt dat je er plakken van kunt snijden, maar waar tegelijkertijd het 'nieuwe' Zuid-Afrika zichtbaar is.


Op een van de meest kenmerkende en beladen foto's uit die serie is een straatarm en blank echtpaar te zien dat duidelijk met veel liefde zorgt voor het zwarte zoontje van zijn huisbaas, die in de gevangenis zit. Dit is een portret dat niet alleen inhoudelijk maar ook fotografisch gezien al het bekende omver schopt. Want ook al weet je nog niet precies hoe het zit, je voelt dat er iets opmerkelijks aan de hand is, dat je kijkt naar iets wat je nog niet eerder zag.


Pieter Hugo draagt bij het uitoefenen van zijn beroep de geschiedenis van (Zuid-)Afrika en de rol van de fotografie daarin, met zich mee. Hij is bekend met het Afro-pessimistische beeld dat decennia achtereen oprees uit de westerse kranten en tijdschriften, en waar de Nigeriaanse historicus en tentoonstellingsmaker Okwui Enwezor al jaren tegen vecht middels exposities als Snap Judgments (in 2008 te zien geweest in het Stedelijk Museum in Amsterdam), waaruit een positiever beeld van Afrika moet rijzen.


Hugo realiseert zich ook dat hij zich soms, vooral als fotograaf in een zwarte gemeenschap, op glad ijs begeeft. In een interview bij de tentoonstelling Figures & Fictions. Contemporary South African Photography, vorig jaar in het Londense Victoria and Albert Museum, zei hij: 'Ik ben de grote witte man (...). Het is ingewikkeld. (...) Maar ik maak deel uit van dit koloniale experiment. Ik ben in zekere zin een stuk koloniaal wrakhout geworden.'


Het zal voor meer van zijn jongere collega's gelden. Ook Jo Ractliffe (50), Mikhael Subotzky (30), Jodi Bieber (45) en Guy Tillim (49), witte Zuid-Afrikaanse fotografen, en Nontsikelelo Veleko (35), Hasan & Husain Essop (27), Zanele Muholi (39) en Sabelo Mlangeni (31), zwart dan wel gekleurd, zijn stukken koloniaal wrakhout. Ze drijven in een zee van mijnen die vaak niet en soms pardoes uit elkaar spatten - om de vergelijking maar even door te voeren. De officiële beëindiging van de apartheid in 1990 bracht weliswaar opluchting en vrijheid (veel fotografen gingen vanaf toen bijvoorbeeld, hoe symbolisch, aarzelend over op kleurenfilm in plaats van het traditionele zwart-wit), onbekommerd en waardevrij fotograferen is er nog altijd niet bij, voor niemand niet.


De Zuid-Afrikaanse fotografen gaan er allemaal anders mee om, maar wat hen bindt is de intensiteit en de noodzakelijkheid waarmee ze hun onderwerpen benaderen. Ze gebruiken humor, zoals de door het surrealisme beïnvloede Essop-tweeling (behalve Zuid-Afrikaans ook nog Indiaas en moslim) die zichzelf via Photoshop eindeloos vermenigvuldigt op grote tableaus waarop van alles gebeurt. Of lef: Muholi onderzoekt met referenties naar de oude studiofotografie, zoals die ontstond in de zwarte gemeenschap, haar eigen seksuele identiteit. Of ze analyseren de eigen persoonlijke relatie met (Zuid-)Afrika en met haar inwoners, zoals Pieter Hugo in zijn projecten probeert te doen.


Hugo breekt met de koloniale fotografiegeschiedenis door van zijn modellen een even krachtige blik terug te verwachten als hij hun schenkt. Pas dan is zijn foto geslaagd, vindt hij: wanneer ook hij als fotograaf wordt bekeken en de macht eerlijker verdeeld. Macht - dat is sowieso een begrip waar het in bijna al zijn foto's om gaat, of het nu de verhouding tussen fotograaf en model is, of de relatie van het model tot een dier. In een van zijn bekendste series The Hyena & Other Men (2005) komen beide vormen aan de orde: Nigeriaanse mannen oefenen macht uit over hun dieren en lijken met hun trotse blikken tegelijkertijd de autoriteit van de fotograaf uit te dagen. En die van de kijker, die wordt gefascineerd en afgestoten.


Dat je ook ontzettend moe kunt worden van de ingewikkelde, gewelddadige geschiedenis en van het jezelf eindeloos opnieuw verhouden tot De Ander - zwart, wit, gekleurd, moslim, lesbisch - bewijst fotograaf Guy Tillim. Van hem is op dit moment de tentoonstelling Second Nature te zien in het Amsterdamse Huis Marseille, met werk waarvoor hij de politiek en de journalistiek de rug toekeerde.


Tillim, die zijn carrière als fotograaf begon in de roerige jaren tachtig, in de nadagen van de apartheid, en zich als journalist bezighield met het vastleggen van de dramatische momenten, zoekt nu de weidsheid van landschappen op en zelfs de weidsheid van een stad als Sao Paulo. Hij zoekt naar manieren om die landschappen en stadsgezichten zo waarde- en clichévrij mogelijk vast te leggen. 'Een politiek standpunt - hier is een bulldozer of een vieze goot in het paradijs - is niet gerechtvaardigd', schrijft hij in het voorwoord van zijn boek. Alle elementen binnen het kader van zijn lens - mensen, bomen, vuilnisbakken - moeten dezelfde waarde hebben en deel uitmaken van het grotere geheel.


Second Nature had dramatisch saai kunnen uitpakken. Het had een puur fotografische exercitie kunnen zijn, niet bijster interessant voor anderen dan de maker zelf. Gelukkig is dat niet zo. De foto's zijn monumentaal, prachtig afgedrukt en behept met wat voor nu toch maar even Zuid-Afrikaanse intensiteit moet worden genoemd. Sta ervoor en je beseft: dit werk was nodig, de blik van deze fotograaf brengt je daar waar je anders nooit gekomen was.


Ook Pieter Hugo morrelt aan zijn relatie met fotografie en met zijn land. In het doorlopende project Kin, waarvan een aantal foto's in Den Haag te zien is, gaat hij weer een stap verder in het vervlechten van zijn eigen geschiedenis met die van Zuid-Afrika. Hij portretteerde zijn grootmoeder, haar zwarte hulp, zijn pasgeboren dochter, een groep jonge Zoeloemannen vlak na hun initiatierite en een heleboel landschappen en interieurs - en gooide dat allemaal door elkaar heen.


This Must Be The Place luidt de titel van zijn tentoonstelling. Het is wat je zegt wanneer je aankomt op een plek en iets herkent, uit een beschrijving, van een foto. Voor Hugo lijkt deze expositie de fotografische bevestiging te zijn van Zuid-Afrika als zijn land.


Pieter Hugo: This Must Be The Place. T/m 20 mei in Fotomuseum, Den Haag. Gelijknamige publicatie €49,95.


Guy Tillim: Second Nature. T/m 3 juni in Huis Marseille, Amsterdam. Gelijknamige publicatie €49,95.


Vijf boeken over en met Zuid-Afrikaanse fotografie


Fotografie 1. David Goldblatt: In Boksburg, 1982, ISBN 9781935004127


Welk boek van David Goldblatt (80), de nestor van de Zuid-Afrikaanse fotografie, is eigenlijk niet belangrijk geweest? The Structure of Things (1999), Particulars (2004), Intersections (2005) - allemaal hebben ze invloed gehad op degenen die na hem zijn gekomen. De observerende zwart-wit foto's uit In Boksburg werden in 2002 opgenomen in Documenta 11 door Okwui Enwezor. Ze vertellen het verhaal van een witte, middenklassegemeenschap in Zuid-Afrika tijdens de jaren van apartheid.


2. Jodi Bieber: Between Dogs & Wolves. Growing up with South Africa, 2006, ISBN 9781451634815


Jodi Bieber is bij het grote publiek bekend geraakt met de foto die in 2010 de eerste prijs bij World Press Photo won: die van het 18-jarige meisje dat werd verminkt door de Taliban. Maar er is meer. In 2006 bracht Bieber het boek Between Dogs & Wolves uit, een indringend portret van een jonge generatie die opgroeit in de ruige buitenwijken van Johannesburg.


3. Mikhael Subotzky: Beaufort West, 2008, ISBN 9781905712113


Beaufort West is een kleine stad ergens langs de lange weg tussen Kaapstad en Johannesburg. Er gebeurt niet veel, Beaufort West is een doorgangsplek - en tegelijkertijd gebeurt er van alles. Door de lens van de jonge fotograaf Mikhael Subotzky in elk geval wel. In kleur en met gevoel voor absurditeiten legde hij het dagelijkse leven in de stad vast, zonder daarbij de sluimerende onvrede over te slaan.


4. Jo Ractliffe: As Terras do Fim do Mundo, 2010


Wie ze eenmaal heeft gezien, zal ze niet licht vergeten: de zwart-wit spooklandschappen van Jo Ractliffe. Ze reisde naar Angola om daar de plekken te bezoeken die eens belangrijk waren tijdens de burgeroorlog, waarin Zuid-Afrika een grote rol speelde. Ractliffe zocht naar sporen die er nauwelijks waren, begon te twijfelen en bracht die twijfel over op de kijker. Welk verhaal vertelt de fotografie hier eigenlijk?


5. Tamar Garb: Figures & Fictions. Contemporary South African Photography. Catalogus bij gelijknamige tentoonstelling in V&A Museum, Londen, 2011. ISBN 9783869302669


Uitgebreide bloemlezing van de achttien belangrijkste Zuid-Afrikaanse fotografen van dit moment en een fijne introductie voor wie zich daarin wil verdiepen. Het meest waardevolle gedeelte zit achterin: lange interviews met al die fotografen door iemand die van wanten weet.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden