nieuws

Na wetswijziging komen verdachten in strafzaken niet meer weg zonder dna-profiel

Justitie mist te veel dna-profielen in strafzaken. Na uitgebreid onderzoek is nu de tijd rijp om daar met een wijziging van de wet iets aan te doen.

Door met een busje, ingericht als rijdend forensisch laboratorium, naar de plek van een misdrijf te rijden, kan ter plekke direct een klein aantal dna-sporen worden omgezet in data, die direct naar het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) worden gezonden voor analyse. De foto is in november 2020 gemaakt tijdens een experiment van politie en het NFI. Beeld ANP
Door met een busje, ingericht als rijdend forensisch laboratorium, naar de plek van een misdrijf te rijden, kan ter plekke direct een klein aantal dna-sporen worden omgezet in data, die direct naar het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) worden gezonden voor analyse. De foto is in november 2020 gemaakt tijdens een experiment van politie en het NFI.Beeld ANP

De wet die het mogelijk maakt het dna-profiel van veroordeelden op te slaan in de landelijke databank voor strafzaken (Wet DNA-V) krijgt een ruimer bereik. Verdachten die worden heengezonden, maar wel verdacht blijven van een feit waarvoor voorlopige hechtenis mogelijk is, moeten straks verplicht celmateriaal (wangslijm) afstaan. Volgt later een veroordeling, eventueel bij verstek, dan wordt van het celmateriaal een dna-profiel gemaakt dat alsnog in de databank belandt.

Dat schrijft demissionair minister Ferd Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA) in een brief aan de Tweede Kamer. Doordat celmateriaal nu pas wordt afgenomen na een veroordeling, ontkomt een deel van de personen die formeel onder de huidige wet vallen aan de opname van hun dna-profiel in de databank van het Nederlands Forensisch Instituut. Ruim 20 duizend veroordeelden zijn voor Justitie onvindbaar, vaak door vertrek naar het buitenland, bleek enkele jaren geleden. Met de wetswijziging die Grapperhaus in gang zet, wordt het percentage gemiste profielen (nu 13 procent) nagenoeg nul.

Het in een vroeg stadium afnemen en bewaren van celmateriaal (‘conservatoire afname’) is een wens die al langer bij een groot deel van de Kamer leeft, vooral sinds de geruchtmakende zaak rond Bart van U. Van hem was ondanks een eerdere veroordeling voor wapenbezit, waarbij hij zijn gevangenisstraf wist te ontlopen, geen dna-profiel gemaakt.

Oud-minister Borst

In februari 2014 doodde hij oud-minister Els Borst. Pas nadat Van U. bijna een jaar later ook zijn zus Loïs had vermoord, een moord die dus mogelijk voorkomen had kunnen worden, liep hij tegen de lamp. Doordat toen wel een dna-profiel werd gemaakt, kon hij ook als moordenaar van Borst worden ontmaskerd.

Een commissie onder leiding van voormalig staatsraad Rein Jan Hoekstra noemde een betere uitvoering van de Wet DNA-V ‘dringend gewenst’. Hij deed de aanbeveling dat bij ‘allen die verdacht worden van een misdrijf waarbij voorlopige hechtenis kan worden gevorderd dna wordt afgenomen’, om het te vernietigen als iemand onschuldig blijkt.

Grapperhaus kondigde in 2019 aan dit advies in grote lijnen te willen opvolgen. Maar hij wilde deze conservatoire afname met veel waarborgen omkleden, om ‘een zo foutloos mogelijke uitvoering’ te garanderen. Hij liet de afgelopen jaren onderzoek doen, waaruit nu blijkt dat de vereiste zorgvuldige werkwijze (opslag, beheer, transport, ict-ondersteuning, privacy- en rechtsbescherming) niet op onoverkomelijke hindernissen stuit. De juridische legitimiteit was al eerder vastgesteld, ook door Hoekstra, die het ‘enigszins vergelijkbaar’ achtte met het afnemen van vingerafdrukken.

Volgens Grapperhaus zullen na invoering van de wetswijziging ruim 40 duizend conservatoire afnames per jaar plaatsvinden, op in totaal driehonderd locaties van de politie en de marechaussee. De minister stelt dat ‘het afnemen van celmateriaal binnen de ophoudtermijn (als iemand niet wordt vastgezet is dat maximaal negen uur, red.) in het algemeen goed haalbaar’ is. Het materiaal komt op één centrale opslaglocatie, bij een nog te kiezen bestaande overheidsorganisatie.

Vijf keer verruimd

De wetswijziging illustreert het toegenomen belang van dna-onderzoek in strafzaken, sinds ruim twintig jaar geleden de databank werd opgericht. De wettelijke toepassingsmogelijkheden voor dna-onderzoek zijn in 23 jaar al vijf keer verruimd, stelde de commissie-Hoekstra vast.

In spraakmakende zaken, zoals bijvoorbeeld de dood van het Limburgse jongetje Nicky Verstappen, is het vaak een dna-match die jaren later naar een verdachte leidt – in zijn geval na een breed opgezet verwantschapsonderzoek. Misdaadjournalist Peter R. de Vries zou zelfs het liefst zien dat het dna van iedere Nederlander wordt opgeslagen.

Zover wil Grapperhaus niet gaan. ‘We moeten steeds oog houden op de proportionaliteit.’ Niettemin ziet de bewindsman zijn beoogde wetswijziging als opnieuw ‘een grote stap vooruit’. Grapperhaus: ‘Dat we nu 13 procent van de personen niet bereiken en straks wel, scheelt een slok op een borrel.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden