Naar Hendrik Jan Schoo is wel geluisterd

Of H.J. Schoo, die zeer gesteld was op zijn onafhankelijkheid, PvdA-denker had willen zijn, is de vraag. Maar er is wel naar hem geluisterd, zegt Paul Kalma....

Polemiseren boven het graf van een overledene doet men niet. Maar een feitelijke rechtzetting mag hopelijk wel. Ayaan Hirsi Ali suggereert dat de verhouding tussen Hendrik Jan Schoo en de Wiardi Beckman Stichting, waar zij van 2001 tot 2002 werkte, uitgesproken slecht was (Forum, 17 september). We zouden hem beschouwd hebben als een ‘bange, witte man’, die ‘xenofoob’ of ‘rechtsradicaal’ was. De werkelijkheid was anders – en niet alleen omdat dergelijke kwalificaties nooit gebruikt zijn.

In een artikel in Trouw in 2000 sprak ik Schoo, als oud-hoofdredacteur van Elsevier, hard aan op de mijns inziens zeer eenzijdige behandeling in dat weekblad van het asielzoekersvraagstuk. Er volgde een felle discussie tussen ons beiden in Buitenhof. Zeer kenmerkend voor Schoo’s houding in het leven was wat er daarna gebeurde. Hij belde me op en nodigde me uit voor een etentje. We kregen een vriendschappelijke verstandhouding, ondanks (of mede dankzij) de meningsverschillen die we hadden. In die jaren was hij ook een graag geziene gast bij de publieke debatten en seminars die de WBS over populisme, integratie en verwante thema’s organiseerde.

Hendrik Jan Schoo, zei Jos de Beus op de herdenkingsbijeenkomst van afgelopen zondag, ‘was de beste denker die de PvdA niet gekend heeft’. Dat is mooi geformuleerd. De vraag is of hij, zeer gesteld op zijn onafhankelijkheid, PvdA-denker had willen zijn. Maar er is wél naar hem geluisterd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden