Na S-g-O-O-L nog 42 woorden

K-A-Ssss-T. Kast...

'Heel goed', zegt docente Joyce Dankers. 'Nu gaan we een hele moeilijke doen. S-g-O-O-L. School.'

Klas Alfa-nul in Tiel moet doorwerken; een half jaar al zijn ze aan het inburgeren en veel verder dan de eerste elementaire woorden Nederlands kwamen de leerlingen nog niet. Aan de muur van het leslokaal hangt de aanwinst tot zover: tas, kar, meel, vis, kaas, kool, kan, pak, pet, jas, rok, sok, riem, oog, rug, been, nek, kin, haar, school.

Om uit de voeten te kunnen in Holland is het nodig 43 woorden te kennen, waarin alle klanken zitten die de Nederlandse taal kent. 43 Woorden lijkt niet veel, maar dat is het wel. Zeker als je zo van het Marokkaanse platteland in het onbekende Tiel werd gedropt.

De vrouwen in de klas wisten niet eens dat je een boek leest van links naar rechts. Of dat een zin uit woorden, en een woord uit letters bestaat.

Gisteren leerden ze het verschil tussen de V en de W. Dat wilde maar niet lukken, totdat docente Dankers op het idee kwam een waxinelichtje aan te steken. Met de V blaas je het vlammetje uit, met de W lukt je dat niet. Zo gaat dat, inburgeren in Tiel.

De gemeente is niet groot, maar heeft wel veel buitenlanders - van de 38 duizend bewoners is ruim 14 procent allochtoon. Veel Turken en Marokkanen. In beleids taal heten ze nieuwkomers, vervolgmigranten, gezinsvormers, gezinsherenigers, oudkomers. In de praktijk zijn het mensen die nauwelijks weten waar ze terechtkomen als ze vertrekken uit hun vaderland. Laat staan dat ze Nederlands spreken.

Dat is ook niet nodig om te overleven: de meesten kunnen wonen in Turkse en Marokkaanse flats, winkelen in Turkse en Marokkaanse winkels, bidden in Turkse en Marokkaanse moskees. 'Denk niet', zegt wethouder Willem Gradisen, 'dat integratieproblemen voorbehouden zijn aan de grote stad.'

Uit de bevolkingsregister werden vorig jaar 48 namen gevist van nieuwe burgers die zich verplicht tot Nederlander moeten omscholen. Het jaar ervoor waren dat er achttien. De eerste zes studeerden drie weken geleden af. Niet dat ze nu perfect Nederlands spreken, maar hun inburgertijd zit erop. Ze kregen allemaal een diploma, een miniatuur van de Tielse fruitmascotte Flipje, en de camera van de lokale omroep was erbij.

Tiel is trots op de moeite die het doet allochtonen uit de eigen kring te trekken. Deden ze al jaren voordat het woord inburgeren modieus werd. Dat is het voordeel van een kleine gemeente, zegt de wethouder. 'Je kent elkaar, de lijnen zijn kort.'

Maar sinds de gemeente wettelijk verplicht is nieuwe Tielenaren door 'een inburgeringstraject te jagen' (verantwoordelijk ambtenaar Watze Elgersma), is het er alleen maar moeilijker op geworden.

Waarom?

'De bureaucratie!', barst El gersma los. 'Verschrikkelijk. Al die formulieren. Of we maar even prognosecijfers naar het ministerie willen sturen. Of resultaatcijfers. Opeens willen ze gedetailleerde informatie die we echt niet meer kunnen achterhalen. We zijn alleen maar bezig met dossiers aanleggen en formulieren invullen. Ik vraag me af wat de meerwaarde is van de inburgerwet.'

Dezelfde klacht klinkt een eind verderop, in de kamer van Marion Engels, die het taalonderwijs voor de nieuwkomers coördineert voor het Educatief Centrum Tiel. Over elke inburgerende leerling moet ze wekelijks rapporteren. Of ze zijn komen opdagen of niet. Wat het niveau is. Of er al zicht op de toekomst komt. Alles moet gecontroleerd en geparafraseerd, heen en weer gefaxt tussen gemeente, het bureau nieuwkomers en de school. 'Ik werk hier twintig uur per week en alleen al de administratie kost me tien uur. Ik zou die tijd liever gebruiken om cursisten te begeleiden. Nu zie ik ze twee keer per jaar, hooguit.'

Vervelend, want begeleiding is van groot belang. Het is heel eenvoudig om cursisten uit het oog te verliezen; de moeilijkheden en verleidingen van buiten zijn groot.

Engels heeft een lijstje met de eerste achttien buitenlanders in Tiel, die volgens de wet verplicht waren Nederlands te leren. De meesten zijn weinig opgeschoten. De reden staat erbij: 'Zwangerschap, vanaf 3-11-99 afwezig.' 'Gestopt met lessen, werkt.' 'In dec. '98 al gaan werken. Sindsdien geen lessen meer gevolgd.'

Docenten en directeur van de school geven toe dat het traag gaat. Het perspectief van de meeste cursisten is niet rooskleurig. Volgens directeur Bert Megens behoort de helft van de inburgeraars in Tiel tot de langzame leerders, en de andere helft tot de snelle groep. Het lukt vrijwel nooit om iemand van de eerste groep ver genoeg op te leiden. Hun wacht ongeschoold werk, of thuiszitten.

De snelle leerders die in hun eigen land al een middelbare school of academische opleiding volgden, zijn succesvoller, al lukt het vrijwel nooit ze binnen een jaar klaar te stomen voor havo of vwo. En dan de examens: de inburgertoets die van overheidswege is bedacht, doorkruist het leerprogramma volledig. Maar ze moeten worden afgenomen, want zonder examen krijgt de gemeente Tiel geen geld en ook de school wordt afgerekend per behaald papiertje.

'Voor de cursist die net een paar woorden Nederlands spreekt', zegt Engels, is het een klap ineens zo'n ingewikkelde test voor de neus te krijgen. Velen houden het examenformulier zelfs zonder dat ze het weten op zijn kop. 'Zesnappen er niks van, maar slagen altijd.' Toch is daarmee de inburgering niet waardeloos, of hopeloos.

Aan een tafel in het Educatief Centrum: een zoöloge uit Turkije, een linguïste uit Minsk en een kwaliteitsmanager uit Roemenië. Jonge dames, alledrie omwille van een man naar Tiel gekomen en vastbesloten zich volledig onder te dompelen in de Hollandse cultuur. Ook nieuwkomers, maar wel van een ander kaliber.

'Ik was shocked', zegt Lucia Nicolscu uit Roemenië, 'toen ik hoorde hoe het hier geregeld is met inburgeren. Geweldig zeg. Ze doen zoveel moeite om je te helpen!'

'Je kunt hier ver komen', zegt Olga Korotkina uit Minsk, 'zolang je maar een personal drive hebt.' En die heeft ze: bijna een jaar bezig, vrijwel vlekkeloos Nederlands, deze zomer nog wil ze staatsexamen doen. 'Als je naar de universiteit wilt zoals ik', zegt Kader Pisirir Kurt uit Turkije, 'is dit niet genoeg. Dus ga ik nog twee jaar verder studeren.'

Ook de Marokkaanse vrouwen van klas Alfa-nul tonen zich ondanks hun slakkentempo ingenomen met hun cursus. 'School leuk, beter dan thuis', zegt Saide, die twaalf jaar in Nederland is, zeven kinderen kreeg en dus nooit de tijd had Nederlands te leren. 'Thuis werken, alleen zijn, niet praten, niet goed.'

De juf schrijft het woord 'schel' op het bord. 'Spreek dit uit.'

'Schil', zegt de klas.

'Nee', zegt de juf.

'Schal', zegt de klas.

'Nee', zegt de juf.

'Schol', zegt de klas.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden