Na twaalf jaar eindelijk vrijuit kunnen spreken

Jacques Rogge neemt dinsdag afscheid als voorzitter van het Internationaal Olympisch Comité (IOC). Hij kreeg veel lof toegezwaaid voor zijn optreden, maar in twaalf jaar tijd ging niet altijd alles van een leien dakje. De vijf grootste frustraties van de Belg.

1. diplomatie

Jacques Rogge (71) kon als voorzitter van het Internationaal Olympisch Comité (IOC) nooit zeggen wat hij werkelijk dacht of vond. Hij sprak met een mond vol meel. Donderdag, bij zijn persconferentie in Buenos Aires, gaf hij na een aantal ontwijkende antwoorden over welke stad de Spelen van 2020 krijgt toegewezen toe dat hij uitzag naar de tijd van vrijuit spreken.


'Het zal straks een groot deel van mijn vreugde zijn', antwoordde hij op de vraag hoe zwaar het wel niet was om twaalf jaar lang altijd op zijn woorden te moeten letten. Hij zuchtte erbij.


Hans Vandeweghe, de Belgische journalist die de biografie Rogge schreef en zich altijd in de nabijheid van zijn landgenoot ophoudt, betoogde in zijn afscheidsverhaal in de Belgische krant De Standaard dat 'de rebel van weleer zich de mond heeft laten snoeren door de pragmatische diplomaat'.


Rogge, die in 2001 Juan Antonio Samaranch opvolgde als IOC-preses, bekende tijdens zijn voorzitterschap jaloers te zijn geweest op de uitgesprokenheid van Vandeweghe en van IOC-collega Hein Verbruggen. Daarover: 'Ik heb ook jullie franc parler gehad, maar toen ik IOC-voorzitter werd, kon dat niet meer. Elk woord, elke beweging werd gevolgd. Lance Armstrong viel van zijn voetstuk en men toonde voortdurend die ene foto uit 2003 waarop ik hem de hand schudde. Jij en Hein hadden vrijheid van spreken en doen en dat heb ik altijd benijd. Bovendien wisten jullie waar het over ging. Af en toe had ik graag in jullie schoenen gestaan.'


Rogge was geen geboren spreker. Hij maakte zich als jonge student nerveus over zijn publieke optredens. 'Dat gevoel is mij nu vreemd, want ik heb genoeg gespeecht, maar ik hou nog steeds niet van de spotlights. Telkens als ik de Spelen moest openen dacht ik: 'Oké, nu gaan ze thuis naar de ijskast een pint halen.''


Rogge had het gezag van een staatshoofd, maar liet zich daar nooit op voorstaan. De nasleep van 9/11, de dictatuur in China, de homowetgeving in Rusland: vaak werd Rogge gevraagd sport en politiek te verweven. Hij deed het in twaalf jaar tijd nooit, niet voor het oog van de camera tenminste. De Belg hield de twee zo veel mogelijk gescheiden. Een boycot in Peking, of Rusland? Uitgesloten. Het IOC was geen 'Verenigde Naties van de sport'. 'Het is niet onze taak een campagne te beginnen ter verbetering van die mensenrechten. We hebben geen leger, we hebben alleen principes. Onze taak, dat is sport organiseren.'


De Belg liep als een echte diplomaat op eieren, dat zat hem dwars. Omdat de erkenning uitbleef. Natuurlijk had het IOC zich wel ingezet voor het verbeteren van de mensenrechten in China. Maar niet voor het oog van de wereld. 'Als ik echt op de barricaden was gaan staan, was ik de held van het Westen geweest, maar de Spelen zouden zijn verpest', aldus Rogge.


Ook bij zijn afscheid is er niet overal erkenning. Ankie Spitzer, weduwe van een doodgeschoten Israëlische olympiër, lag jarenlang met hem overhoop. Rogge weigerde als IOC-voorzitter de elf doden van München 1972 bij de opening van de Olympische Spelen te gedenken. Het maakt Spitzer nog altijd woedend op de IOC-baas. 'In 2004 zei hij dat het nog niet de tijd was om onze doden te herdenken tijdens de Spelen. Voor Peking 2008 was het net zo. Elke keer had hij een andere excuus. Hij liet zich leiden door de angst dat de Arabische landen misschien de Spelen van Peking zouden boycotten. Hij wilde politiek en sport niet vermengen.'


Spitzer gaf hem de mogelijkheid de herdenking anders in te kleden. Het hoefde geen minuut stilte te zijn. 'Ik vroeg hem alleen maar om het juiste te doen.'


Zo ging het ook weer voor de Spelen van Londen. Rogge wilde haar daar alleen spreken. 'Ik zei: dan moet jij ook alleen zijn. Uiteindelijk was er iemand bij voor het protocol. Het was de zoveelste keer dat ik mijn pleidooi hield. Drie kwartier, in het Engels, Frans en Nederlands. Dat hij maar wilde luisteren. Ik zei: 'Waarom doe je zo moeilijk, Jacques, over die paar woorden?' Hij zat me maar aan te staren. Ik zei: 'Luister jongen - ja, jongen zei ik tegen hem - wat is hier nou moeilijk aan?''


Het dossier heeft altijd als een steen op de maag van Rogge gelegen. Spitzer: 'Ankie, zei hij, ik ga het niet doen. Hij kwam naar mijn kant van de tafel en probeerde me te omhelzen. 'Joh, je bent zo'n hypocriet', zei ik en daarna ben ik vertrokken. Hij liet daarna zijn persoonlijke secretaris meelopen om te horen wat ik tegen de pers zei. Ongelooflijk toch? Rogge was zelf atleet in 1972 (zeiler, red.). Hij bleef om de terreur niet te laten winnen. Ik heb hem gezegd: waarom laat je nu de terreur wel winnen? Voor een geldschieter uit Qatar of zo.'


2. osaka regel

Niemand wilde de jacht op dopingzondaars zo stevig aanpakken als Jacques Rogge. Hij is de bedenker van de Osaka Regel, de uitsluiting van gestrafte sporters voor de eerstvolgende Olympische Spelen. Turner Yuri van Gelder wist in 2009 dat hij na het uitzitten van zijn straf (een jaar schorsing) in 2010 twee jaar later niet zou kunnen deelnemen aan de Spelen van Londen.


In 2011 werd de straf, een extra sanctie boven op de regels van het wereldantidopingagentschap WADA, door het sportgerechtshof CAS ongeldig verklaard. De Amerikanen leidden het verzet, namens de gedupeerde olympisch kampioen op de 400 meter, LaShawn Merrit, die in Londen zijn titel niet zou kunnen verdedigen. Van Gelder mocht meejuichen met de Amerikaanse juristen. Rogge was, voorzichtig gesteld, niet blij.


Directeur Herman Ram van de Nederlandse Dopingautoriteit was het eens met de uitkomst van de zaak bij het CAS. 'Onze opvatting was en is dat dopingsancties moeten wortelen in de WADA-code. En de Osaka Regel is daarin nu eenmaal niet opgenomen. Wij zijn niet per definitie tegen iets als een olympische schorsing, maar dan moet je die opnemen in de code.'


Volgens Ram zou er dan meer transparantie zijn bij de uitvoering van de regel, die in 2008 door Rogge en zijn hoofdbestuur eigenhandig was bedacht. Eind 2012 besloot WADA toch af te zien van het overnemen van de zware extra sanctie. In 2015 zal de dopingstraf vier jaar worden. Daarmee is de overtreder automatisch uitgesloten van de Spelen die met een interval van vier jaar worden gehouden. Het zal bij Rogge tot zegevierend vuistje hebben geleid.


3. gigantisme

Jacques Rogge bezwoer bij zijn aantreden het gigantisme van de Spelen te lijf te gaan. Het leek op de man die een pletwals op zijn oprit wil tegenhouden. Hij pleitte voor vernieuwing, dacht eraan om van 28 sporten (302 onderdelen, 10.500 atleten) er drie uit te sluiten en twee toe te laten. Hij wilde de 'witte olifanten' te lijf, de stadions die na de Spelen doelloos in het landschap achterbleven.


Rogge kreeg in elk geval deels de gewenste vernieuwing erdoorheen, maar de aspecten van vergroting zijn lastig te bestrijden. Gianni Merlo, de voorzitter van de internationale sportpers (AIPS), ergert zich in Buenos Aires aan de enorme kosten die zijn verbonden aan het kandideren. Een stad als Tokio geeft 80 miljoen dollar (61 miljoen euro) uit om zich te presenteren. 'Maar wat te denken van de veiligheid. Die raketten in Londen, die hele operatie om de Spelen te beschermen, die kostten een bedrag waar je twee Spelen van kunt organiseren.'


Zomaar sporten schrappen is een ondoenlijke operatie. Merlo: 'Het IOC wilde van de moderne vijfkamp af. Maar de zoon van Juan Antonio Samaranch, Juanito, zat in het hoofdbestuur om dat tegen te houden. Het is tegengehouden. Zomaar schrappen is geen oplossing. Je vermoordt een sport als je die uit het olympische programma weglaat. Als het de taak van het IOC is om sport te promoten, dan ga je geen sporten schrappen.'


Meer kiezen voor kleine bestaande stadions en voor tijdelijke accommodaties is een oplossing voor de enorme infrastructurele kosten die aan de Spelen zijn verbonden. Merlo: 'Niemand in de wereld ziet op tv of er 3.000 dan wel 10 duizend mensen naar het zwemmen kijken. Water, een chronometer en zwemmers, daar draait het om. Los Angeles bewees het al in 1984.'


4. vlagvertoon

Uit een land als België, dat feitelijk in tweeën is verdeeld, klinkt het Roggiaanse geluid dat vlaggen eigenlijk niet zo past bij de Spelen. In magazine Sport & Strategie brak Rogge in 2012 een lans daarvoor. Hij zei een Jeugd Olympische Spelen voor ogen te hebben gehad zonder volksliederen en vlaggen bij de medailleceremonie.


Hij stuitte op weerstand bij de nationale comités, de NOC's, vertelde Rogge. 'Voorzitter, neen. De atleten wensen de vlag voor de ereronde. Je zou dat kunnen verbieden en heel eerlijk zie ik liever geen nationale vlaggen, maar er is nog een betere reden waarom sommige NOC's die vlag willen behouden: de subsidies.' De pragmaticus boog.


5. de dood

Het was het dieptepunt in de olympische jaren van Rogge: de dood van de Georgische rodelaar Nodar Koemaritasjvili. Hij vloog in de training voor de Spelen van Vancouver met 140 kilometer per uur uit de bocht op de baan van Whistler en verloor het leven door een botsing met een pilaar. Die 12de februari 2010 werd een zwarte dag.


'Als Jacques dat het dieptepunt vindt, dan is dat ook zo', zegt Hein Verbruggen, de Nederlandse vertrouweling van de voorzitter. De twee zijn bevriend. Jacques is dan Sjaak. 'Het was vreselijk. Zo'n jonge vent die niet meer leeft. Het was als in mijn jaren bij de wielerbond UCI. Wij verloren Fabio Casartelli door een val in de afdaling van de Portet d'Aspet.'


Rogge was meer dan aangedaan. 'Maar bij zoiets probeer je jezelf te beheersen', aldus Verbruggen. 'Sjaak kan dat. Hij hield zich goed. Je gaat je als voorzitter van het IOC niet overgeven aan de emotie. Hij is een dokter, hij kent de dood van nabij. Hij stelde zich vragen, maar je moet door met de Spelen.'


De IOC-chef was betrokken bij de rouw. Hij stond in contact met de familie van de overleden sleerijder uit Georgië. Maar het protocol vereiste ook dat hij niet schuld bekende. De verzekeringen moesten hun werk doen. Die zakelijkheid wordt ook van een voorzitter verlangd. De familie kreeg later een schadevergoeding.


Nog drie dagen en hij is verlost van het keurslijf. Of het voorzitterschap goed is geweest voor zijn eigen gezondheid? Niet bepaald. Dat kwam ook omdat hij alles perfect wil doen. Rust gunde hij zich nergens. 'Ik heb aan 130 geleefd', vertelde hij journalist Hans Vandeweghe. 'Als we thuis eten, ruim ik de tafel af en stop alles in de vaatwas. Ik heb veel gegeven. Te veel? Dat zeggen ze, maar ik ken niks anders.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden