NAAMBORDJE ?

Rotterdam gaat campagne voeren voor naambordjes. Volgens PvdA-raadslid M. Çelik versterkt de oprukkende anonimiteit aan voordeuren en portieken 'gevoelens van onbehagen en onveiligheid'....

Peter de Greef

Metin Çelik, de initiatiefnemer: 'Het begon met de campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen in 1998. De wijken in met folders. Wat zie je dan: heel veel brievenbussen bewerkt met viltstift en Tipp-Ex. Onsmakelijke portieken, rotzooi, deuren ingeslagen. Ik dacht toen: als ik in de raad kom, ga ik daar wat aan doen.

September vorig jaar was ik op pad voor de hulpactie voor Turkije. Weer die irritatie. In wijken als Spangen en het Nieuwe Westen hebben 30 duizend van de 50 duizend bewoners geen naambordje.

Een straat zonder naambordjes is een straat met geheimen. Mensen voelen zich daar psychisch niet lekker. Lopen in een straat zonder naambordjes geeft een gek gevoel. Ik weet dat uit ervaring, ik ben hoofdagent. Zelfs in mijn uniform voel ik mij in zo'n straat minder op mijn gemak, je bent alerter. Wie gaat er schuil achter de deur? Wie woont er? En ook het idee van verpaupering. Fiets door Rotterdam-Hillegersberg en je zult zien dat bijna iedereen een naambordje heeft.'

Dietmar Laske schroefde vorige week vrijdag, nog voor het bekendworden van Çeliks idee, een naambordje op de deur van zijn nieuwe woning in Hillegersberg: 'Eigen huis, eigen stekkie. Dus ook je eigen naambordje. Het is toch bekendmaken aan de buurt dat je er woont. Je bent minder anoniem. Nee, niet alleen voor de postbode. Ook voor de buren en mensen die langskomen, een bevestiging dat ze je huis hebben gevonden.

In ons vorige huis, een huurwoning in Noord-Brabant, hadden we geen naamplaatje. Dat was echt een doorstroombuurt, om de paar maanden nieuwe buren. Even voorstellen was er niet meer bij, de buren waren al vertrokken.

Of zo'n naamplaatje opvalt? Dat kun je het beste aan mijn vrouw vragen, het was een cadeautje voor haar.'

Trea, de vrouw van Dietmar: 'Ik kwam binnen, tassen vol boodschappen, de deur met de sleutels in de mond opengemaakt, zal ik maar zeggen. Hij enthousiast: én iets gezien. Ik: wat? Erg hè, helemaal niets gezien.'

E.L.B. Hundscheidt, chef de bureau bij deurwaarder Bazuin en partners in Rotterdam: 'Ik kom zelf uit een dorpje, daar liggen de huizen zo ver van de weg, dat de naamplaatjes niet te lezen zijn. Mijn veiligheidsgevoel is er nooit meer of minder op geworden.

Of ons werk er makkelijker door wordt? De normale medemens staat normaal ingeschreven bij de gemeente. Wij baseren ons op het bevolkingsregister. Heb je een debiteur met een naamplaatje dan ben je als deurwaarder misschien eerder geneigd het exploot in die woning achter te laten.

Maar waar het om draait, zijn de meneren X. De mannen die niet herkend willen worden, niet opgeven waar ze wonen, die anoniem door het leven gaan, die vertrokken zijn voordat ze zijn opgespoord. Als die groep vanaf nu een naambordje gaat gebruiken, dan wordt ons werk makkelijker. Raar voorstel, dus.'

Frans Schermer, opbouwwerker in Spangen: 'Vijf jaar geleden stond bij een portiek in Spangen ooit een bord met daarop fotootjes van de bewoners en wat persoonlijke gegevens. Het is bij dat ene bord gebleven, helaas.

Wat de PvdA voorstelt, is zo gek niet. Mensen die een naambordje hebben, zien dat anderen het niet hebben. Dat geeft hen een onbehaaglijk gevoel. Waarom geen bordje? Wat hebben ze te verbergen?

Geen naambordje is een teken van achteruitgang. Het hoort bij de omgangsvormen. Vorig jaar stond bij ons de Opzoomeractie in het teken van goedenmorgen. Groet de buren. Juist in een wijk als Spangen gaat het om die kleine dingen.'

Angelique Honkoop van het Rotterdamse Zuider Sleutelhuis, 'voor al uw naamplaatjes': 'Het is absurd hoeveel naamplaatjes er van de deuren worden getrokken. Wij leven ervan, ons hoor je niet klagen. Ook niet over het PvdA-plan. Ons goedkoopste plaatje met één naam kost negen gulden, de duurste, mooie koperen platen, lopen tegen de negentig gulden.'

C.B. Vaandrager, Rotterdams schrijver, in De Hef (1975), pagina 29: 'Zo stoort mij het bestaan van een aarsmaai als 'Deelder'. . . Deze laffe, karakterloze leugenachtige meespeler, voor zoete koek, maar zijn plaats niet kennende, met medewerking van de Rotterdamse Kunststichting het dichterlijk klimaat in Rotterdam-Randstad verziekend. Iemand, die 'Boe' roept als hem een lekker wijf passeert. En dat noemt mij tegen kennissen 'stakker'. Woedend wou ik John Schell, koninklijke schaakgeest, vragen of hij het voormalige Hendrikshaarhoofd mores wou leren, eventueel waar ik bij was, naar hem in zijn veel te riante dichtersverdieping 'denk om de bocht' van geld en speed beroofd te hebben. Ik loop langs en verwijder voorlopig naamplaatje en bel.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden