Column

Na Topors stront verlang ik naar puurheid

Beeld Roland Topor

Geeuwhonger is de titel van een zeer kort verhaaltje van de Poolse Parijzenaar Topor. Het gaat als volgt: 'Hij had zo'n honger dat toen hij hurkte aan de kant van de weg om te kakken zijn reet ervan gebruik maakte om het gras te verslinden.' Dit verhaaltje verscheen met andere bij Daily-Bul, La Louvière, 1968.

Roland Topor leerde ik in Parijs kennen door mijn vriend Willem van Malsen. Hij maakte grote indruk op me. Nog nooit had ik iemand ontmoet die zo met dode ogen kon schaterlachen. Tegelijkertijd was hij van een gulle hartelijkheid. Hij woonde met zijn vader die zwijgend in zijn stoel zat. Ik denk maar liever niet aan wat ze als Poolse joden moeten hebben meegemaakt.

Topor was behalve een groot tekenaar (ik ben in het gelukkige bezit van een aantal van zijn boekjes) ook een geweldig schrijver. Onlangs nog zag ik Polanski's verfilming met Polanski zelf in de hoofdrol van Topors verhaal De huurder, een uiterst beklemmende film. Trouwens, over film gesproken, Topor trad ook nog op in een film van Werner Herzog, die als ik me goed herinner iets met ratten in Hollandse steden had te maken. Dordrecht geloof ik. Ik heb hem toen nog even ontmoet.

Hoe langer ik erover nadenk, des te meer ik ervan overtuigd raak dat veel van Topors schrijven met de oorlog had te maken. Het zou mijn eigen hang-up kunnen zijn, maar de huurder was tenslotte ook ondergedoken. In dit licht gezien krijgt zijn verhaaltje Souvenir extra betekenis.

'Ik kwam terug van school. Het sneeuwde en waaide. Ik verstikte. De stront kleefde mijn broek aan mijn billen. Ik huilde. De stront droop beetje bij beetje langs mijn benen. Mijn schooltas was zwaar en verlamde mijn armen tot aan de schouder. De sneeuw mengde zich met mijn tranen, stroomde zachtjes in mijn hals. De stront stroomde over mijn spillebenen tot aan mijn sokken. Ik hief mijn ogen ten hemel. Daar hing een grote ketting uit. Met een mooi houten handvat. Ik hoedde me ervoor er aan te trekken.'

Na Topors stront verlang ik naar puurheid. Ik vind het in Antjie Krogs gedicht Het eten van een pruim (Uitg. Podium, 2015).

'iets wilds als koele perfectie komt in je te liggen/ satijn-overademd/ in je hand stuwt de oogtand/ priemt de nek verstijft/ de onderkaak dorst naar de oneindigheid/ van sap/ bijtend barst hemelsheid/ binnen halsheerlijke krankzinnigheid tong-/ malend-scheurend-vlees zelfs iets flagrants als adertjes/ mysterieus/ de pit/ plotseling warme werkelijk heid/ bloederig in je opgehouden hand/ een pruim/ is de prins van profusie/ lipledig/ en psalmplunderend promiscue.'

Lees de hele bundel Medeweten. Dan zult u het hopelijk met me eens zijn dat Antjie Krog Nobelprijs-waardig is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden