Naar de kelder

De mensheid kan slechter worden ingedeeld: kelderlozen en kelderbezitters. De tweedeling werd gemaakt door de Leidse hoogleraar H. L. Wesseling in een vraaggesprek in Cicero van vorige week vrijdag....

De kelderbezitter maakt mij met zijn vreugde om de toekomst altijd wat jaloers. Ik ben kelderloos. Ik wantrouw al de dag van morgen, laat staan dat ik geloof in een schitterende dorst van over tien jaar. Bezat ik een kelder, dan zou ik misschien nog pessimistischer worden; bij elke afdaling naar het rode en witte geluk zou de vergeefsheid mij verlammen en ik zou de flessen om hun geduld en geloof heel erg benijden. Een afdaling in de onderwereld. Misschien het mooiste aan Wesseling is zijn bezit van een drinkschaal, die dorst en bezit met elkaar in evenwicht houdt, een geluksplanning die uniek moet zijn.

Ik heb wel een soort kelderruimte (met een heel klein rekje wijn voor het lessen van dorre dagen); de kelder is gevuld met boeken die ik zelden in kijk, maar niet wil missen. Met wat daar ondergronds staat, zou ik de rest van mijn leven wel kunnnen vullen, want er zijn magistrale verzamelwerken onder. Misschien getuigt mijn kelder toch ook wel van optimisme. Ik heb altijd te veel boeken gekocht, in het vooruitzicht van jaren die nog steeds niet zijn gekomen en ook wel zullen uitblijven. Had ik maar een leesschaal gemaakt, waarin mijn dorst naar kennis en het aantal boeken in balans zouden zijn geweest.

Ik ben er eens getuige van geweest hoe een gastheer zijn tafelgenoten verraste met twee flessen van een leeftijd en een plaats van herkomst die de kenners het water naar de mond bracht, de gedachte aan wijn werd water, het is wel mooi. Er werd geroken, geproefd, gedronken en op het allerhoogste culturele niveau genoten. Europa was nog niet verloren. De lege flessen bleven op tafel staan. Het gezicht daarvan gaf mij een droevige nasmaak. Voorbij, voorbij, o, voorgoed voorbij. Weer was een stukje toekomst verleden geworden. Het allerhoogste geluk laat zich niet herhalen. (Van de dichter Geerten Gossaert, die slechts één bundel publiceerde, wordt verteld dat hem aan een diner gevraagd werd of hij nog gedichten schreef. Hij nam een lege, eens kostbare fles van de tafel en sprak het woord 'leeg').

Ik herlees veel, een zondagse bezigheid volgens Nijhoff. Ook daardoor blijft het nieuwe ongelezen wachten. Het geluk van het herlezen laat mijn jaloezie op de kelderbezitter verdwijnen. Herdrinken is onmogelijk. Dezer dagen verdiepte ik mij even in enkele gedichten van de Engelse dichter George Herbert. Ze bleken mooier dan ze ooit waren geweest. Over rijpen gesproken.

De schitterende editie van Herberts gedichten geef ik bij gelegenheid aan een lezer die de Engelsman nog groter vindt dan ik. Het boek kan een tweede leven beginnen. Ik heb het leeggelezen en het blijft vol voor een ander. Wijn wordt steeds meer een beeld voor vergankelijkheid. De kelderbezitter hoort een pessimist te zijn!

Wesseling zal een heel mooi boekenbezit hebben. Bovengronds. Bibliotheek en wijnkelder houden elkaar dan in het prachtige christelijke evenwicht, dat van de vergankelijkheid en de eeuwigheid, van pessimisme en optimisme. Het is voor mij helaas te laat om die geestelijke grootheid nog te realiseren. Een rekje is het restje van mijn leven. Gezondheid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden