Na uren gewacht te hebben rook ik benzine: de geur van de beschaving

Een benzinestation in de Florida Keys is gesloten in afwachting van de komst van orkaan Irma. Toen de orkaan was gepasseerd, ontstonden lange files van terugkeerders die benzine nodig hadden. Beeld getty

Ik wist dat ik zonder benzine zou eindigen. Naar Florida vliegen was er niet meer bij, dus had ik na het vliegveld van Atlanta nog 400 mijl autorijden naar de orkaan voor de boeg. Ik dacht van tevoren: eerst sla ik nog wat lege jerrycans in, maar de jerrycanschappen waren leeg. Stormen komen met een boeggolf, en de rimpelingen hadden Atlanta eerder bereikt dan ik.

In het zuiden van Georgia gooide ik die nacht de tank voor het laatst vol. Daarna door, over de lege Interstate richting de wolken. Ik passeerde nog één benzinestation waar auto's uit beide richtingen in de rij stonden en dacht: daar had ik moeten tanken. Maar ik had haast, Irma kwam eraan, en ik onthield de plek voor de terugweg. Ik haalde St. Petersburg, bij Tampa, en het benzinemetertje stond pas halverwege. Ik feliciteerde mezelf met mijn zuinige rijstijl en wachtte op Irma, de storm die in Florida de stroom afsloot.

Op de terugweg, de volgende middag, kwam me een eindeloze stoet tegemoet van terugkerende evacués, legervoertuigen, kraanwagens, ambulances, pick-uptrucks met bootjes achterop. Het benzinestation dat ik op de heenweg had gezien was stampvol. Auto's stonden schots en scheef bij de pompen, het blauwrood van zwaailichten gloeide onder het dak. De sliert auto's bleek het begin van een file van zeker 20 kilometer. Er waren meer mensen die benzine nodig hadden.

Het benzinewijzertje zakte gestaag naar links. De tweede helft gaat om raadselachtige redenen altijd sneller dan de eerste helft. Ik vond een knop op het stuur die me liet zien hoeveel mijl ik nog kon rijden en dat was veel minder dan het wijzertje had beloofd. Met nog 20 mijl te gaan ging ik van de I-75 af, om de andere benzinejagers kwijt te raken.

In de duisternis stond een politieauto op de weg. Omleiding. Ik kwam bij kruispunten waar auto's radeloos de andere kant op gingen. Ik zag mijn mijlen verdwijnen. In Lake City stopte ik maar, met 8 mijl op de teller. Ik pakte een blik kikkererwten en mijn slaapzak en sliep op een parkeerplaats in de zwarte stad.

Om zes uur de volgende ochtend reed ik op aanraden van een politieman terug naar een benzinestation bij de snelweg. Het was er best druk. Pas dichterbij zag ik dat iedereen in slaap was achter het stuur. Uit een van de auto's stapte een jongetje en dat piste tegen de achterband.

Ik sloot aan in de rij en wachtte vier uur. De dame achter de kassa zei dat de tankwagen in aantocht was. Ineens stopte er een stoet politiewagens. Een goed teken, dacht ik, want die waren natuurlijk gekomen om de tankwagen te beschermen en de uitbrekende ruzies in goede banen te leiden. Wisten zij meer? Maar ze wisten niets.

Iemand zei dat er in de stad nog een benzinestation met benzine was. Maar dat dacht natuurlijk iedereen, en dan was het straks weer op. Wanneer laat je een onzekere belofte achter voor een beloofde onzekerheid? Ik aarzelde nog een uur en ging toen op zoek, met nog 6 mijl op de teller.

Er stonden maar weinig auto's in de rij voor het station. Ik stapte en ineens rook ik het: de geur van de beschaving.

Ik stelde me een toekomst voor met elektrische auto's, en wat er dan zou gebeuren na een storm als deze.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden