Naar een politiek van bescheidenheid

Ter bestrijding van De Kloof met de burger is het misschien een goed idee als de politiek zich bezint op de eigen bemoeizucht, meent Martin Sommer....

Gisteren is de politiek weer begonnen. Een mooie volle agenda voor de Tweede Kamer, met het betaald vaderverlof van GroenLinks bijna bovenaan. Maar eigenlijk is de politiek deze zomer nauwelijks weggeweest. We hadden natuurlijk de Duyvendak-affaire, en voor de liefhebber was er veel meer. Wie een e-mailabonnement heeft op de service van het parlement, vlogen de Kamervragen ook tijdens de vakantie om de oren.

Ook de regeringsmaatregelen lieten trouwens niet af. Jet Bussemaker maakte vanuit China bekend dat er vier miljoen komt voor centra voor topsport en onderwijs; collega Huizinga lanceerde een site voor kennisuitwisseling over water en sanitaire voorzieningen; en er was een gezamenlijk bericht van twee ministeries, VROM en Buitenlandse Zaken, dat er liefst twee voertuigen zullen worden ingezet voor internationale natuur- en milieurampen. Het kan nog hilarischer met het onderzoek van Landbouw naar de tien Nederlandse wasberen of dat van minister Rouvoet naar de tijgermug. Rouvoet heeft één opdracht: de puinhoop in de Jeugdzorg opruimen. Het ziet er niet naar uit dat dat opschiet. Dan maar een mug opruimen?

Laten we eens naar deze bestuursdrift kijken in het licht van de Duyvendak-affaire. Duyvendak heeft in alle standen bezworen dat hij ‘een andere Wijnand’ is dan die van 1980. Dat wil ik graag geloven voorzover het het gebruik van geweld aangaat. Maar er is ook iets helemaal niet veranderd sinds de Wijnand van 1980 – zijn onwankelbare, gietijzeren gelijk. Voorheen rechtvaardigde het verschrikkelijke onrecht van leegstand of militarisme een creatieve omgang met het strafrecht. Nu wil hij binnen de grenzen van de wet blijven. Dat verschrikkelijke onrecht is er evenwel nog altijd – al heet dat tegenwoordig het klimaat. Daarvoor zet Duyvendak zich voor 200 procent in. Er móet iets aan gedaan worden.

Het zal u niet verbazen. Zo werkt het toch in de politiek? Ja, zo werkt het. Onze politiek wemelt van de kleine ondernemers die zich helemaal inzetten voor het goede. Men wil laten zien dat men bovenop de bal zit. Men heeft ook overal een mening over en verstand van – de voormalige specialist Speciaal Onderwijs is in een ommezien omgebouwd tot specialist Defensie en vraagt nu net zo makkelijk naar de werking van de benzineleidingen in de JSF. En men beschouwt zichzelf van ChristenUnie tot SP als een soort leninistische voorhoede. Wij willen het goede, volg ons. En dat geldt ook voor de ministeries, getuige de ‘uit het keurslijf’-prijs die minister Plasterk ook al tijdens de zomer instelde voor de Man die het vaakst de vuilniszakken buitenzet. Het spreekt allemaal volstrekt voor zich, maar het is ook een opvatting van politiek.

Men is hier niet zozeer vertegenwoordiger van het volk, alswel vertegenwoordiger van het goede. Nergens is het zo onhelder wie of wat politici eigenlijk vertegenwoordigen als hier. Men wordt gekozen op een verkiezingsprogramma dat hooguit een richting aangeeft, in het kielzog van een lijsttrekker. En daarna gaat men zich helemaal inzetten – niet voor de kiezer maar voor de goede maatregelen en het goede standpunt.

Het kan altijd beter in de samenleving. En dus is de vraag naar bijdragen aan het heil op aarde onuitputtelijk. Een politicus die voor het goede is, moet dat laten zien. En als er geen probleem is, dan bedenken we dat. De nationale schande van de voedselbanken bijvoorbeeld, groot symbool bij de laatste verkiezingen, maar wel een symbool voor een heel kleine werkelijkheid. Geen mens die het durfde constateren. De regel is: steeds meer vragen, steeds meer regels, steeds meer initiatieven. De politicus die het goede wil ‘moet iets doen’ terwijl niets doen soms beter is. Dat heeft een instrumentele weerzijde – goede bedoelingen hebben nogal eens onbedoelde gevolgen. Zo leidde het rookverbod al tot een run op de terrasverwarmers, die nu weer moeten worden bestreden in het kader van het klimaat van Wijnand Duyvendak. Ook met de morele weerzijde van de goede intenties hebben we intussen ruimschoots ervaring, denk aan Srebrenica en lees de verslagen van de Onderwijsenquête.

Zou al dat politieke gestreef naar het goede niet iets te maken hebben met de veelgesmade kloof? Men is hier in Den Haag prima bezig, en begrijpt niet dat de burger niet volgt – dat is Wijnand Duyvendak ten voeten uit. ‘Hoe kan het dat we met zijn allen nog niks aan het klimaat doen?’ Het is in Haagse terminologie misschien van de gekke, maar de burger heeft kennelijk andere besognes. Tegelijk tobben de politici zich de kop gek over De Kloof. Waarom begrijpen we de burger niet? ‘Vreemd’, schreef SCP-directeur Schnabel in het voorwoord van zijn burgerperspectieven-onderzoek, ‘zoveel welvaart, en tegelijk zoveel ongenoegen.’

Zou het iets met die traditie van voorhoedepolitiek te maken hebben? Het heeft er alle schijn van. De Kloof ontstaat als burgerij en politici iets anders willen. En inderdaad. Het CBS stelde in zijn onderzoek vast dat er ‘geringe overeenstemming over ontwikkelingshulp’ bestaat, alsmede dat ‘achterbannen anders (denken) over minderhedenproblematiek’. Als het volk niet wil wat de politiek wil, volgt onbegrip of woede. Niet alleen van het volk, dat zijn heil zoekt op het internet. Maar ook van de politiek. Staatssecretaris Timmermans kan heel mooi verontwaardigd zijn omdat er nog steeds een meerderheid weinig ziet in zijn Europese verdrag. Ex-politicus Marcel van Dam was ook al voorbeeldig boos omdat tegenwoordig bij de aanpak van criminaliteit meer naar de meerderheid van de bevolking wordt geluisterd dan voorheen (Forum, 21 augustus). Ja, dat is inderdaad een schande.

De Kamer is weer begonnen. Zou het in het kader van de bestrijding van De Kloof een goed idee zijn als men zich bezint op de eigen bemoeizucht, het voorlopen, het propageren van het Goede, het Ware en het Schone? Op zijn relatie met de kiezer? Diederik Samsom beklaagt zich op zijn blog omdat de kiezer niet begrijpt dat hij compromissen moet sluiten. Maar dat is het punt niet – Samsom moet zich eens afvragen wie hij in de Kamer vertegenwoordigt. Het milieu? En wie is dat dan, het milieu?

Er stond laatst een brief in de krant, over de reanimatie van ouderen. PvdA en CDA hadden hun afkeuring laten blijken over het besluit van een verzorgingstehuis alleen te reanimeren als de ouderen daar specifiek om vroegen. De briefschrijver – ‘laat deze beslissing over aan specialisten en familie. Politici: bemoei je er niet mee!’ Zelf had ik onlangs een interessante ervaring. Ik belde met Jan Schinkelshoek, tweede Antillenspecialist van de CDA-fractie. Dat was nadat de Antilliaanse minister Leeflang zich tegen de geldigheid van het homohuwelijk op de Antillen had gekeerd, en er vervolgens voor zou hebben gezorgd dat geen Antilliaan meer durfde meedoen aan de homoparade in de grachten.

Wij journalisten zijn nergens te laag voor, en zeker in deze tijd van maoïstische zelfkritiek past een persoonlijk demasqué. Dus ik vroeg de parlementariër of hij niet in de krant wilde zeggen dat het een schande was, van die boot en die minister. Wat zei Schinkelshoek? ‘Ik heb daar geen mening over, en ik geloof dat ik daar ook geen mening over hoef te hebben.’ Ik was even stil van pure verbijstering – een politicus die ergens niet meteen een mening over heeft. En ik dacht toen, wat een verademing, die man heeft gelijk! Op naar de politiek van de gepaste bescheidenheid.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden