Naakt op de hoge duikplank

'DE MENSEN zijn zoveel over de jaren zeventig vergeten. Ze denken dat het een tijd was van boothalzen en glam rock en ze worden nostalgisch over Fawlty Towers en kinderprogramma's op tv....

Aan het woord is Sophie. Ze praat tegen een vriendje, Patrick, we schrijven 2003 en de plaats van handeling is Berlijn. Ziedaar de opzet van de nieuwe Jonathan Coe, The Rotters' Club. Het is een verhaal, verteld door een kind van de jaren tachtig, over de jeugdjaren van zijn ouders: de jaren zeventig. Het is een beetje mal en soms wat ongeloofwaardig perspectief, maar Coes beslissing zijn verhaal op deze wijze te vertellen zal wel te maken hebben met het feit dat er een vervolgroman is gepland, The Closed Circle, over de jaren negentig. Pas dan is de structuur van het tweeluik echt te beoordelen.

The Rotters' Club gaat over de wederwaardigheden van een groepje jongelui die allen studeren aan de King Williams School in Birmingham. Het is een zogeheten egalitaire school, waar begaafde kinderen uit niet-bevoorrechte milieus worden klaargestoomd voor Oxford en Cambridge. De omstandigheden waarin de vier hoofdpersonen - Benjamin Trotter, Sean Harding, Dough Enderton en Philip Chase - verkeren, is symptomatisch voor heel Groot-Brittannië, alsook voor veel andere westerse landen in de jaren zeventig.

Het zijn de gloriedagen van progressief links, de verbeelding staat op het punt aan de macht te komen. De muzikale scene wordt gedomineerd door prog rock, uitgevoerd door bands die geen liedjes schrijven, maar conceptalbums maken. Muziek waarbij je moet nadenken en waarop je kunt wegzweven: Yes, Gentle Giant, Camel.

Muziek is een belangrijke rode draad in de levens van de hoofdpersonen. The Rotters' Club ontleent er zelfs zijn titel aan. In 1975 verscheen namelijk een elpee met dezelfde naam, van de uit Canterbury afkomstige groep Hatfield and the North. De elpee brengt Ben Trotter op het idee zich Bent Rotter te (laten) noemen, en zijn zusje Lois Lowest Rotter. In The Dwarves of Death uit 1990 legde Coe als eens een relatie tussen muzikale voorkeur en persoonlijkheid. In dit boek heeft muziek bovendien de functie van sign of the times. De progressieve rockmuziek zal immers van de troon worden gestoten door de ontnuchterende, van elk ideaal gespeende punk, zoals de macht van de vakbonden en de verbeelding zal worden gebroken, door een economische recessie plus het rechtse liberalisme van Margaret Thatcher.

Hoewel het duidelijk is waar de sympathieën van de schrijver liggen, schetst The Rotters' Club geen geïdealiseerd beeld van de jaren zeventig. De reputatie die de Britse vakbonden in die tijd hadden op het gebied van volstrekt zinloze of onredelijke stakingen, wordt niet onder tafel geschoven, net zomin als het racisme, dat toen nog niet zo politiek incorrect was als nu. Ook de discriminatie van Ieren, als reactie op het IRA-geweld, komt aan de orde.

Coes boek biedt een soort wisselwerking tussen de microkosmos van de King Williams School en de Britse maatschappij. De enige zwarte jongen van de school wordt, hoewel hij een modelleerling is, door de andere jongens Rastus genoemd. In de boze buitenwereld trekt het oerconservatieve parlementslid Enoch 'Rivers of Blood' Powell zich terug uit de actieve politiek, omdat zijn Conservative Party te soft is tegen zwarte immigranten. De strijd tussen de IRA en het Britse leger wordt gereflecteerd in de behandeling die Sean (Iers bloed) zich moet laten welgevallen. Doughs vader wordt het slachtoffer van de eerste massa-ontslagen (bij British Leyland: begin van het einde van de Britse auto-industrie), de vriend van Lois komt om het leven bij een van de zinloze aanslagen uit die jaren (de zogeheten Tavern of the Town-bombing in november 1974, waarbij een café werd opgeblazen).

Deze zware ingrediënten ten spijt, is de toon van de roman licht. Neem de dood van Lois' vriend Malcolm. De twee kennen elkaar via een contactadvertentie (Hairy guy seeks chick. Birmingham area). Als de twee, na een tijdje verkering, afspreken in de Tavern of the Town, heeft Malcolm een ring in zijn zak. Voor hij hem haar kan geven, gaat de bom af. Waarna Coe het hoofdstuk afsluit met de zin: 'And that was how it all ended for the chick and the hairy guy.'

Met kennelijk genoegen beschrijft Coe het taalgebruik, de kleding en tal van andere aspecten van de jaren zeventig, en hij schuwt daarbij de spot niet. Tja, het waren harige tijden, die jaren zeventig. Bruine tijden ook: bruine auto's, bruine muren, bruine meubels, bruine kleding. . . Ben Trotter, in wie Coe vermoedelijk veel van zichzelf heeft gestopt, weet alles van Tolkiens Midden-Aarde: geschiedens, topografie, enzovoort. Maar waarom er een Muur staat in Berlijn, wat Watergate is, waarom de IRA bomaanslagen pleegt en wat de achtergrond is van de naam Koude Oorlog ('Waarschijnlijk is het in Berlijn hartstikke koud. In Rusland in elk geval wel, dat weet iedereen'), daarvan heeft hij geen idee.

Een lovende bespreking in de schoolkrant van het vijfde Yes-album, Tales from Topographic Oceans, is daarentegen weer zeer aan hem besteed. De tegelijkertijd innemende en ironiserende wijze waarop Coe in dit schoolkrantenartikel zowel de passie als de onbevangenheid en ook naïveteit van een adolescent neerzet, toont zijn meesterhand. Zoals de zwembadscène rond de forsgeschapen leerling Chapman zijn humoristische kwaliteiten toont. Deze Chapman vergeet geregeld zijn zwembroek. De sanctie daarop luidt verplicht naaktzwemmen, en bij zijn medeleerlingen bestaat het vermoeden dat de leerling zijn zwemkleding expres vergeet. Een tweede regel wil dat praten tijdens het zwemmen wordt bestraft met vijf minuten te kijk staan op de hoge duikplank. Wie op de hoge duikplank van het buitenbad staat, is echter uitstekend zichtbaar vanuit de hoogste verdieping van de passerende dubbeldeksbussen. Dus schrijft Coe droog: 'Die dag ontving de Chief Master vier klachten en een verzoek om Chapmans telefoonnummer.'

Hoewel de nostalgie voortdurend op de loer ligt, heeft Coe er alles aan gedaan een evenwichtig beeld te schetsen van de jaren zeventig, die ook voor hemzelf (geboren in 1961) zeer vormend waren. Neem het omslag: dat doet sterk denken aan raufahser, alweer zo'n fraai staaltje smakeloosheid uit die tijd.

Knappe veertiger die weerstand kan bieden aan dit boek. Alleen: Tales from Topographic Oceans was natuurlijk het zesde Yes-album (en dan rekenen we de live-elpee Yessongs nog niet eens mee).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden