Na twee jaar weer terug in Aleppo, dat is heroverd op de rebellen

De macht van Assad na zes jaar Syrische burgeroorlog

Na twee jaar is de Volkskrant terug in Aleppo. Ana van Es trekt de wijken in en merkt meteen de invloed van het Syrische ministerie van Informatie.

Beeld Eddy van Wessel

In de wijken waaruit de rebellen verdreven zijn keren de inwoners terug. Tussen de puinhopen heropenen winkeliers hun zaak. Maar de gouverneur van Assad zet niet zomaar een stempel.

Tussen de ruïnes grijpt de nieuwe machthebber naar zijn broekzak. Daar bewaart hij het, zijn pasverworven wapen, zorgvuldig in een plastic zakje gewikkeld zodat de blauwe inkt niet lekt: een ronde stempel. 'Dit is de stempel van de Syrische regering.'

Een paar weken geleden was Adnan Doks nog een simpele kantoorklerk in Aleppo. Nu is hij plots gepromoveerd tot wijkgouverneur. 'De Baath-partij heeft me persoonlijk gevraagd.' Hij klinkt trots. De Baath-partij is de politieke beweging van president Bashar al-Assad.

Als een filmster op leeftijd flaneert hij door de in puin gelegde straten van zijn woonwijk Al Sukkari; zijn vrouw, een zwarte hoofddoek rond haar gerimpelde gelaat, vergezelt hem. 'Mijn verloofde', schatert Doks. Zij komt uit de kuststad Latakia, 'waar de familie van de president ook vandaan komt.' In Syrië doet zoiets ertoe. Ja, misschien komt het wel door zijn vrouw dat de partij juist hem koos.

Naast hem neemt zij zwierig alle hapjes aan, zoete lekkernijen die ze krijgen van buurtbewoners die magerder zijn dan zij. Onderdanig dringen ze hun eten op aan de weldoorvoede Doks. Ze zwermen om hem heen, juichen als hij komt, weten dat ze van hem afhankelijk zijn. Alleen hij beschikt over de stempel van de regering.

Maar Doks pakt zijn stempel niet zomaar. Een man die smeekt om een overlijdensakte voor zijn vader, gestorven in de tijd van de rebellen, krijgt nul op het rekest. 'Dat kan ik niet doen.'

Doks is voorzichtig met mensen die hier onder de rebellen vrijwillig bleven wonen. Al Sukkari was een bolwerk van verzet. Pas in de laatste dagen van de oorlog, in december 2016, toen de buurt nagenoeg was platgebombardeerd door de coalitie van Assad en een hoge VN-diplomaat Aleppo omschreef als het Stalingrad van onze tijd, toen pas gaf de wijk zich over.

De vorige gouverneur is overgelopen naar de andere kant, stelt Doks. 'Hij is daar rechter geworden.' In deze wijk was het verzet tegen de Syrische regering tot voor kort zo groot dat zelfs ambtenaren een carrière bij de rebellen overwogen. 'Mij hebben ze ook gevraagd. Maar ik heb het niet gedaan.'

Hij staat stil voor zijn huis. Aan de voorgevel hangt een meer dan levensgrote poster van de man in wie Doks altijd is blijven geloven: president Assad. Toen hij gouverneur werd, was het eerste wat hij deed deze plaat ophangen. 'Kinderen die hier zijn opgegroeid weten niet wie hij is. Nu kan ik tegen hen zeggen: hij is onze president.'

Overal in pas heroverd Aleppo hangt zijn afbeelding: Assad met de Russische president Poetin, Assad met een afbeelding van de citadel van Aleppo, een jonge versie van Assad met een pilotenbril, een vrolijk zwaaiende Assad in een krijtstreepjasje, Assad met raketten die doen denken aan de Russische en Syrische bommen die Oost-Aleppo vernietigden, Assad op een bord met de tekst 'Syrië, o mijn vriend.'

Van opstand tot burgeroorlog

Op 15 maart 2011 was een demonstratie in Damascus het begin van de opstand in Syrië tegen het bewind van president Bashar al-Assad. Het verzet groeide uit tot een volksbeweging die hard werd neergeslagen. Vanaf november 2011 ontaardde dit in een burgeroorlog. Onder meer Homs, buitenwijken van Damascus en Oost-Aleppo vielen in handen van rebellen. In Aleppo leek Assad aan de verliezende hand, tot hij medio 2016 versterking kreeg van zijn Russische bondgenoot Poetin. De Syrische burgeroorlog heeft naar schatting ruim 400 duizend levens geëist.

Deze week precies zes jaar geleden, vanaf maart 2011, begonnen de posters van Assad hier te verdwijnen, in de oostelijke stadswijken van Aleppo en in veel andere delen van het land, in Homs, Daraya, tal van buitenwijken van de hoofdstad Damascus. Syrië zinderde van het protest. Veel inwoners dachten dat het een kwestie van tijd zou zijn voor ze voorgoed afscheid gingen nemen van de alleenheerser op de poster. Maar nu is Assad terug.

En iedereen die zich openlijk tegen hem heeft verzet, is verjaagd uit Oost-Aleppo. Zo zal het niet blijven, zegt Doks. 'Er is amnestie op komst. Iedereen die terug wil, kan terug.'

Wie zijn de rebellen?

Aanvankelijk domineerden rebellen van het Free Syrian Army (FSA) het verzet. Het Westen zag hen als democratische belofte voor Syrië. Vanaf 2013 eigenden rebellen met een jihadistische agenda zich steeds meer macht toe. De grootste rebellenorganisatie is nu het Nusra-front. Die terreurbeweging verandert steeds van naam - eerst Jabhat Fatah al Sham, sinds januari Hayat Tahrir al Sham - om haar relatie met Al Qaida te ontkennen. Volgens het Institute of War onderhield in 2015 ruim de helft van de rebellengroepen in Aleppo banden met het Nusra-front.

Vooralsnog zijn de enigen die welkom zijn in Al Sukkari de inwoners die Assad trouw zijn gebleven. Zoals Sidra, 23 jaar, vel over been, met drie uitgemergelde kinderen die achter haar aan over het puin klauteren, het grijze stof van Aleppo aan hun kleren. 'We waren zo blij toen het regime terugkwam.' Ze is weduwe, zo jong als ze is. Haar man sneuvelde in het Syrische leger. Hij heeft zijn leven gegeven voor Assad.

Sidra, waar zijn je buurtgenoten? Met holle ogen kijkt de jonge vrouw om zich heen, in een straat waar geen enkel gebouw nog heel is. 'Mensen komen niet terug. Ze zijn dood.'

De herovering van Aleppo, op 15 december 2016, was voor Assad zijn belangrijkste overwinning in de Syrische burgeroorlog. Hij heeft hiermee de grootste stad in Syrië weer in handen, het commerciële hart van het land. Nu de rebellen verdreven zijn uit alle grote Syrische steden is hun politieke rol vrijwel uitgespeeld.

Aleppo, dat voor de oorlog een van de mooiste en rijkste steden van Syrië was, blijft achter als een verdeelde woestenij. In West-Aleppo, dat in handen bleef van het regeringsleger, zijn slechts af en toe huizen zichtbaar geraakt. Zoals het appartement van oma Nimad, die in haar woonkamer tegenwoordig 'koffie drinkt in de zon'. De buitenmuur staat er immers niet meer: weggeblazen door een autobom van het verzet. Zeven doden, of was het acht.

Aan de andere kant van het front, in Oost-Aleppo, hebben jaren van stadsoorlog, die eindigde met luchtaanvallen door Assad en zijn Russische bondgenoot Poetin, complete buurten in een steenvlakte veranderd.

Van de 16de eeuwse Souk al Saboun, de trots van de stad waar eeuwenlang de beroemde zeep van Aleppo is geproduceerd, resteert alleen een toren van puin. Sama, 11 jaar, klautert over de brokstukken naar beneden, haar gezicht grijs van het stof. Vandaag gaat ze niet naar school. 'Ik zoek oud ijzer voor mijn familie.'

Hoe gaat Assad deze stad weer opbouwen?

Een van Assads machtigste vertegenwoordigers in Aleppo is Fares Shehabi, parlementariër en voorzitter van de plaatselijke kamer van koophandel, in deze handelsstad een sleutelpositie. Shehabi (44) wordt gerekend tot Assads intimi. Met een innemende lach vertelt hij dat de Europese Unie hem op de sanctielijst heeft staan. Hij liet stakersrellen beëindigen in 2011, toen het westen hoopte op een Arabische lente in Syrië. 'Het Westen ziet mij als terrorist.'

De wederopbouw van zijn thuisstad schetst hij als een overzichtelijk project. 'Dresden en Berlijn zijn in de oorlog ook totaal verwoest. Over vijf tot tien jaar zal er een nieuw Aleppo zijn.'

Maar voor herbouw is geen geld. In het historische centrum ('Unescowerelderfgoed') graaft de 66-jarige Mohammed daarom met zijn blote handen de ruïne uit waar zijn winkel heeft gestaan. Een voor een draagt de oude man de brokken steen naar boven. Het dak is zodanig ingestort dat hij kruipend naar binnen moet.

Is er steun voor de wederopbouw? Van de Syrische overheid, van de Russen, van de Iraniërs, van een van de andere strijdende partijen die hebben geholpen om deze stad plat te leggen? Van het Westen wellicht, waar men zoveel kritiek had op deze oorlog, maar tegelijkertijd de rebellen steunde? 'Er is niets.'

Mohammed is houtbewerker. Kruip achter hem aan het puin in, pas op dat het dak niet op je hoofd instort en in het schemerdonker zie je de winkel die hij in 2012 halsoverkop moest verlaten: een ambachtelijk gemaakte boekenkast, een zak met houten slippers, kinderspeelgoed. Elk stukje hout dat hij kan redden draagt hij tegen zich aan geklemd mee naar buiten. 'Het hout mag niet beschadigen.'

Toen rebellen de oude stad innamen en op zijn stoep de frontlijn werd getrokken, was hij net bezig om zijn zoon, die nu 27 is, het vak te leren. Een halve eeuw al zit deze zaak in zijn familie. 'Dat is toch niet weinig?'

De naastgelegen Ummayadenmoskee uit de 11de eeuw, met zijn verwoeste minaret, jarenlang een geschutsstelling van de rebellen, is versterkt met jutezakken van het World Food Programme (WFP). Veel legerposten in Aleppo zijn gebouwd met tentplastic van de UNHCR, de internationale VN-vluchtelingenorganisatie.

Er hangt geen UNHCR-zeil over het familiehuis van de teruggekeerde kapper Bashir (40), vlak bij het oude centrum. Brokstukken: de slaapkamer. Meer brokstukken: de woonkamer. Alleen de buitenmuren staan overeind en een stukje plafond dat toevallig niet naar beneden is gekomen. 'De ventilator hangt er nog.'

Aan welke kant staat Bashir, terug in zijn verwoeste huis, in een rebellenwijk, na vijf jaar oorlog? In een stad waar Assad je weer overal tegemoetlacht is die vraag onbespreekbaar. Te riskant. Aleppijnen benadrukken steevast dat ze persoonlijk niets van de rebellen moesten hebben. Op een dag kwamen die gewoon, als een natuurverschijnsel.

Bashir moet dus ook niets hebben van het Vrije Syrische Leger, de rebellengroep FSA (Free Syrian Army) die in zijn buurt de dienst uitmaakte en die wapens en geld krijgt van westerse overheden. 'De FSA, daar was ik niet voor. Maar die deden je alleen kwaad als je banden had met de overheid.' Hij klimt uit de ruïnes van zijn huis, zegt ineens met een krankzinnige moed: 'Nee, nee, dit is niet gedaan door de FSA. Dit is gedaan door de grotere krachten bij de bevrijding. Ik heb gezien hoe de overheid gebouwen innam, alles vernielde.'

Winkelen: langzaam maar zeker komt het dagelijks leven weer op gang. Beeld Eddy van Wessel
Overal in de stad hangen portretten van Assad Beeld Eddy van Wessel

De rebellen zijn nu dood, gearresteerd of verbannen naar het platteland, maar in Aleppo zijn nog niet al hun sporen uitgewist. De kleine dingen die ze achterlieten, doen vermoeden dat ze niet bouwden aan een ruimdenkende vrijstaat als tegenwicht tegen het regime-Assad, maar aan iets onheilspellenders: een streng-islamitisch bewind onder gewapende leiding.

Je ziet het op winkelgevels: vrouwengezichten op reclameposters zijn weggekrast met zwarte stift. Loop door de verwoeste straten, waar mensen zich warmen bij zelfgestookte vuurtjes, en vanuit het puin komen vrouwen als zwarte spoken je tegemoet. Zelfs in conservatief Aleppo valt hun kledingstijl op: een nikab die niet alleen het gezicht, maar ook de ogen bedekt, gedragen met zwarte handschoenen en een flapperend gewaad - geen stukje huid zichtbaar.

Op de muren graffiti van het Nusra-front, van Ahrar al Sham. Het Nusra-front bestaat niet alleen volgens de oorlogsretoriek van Assad uit 'terroristen', maar ook volgens de internationale gemeenschap. Ahrar al Sham onderhield jarenlang banden met hen.

'De rebellen waren heel streng', zegt Mohammed (48), die drie weken geleden zijn winkel in woonartikelen heropende. 'Alles met een lichaam was verboden.' Met een zaklamp - er is geen elektriciteit in Aleppo - laat hij zien waarom hij opgelucht is dat Assad terug is: nu mag hij zijn aardewerken beeldjes van engelen weer aan de man brengen, en ook decoratieletters, LOVE.

'In het begin stonden ze aan onze kant', valt zijn broer hem bij. 'Maar toen ze voelden dat ze genoeg steun hadden, durfden ze hun religieuze regels aan ons op te leggen.'

Iedereen in Oost-Aleppo, degenen die gebleven zijn tijdens het verzet, maar ook degenen die Assad graag mogen, spreken over de terugkeer van al nizam, dat zich laat vertalen als 'het regime' of 'het systeem'. Zes jaar geleden ging men de straat op om het vertrek te eisen van dit systeem: de sektarische dictatuur van Assad, de martelingen, de onderdrukking.

Maar nu de Syrische burgeroorlog, die elf miljoen vluchtelingen in binnen- en buitenland en honderdduizenden doden heeft opgeleverd, het zevende jaar in gaat, rolt het systeem zich als een deken opnieuw uit over de verwoeste stadswijken van Aleppo.

Er gaan twee treinen per dag van West- naar Oost-Aleppo. Beeld Eddy van Wessel

Als symbool dat het systeem terug is, rijdt in Aleppo de trein weer: twee keer per dag van West- naar Oost-Aleppo. 'We noemen het de Trein van de Overwinning', zegt de assistent-stationsschef, Mahram Jelod. Op zijn kantoor in het monumentale stationsgebouw hangt niet alleen een poster van Bashar al-Assad, maar ook een van zijn vader Hafez: samen goed voor 46 jaar alleenheerschappij in Syrië.

De Trein van de Overwinning, voortgetrokken door een hoestende en puffende locomotief van bijna een halve eeuw oud, biedt een panoramisch uitzicht op verwoeste stadswijken als Bustan al Qasr ('Paleisboomgaard'), tot op het laatst in handen van de rebellen. Gebouwen zijn in laagjes in elkaar gezakt, de stad bestaat alleen nog in zwart-wit. Vanuit de coupé kijkt een jong stelletje naar buiten. Waarom zijn ze hier? 'Voor de lol', zegt zij, Hiban (23), studente wiskunde uit West-Aleppo. 'Het is iets anders dan anders.'

Met de trein naar Oost-Aleppo, dat is voor mensen uit West-Aleppo 'alsof ze naar zee gaan', merkt een spoorwegbeambte op. Tot 2012 was dit één stad.

Als de trein passeert, leggen kinderen brokken steen uit hun verwoeste straten op het spoor. 'De jongere generatie weet niets meer van treinen', klaagt machinist Ahmed Hamedi. Vanwege de sabotage door de jeugd is op het hoogste niveau in Aleppo besloten dat de Trein van de Overwinning om veiligheidsredenen niet harder mag rijden dan 45 kilometer per uur. 'Terwijl deze trein 60 kan.'

Zo keert het regime terug: in elke veroverde wijk, soms zelfs in elke doorgaande straat, opent de militaire inlichtingendienst een kantoortje. Huiskamercafés zijn het bijna: de koffie staat klaar, een fraaie prent van Assad siert de muur en burgers kunnen zonder gedoe naar binnen worden getrokken. Hier proberen de autoriteiten opnieuw controle te krijgen over de haarvaten van de samenleving.

In het voormalige rebellenbolwerk Al Sukkari heeft de inlichtingendienst een groot kantoor gevorderd. Gouverneur Doks doet hier zijn beklag. Wat hij deze morgen heeft gezien, bij de voedseluitdeling door de Russen, bevalt hem niet. Zijn inwoners die hem op zulke lekkere hapjes trakteren, blijken niet de proviand te krijgen waar ze recht op hebben. Syrische soldaten, ook uitgehongerd en verkleumd, eisen hun deel. Doks' woorden hangen zwaar in de kamer. 'Het leger steelt ons brood en ons gas.'

De commandant van de militaire inlichtingendienst, Basim Farzad, trekt zijn mond tot een streep. Hij zwijgt. Kritiek op het Syrische leger is hier niet alledaags. Dan besluit hij: 'Ik zal troepen sturen.' Syrische inlichtingendiensten hebben eigen gevechtseenheden, milities die onafhankelijk opereren van het reguliere leger.

Commandant Farzad laat een filmpje zien op zijn telefoon: een militaire parade, vlaggen, juichende inwoners. In elke wijk waar het ergste puin is weggetakeld, organiseert de regering zo'n feest, om te vieren dat het regime van Assad is teruggekeerd in de straten van Oost-Aleppo. Goedkeurend knikt de commandant naar gouverneur Doks. 'Dankzij hem zal de herbouw van deze wijk sneller gaan.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.