Naakt en berooid de speelzaal uit

Hoeveel spelen liggen er voorgoed onder het zand van de geschiedenis bedolven? In de Middeleeuwen bestonden spelen, waarvan we alleen de naam nog maar weten....

Spelen in de Middeleeuwen (Verloren; fl 44,-) is een bundel artikelen van deskundigen die zich in het onderwerp hebben verdiept. Helaas hebben sommigen van hen meer belangstelling voor bronnen en methodiek dan voor het spel, wat voor de geïnteresseerde buitenstaander minder opwindend is.

Toch komt de speelse leek wel aan zijn trekken, want de auteurs hebben heel wat mooie, minder bekende (schaak)verhalen in de middeleeuwse literatuur opgedolven.

Spelen en romantiek hoorden bij elkaar. Het spel was vaak een voorwendsel voor geliefden om elkaar heimelijk langdurig te kunnen ontmoeten. Dan was het niet erg als een schaakpartij veel tijd in beslag nam. Pas na 1470, toen het schaken met nieuwe (de huidige) regels woester werd, haakten de vrouwen af.

Kerk en justitie stonden afwijzend tegenover veel spelen. Vooral het dobbelen was berucht. Er werd veel vals gespeeld: er zijn dobbelstenen met twee zessen of verzwaard bij de zes opgegraven. Er werd veel ruzie gemaakt. Gokken leidde vaak tot ruige vechtpartijen, maar schaken om een inzet ook.

Er waren ook religieuze problemen. De gang der dobbelstenen werd als een goddelijke uitspraak beschouwd en wie zwaar verloor, keerde zich woedend tegen het hemels gericht. Uitzinnige verliezers koelden hun woede op beelden in kerken. Een schoot er zelfs een pijl naar de hemel. Toen die bebloed terugkwam, besloot hij kluizenaar te worden.

In Noord-Italië werd het gokken geruime tijd verboden, schaken niet. Maar vanaf de twaalfde eeuw mochten beroepsgokkers bepaalde speelhuizen of -pleinen beheren, waar zij gewapenderhand ook de orde moesten bewaren. Daar werden de spelregels geüniformeerd en kon de overheid belasting heffen. De spelers mochten alleen vergokken wat ze bij zich of aan hadden. In menig vrolijk verhaal verlaten verliezers naakt of in een oude zak de speeltafel.

Schaken kreeg in de elfde eeuw steeds meer bekendheid in Europa. Het hoorde bij de opvoeding van de adel, evenals dichten en zwemmen. Dat laatste was nodig als je valk op een eiland neerstreek. Steeds vaker hield ook de burgerij zich ermee bezig en er werd om geld gespeeld. Met dat laatste was de kerk niet gelukkig en soms klonk de vrome raad dat de winst aan de armen moest worden gegeven.

Toch waren er ook tegenstanders van het spel. Het leidde immers van het hogere af en was verschrikkelijk verslavend. Priesters mochten volgens sommige geboden zelfs niet naar een partij kijken. En in het Italië van de vijftiende eeuw belandde soms al het spelmateriaal op de 'brandstapels van de ijdelheid'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden