Na Thatchers Nieuw Rechts JOHN GRAY'S ALTERNATIEF: 'GEMEENSCHAPSLIBERALISME'

IDEEEN HEBBEN gevolgen, maar lang niet altijd de bedoelde of zelfs de verwachte. De ideeën die Margaret Thatcher inspireerden tot haar Nieuw-Rechtse revolutie, waren ontleend aan de liberale filosoof Friedrich Hayek....

Weinig neoliberale ideologen van de Britse Conservatieve Partij zullen zich hebben gerealiseerd dat hun eigen project een prachtige illustratie van Hayeks gedachtegoed is gebleken. Want tot de slachtoffers van het Nieuw-Rechtse offensief behoort niet alleen Old Labour, maar ook het hele bouwwerk van instellingen en tradities waaruit Tory-Engeland was opgetrokken. In achttien jaar is Groot-Brittannië onherkenbaar veranderd, maar Nieuw Rechts ligt aan scherven. Het kan nog wel een generatie duren, voordat Tony Blairs New Labour serieuze politieke concurrentie krijgt.

De ondergang van het meest ambitieuze westerse ideologische project van de laatste twintig jaar biedt een fascinerend schouwspel voor iedereen die geïnteresseerd is in het denken over politiek. Het Britse politiek-filosofische debat maakt - in opmerkelijke tegenstelling tot het discours op het Europese vasteland - een krachtige bloei door. Links en rechts zijn zodanig door elkaar geschud dat de gemiddelde Britse intellectueel zich tot zijn eigen verwondering op een geheel onvermoede plaats in het politiek-ideologische spectrum terugvindt.

Een van de kleurrijkste deelnemers aan het geanimeerde Britse debat is John Gray, conservatief filosoof, hoogleraar in Oxford en columnist van The Guardian, een moeilijk te plaatsen dagblad dat zowel de progressieve intelligentsia als de liefhebbers van schandaal en sensatie wil bedienen. Gray is een geëngageerd polemist die op sterk uiteenlopende niveaus van abstractie het 'laat-moderne politieke denken' ontleedt en kritiseert.

Gray's centrale stelling is dat ons vertrouwde politieke ideeëngoed volstrekt achterhaald is. Het is onbruikbaar voor een goed begrip van de hedendaagse wereld en al helemaal ondeugdelijk als bron van inspiratie. Bijna alle politieke richtingen zijn volgens hem variaties op het vooruitgangsdenken van de Verlichting. Ze staan in dienst van het streven naar een universele beschaving, die op westerse leest is geschoeid. Voor plaatsgebonden identiteiten en tradities, voor culturele pluriformiteit is in deze moderne utopieën geen ruimte.

Gray ziet 'het Westen' als een historisch begrip dat vandaag de dag steeds sterker aan betekenis verliest. De filosofie van de vooruitgang is niet meer dan een idealisering van de negentiende-eeuwse westerse hegemonie van de wereld. Alle hedendaagse scholen van politiek denken, van liberalisme via sociaal-democratie tot postmodernisme en groene politiek, hebben hun hoop gevestigd op 'een beter gisteren' - in plaats van een antwoord te geven op de problemen van vandaag.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat overal in de wereld, inclusief de Verenigde Staten en de voormalige Sovjet-Unie, fundamentalistische en nationalistische bewegingen opkomen die een tegenwicht proberen te bieden aan de onttovering van de wereld door het rationalisme van de Verlichting. De meeste hedendaagse politieke en culturele bewegingen kunnen volgens Gray worden begrepen als een combinatie van achterhaald Verlichtingsdenken en fundamentalistische pogingen tot nieuwe zingeving van de wereld.

Zo probeert Nieuw Rechts tevergeefs te ontkomen aan het dilemma van de vrije markt, die enerzijds de motor van de welvaart is, maar anderzijds culturele tradities en sociale verbanden vernietigt. Zowel de Amerikaanse Republikeinen als de Britse Conservatieven kwamen opeens aanzetten met victoriaanse burgerdeugden als remedie tegen maatschappelijke verloedering en egoïsme. Vergeefse 'oefeningen in anachronisme', luidt het vonnis van Gray, die volstrekt voorbijgaan aan de hedendaagse behoeften aan pluriformiteit en mobiliteit en aan de wens het leven naar eigen inzicht in te richten.

Een groot deel van Gray's nieuwe bundel beschouwingen, Endgames, is gewijd aan de opkomst en ondergang van Thatchers Nieuw Rechts. Het klassieke sociaal-democratische denken kan echter in de ogen van Gray evenmin genade vinden. Gray hoopt dat Tony Blair in staat zal blijken sterke maatschappelijke verbanden en instituties te scheppen, die voorzien in de behoefte aan solidariteit, duurzaamheid en gemeenschapzin. Tot slot doet Gray in Endgames een provisorische poging de kloof tussen het laat-moderne denken en de voor ons opdoemende postmoderne uitdagingen, waaronder de ecologische crisis, te overbruggen.

De Conservatieve Partij zelf is het voornaamste slachtoffer van Thatchers revolutie. De Tory's wisten hun positie als natuurlijke regeringspartij van oudsher te bestendigen door een evenwicht te vinden tussen de verschillende maatschappelijke krachten in Groot-Brittannië; tussen paternalisme, gemeenschapszin en individualisme. Het praktische conservatisme steunde op netwerken van verstrengelde belangen, sociale groepen en instituties. Het had begrip voor de structurele behoeften van mensen aan een vitaal gemeenschapsleven, aan zekerheid en economische stabiliteit. Loyaliteit aan personen en tradities was belangrijker dan ideologische scherpslijperij.

Het thatcherisme was wél ideologisch, maar niet conservatief. In tegenstelling tot liberalen staan conservatieve denkers kritisch tegenover commercie. Ze moeten niets hebben van het idee van universele vooruitgang en beschouwen de mens niet als een soeverein individu dat onafhankelijk keuzen maakt, maar als een product van familie, omgeving en geschiedenis. Thatcher maakte van de Conservatieve Partij een economisch-liberale pressiegroep, die geobsedeerd werd door het marktmechanisme en de fictie van de minimale staat.

De eerste fase van het neoliberale project had zeker zijn nut. Thatcher maakte een einde aan het fatale corporatisme waarin de machtige vakbonden de regering de wet voorschreven. Maar al spoedig radicaliseerde haar politiek tot dogmatische privatisering, contraproductieve marktwerking en ontmanteling van maatschappelijke instituties en lokale besturen. Democratische controle en de befaamde onafhankelijke Civil Service werden vervangen door een machtige privatiseringsbureaucratie van partijgetrouwen die ondernemers ongehinderd de bal toespeelden. Gray omschrijft die praktijk treffend als 'marktcorporatisme'.

Na de onttroning van Thatcher in 1990 kwam Engeland onder John Major in een langdurig interregnum terecht. De Conservatieve Partij viel uiteen in oorlogvoerende facties. De regering stapelde de ene macro-economische blunder op de ander, culminerend in een gedwongen vertrek uit het Europees Monetair Stelsel. Britse ondernemers werden daarnaast gehinderd door een instortende infrastructuur en een groeiende achterstand in scholing van arbeidskrachten.

Een gevoel van onzekerheid, van angst voor ziekte en werkloosheid en van ontevredenheid over de ontmanteling van de verzorgingsstaat maakte zich meester van dezelfde middengroepen die eerst het thatcherisme hadden toegejuicht als consumentenparadijs en rijk van individuele vrijheid. En zo kreeg Tony Blair op 1 mei 1997 de macht in de schoot geworpen.

De mogelijkheden voor New Labour zijn echter beperkt. De mondialisering heeft de marges van de nationale politiek zodanig versmald, waarschuwt Gray, dat een politiek van volledige werkgelegenheid door overheidsstimulering onmiddellijk door de financiële markten zal worden afgestraft. Bovendien zullen de kiezers in opstand komen tegen belastingverhoging.

Als alternatief voor het neoliberalisme en de sociaal-democratie schetst Gray een patroon van ideeën dat hij omschrijft als 'gemeenschapsliberalisme' (communitarian liberalism) - een liberalisme dat zich heeft bevrijd van de hybris van de Verlichting (en dat ontleend is aan het denken van de Britse filosofen Michael Oakeshott, Isaiah Berlin en Joseph Raz). Het centrale dilemma van onze tijd is hoe revolutionaire veranderingen in de technologie en de eonomie kunnen worden verzoend met de menselijke behoeften aan zekerheid en gemeenschapsleven. In de liberale, westerse cultuur betekent dat het zoeken van een evenwicht tussen enerzijds autonomie en keuzemogelijkheden en anderzijds de verantwoordelijkheden en verplichtingen van de gemeenschap.

De kerngedachte van Gray's 'gemeenschapsliberalisme' is dat individueel welzijn en autonomie een sterke publieke cultuur veronderstellen, waarin de markt slechts een ondergeschikte, instrumentele rol speelt. Wat autonomie of rechtvaardigheid is, valt niet af te leiden uit universele principes, maar is plaats- en tijdgebonden, gebaseerd op gemeenschappelijke ervaringen en levenswijzen. Gelijkheid is geen kwestie van universele rechten, maar van beschikbaarheid van moreel acceptabele opties. De autonome persoon leeft in een omgeving die zijn onafhankelijkheid respecteert, maar hem ook een scala van waardevolle keuzemogelijkheden verschaft.

Dit veronderstelt weer 'moreel pluralisme': de aanwezigheid van verscheidene vormen en stijlen van leven, die niet met elkaar in overeenstemming te brengen zijn. Pluralisme moet worden toegejuicht als een permanent kenmerk van het menselijk leven, niet als een voorspel tot een nieuwe mondiale harmonie, gebaseerd op één gemeenschappelijk wereldbeeld. Een weg terug naar een enkelvoudig, allesomvattend gemeenschapsleven is eveneens ondenkbaar, want de moderne mens maakt tegelijkertijd deel uit van een hele reeks gemeenschappen en netwerken.

Politiek is in de visie van Gray dan ook geen strijd tussen ideologieën, maar het zoeken naar een wankel en altijd voorlopig evenwicht, een modus vivendi, tussen verschillende vormen van leven en opvattingen over het goede leven. Het is vooral politics of repair: het bewaken van spelregels, het herstellen van het maatschappelijk weefsel, van openbare instituties en van de leefbaarheid in de publieke ruimte. (In zijn boek Beyond the New Right uit 1993 gaat Gray veel uitgebreider in op zijn programma, een cocktail van conservatisme, liberalisme, communitarisme en groene politiek.)

Endgames is een stimulerend boek, een overtuigende ontmaskering van de pretenties van de hedendaagse politieke stromingen. Veel minder dan een wedstrijd tussen stelsels en beginselen, laat staan een zoektocht naar het universele heil van de mensheid, is de politiek een permanent schikken en plooien - een domein waar idealisten en perfectionisten, van welke denominatie dan ook, weinig te zoeken hebben.

Hans Wansink

John Gray: Endgames - Questions in Late Modern Political Thought.

Polity Press; 212 pagina's; ¿ 52,05.

ISBN 0 7456 1882 0.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden