Na Olympische medaille gewoon weer aan de slag bij Philips

Het eeuwige leven: Anton Geurts (1932-2017)

In zijn eerste senioren-wedstrijd sloeg Anton Geurts om. Twaalf jaar later, in 1964, won hij op de Olympische Spelen in Tokio een zilveren medaille.

Nadat kanovaarder Anton ('Toon') Geurts in 1964 tijdens de Olympische Spelen in Tokio in de K2 een zilveren medaille had gewonnen, werd in het Brabantse kerkdorpje Oerle een inzameling gehouden om hem bij terugkeer een cadeau te kunnen aanbieden. Toen werd aangeklopt bij een van de huizen, was het antwoord: 'Anton Geurts. Welke pater is dat?'

Arbeiderssport

In die tijd stonden geestelijken hoger aangeschreven dan Olympische kampioenen. Geurts, die 5 oktober in een verpleeghuis in Veldhoven overleed, was de beste kanovaarder in de Nederlandse geschiedenis. Op zijn 32ste won hij samen met Paul Hoekstra zilver op de 1.000 meter in Tokio (1964).

Nederland heeft geen grote traditie in deze arbeiderssport, zoals Geurts kanovaren noemde, in tegenstelling tot de elitaire roeisport die vooral in de studentensteden wordt beoefend.

Geurts kwam uit een echt arbeidersgezin van acht kinderen. Op 13-jarige leeftijd ging hij werken in een machinefabriek in Eindhoven en deed in de avonduren de ambachtsschool. Uiteindelijk kon hij een baan vinden als bankwerker bij Philips, waar hij 42 jaar werkte.

Zijn allereerste kano was een gemaakt van een oude brandstoftank van een vliegtuig. Die sneed hij met vrienden doormidden. Er werd een bankje geplaatst en daarna kon er worden gepeddeld. In 1948 kon hij zich een echte kano permitteren, waarna hij met een vriend lange tochten maakte.

Hij kon met gemak 10 kilometer peddelen. Als het op het water te koud was oefende hij met een rubberen band die hij om een boom en zichzelf had gebonden. Hij fietste ook fanatiek. Op zaterdag fietste hij 150 kilometer van Oerle naar Zaandam voor de training van de nationale selectie. Op zondag fietste hij weer terug. In 1952 deed hij voor het eerst mee aan kanowedstrijden. Drie jaar later kwam hij bij de senioren. Dat was niet meteen een succes, want bij de eerste race op de Amstel sloeg de boot om. Maar het motiveerde Geurts alleen maar. Het jaar daarop won hij in Nederland alles.

Olympisch debuut

In 1960 maakte hij zijn olympisch debuut. Hij nam deel aan de K2 1.000 meter en de 4 x 500 meter estafette. Op het eerste onderdeel werd hij in de finale zevende. Op de Europese kampioenschappen in 1961 (Polen) en 1962 (Duitsland) behaalde hij verschillende podiumplaatsen.

Na zijn huwelijk met Diny Kerkhofs in 1963 mocht hij een jaar later meedoen aan de Spelen in Tokio, met zijn nieuwe partner Paul Hoekstra. Hun zilveren prestatie werd ondergesneeuwd door de gouden medaille die Anton Geesink dezelfde dag in het judo verovert. Een nationale huldiging was er bij terugkeer uit Tokio niet. Alleen werd zijn huis verlicht met vijf aan elkaar gelaste fietswielen die de olympische ringen voorstelden. De volgende dag was hij gewoon weer aan de slag bij Philips.

Hij zou op 36-jarige leeftijd ook nog meedoen aan de Olympische Spelen in Mexico in de K2 en K4, vast voornemens deze keer wel goud te halen. In de K2 staarden ze zich blind op Roemenen, het sterkste duo van dat moment, en zagen niet dat aan de andere kant van het water drie andere ploegen er met de buit vandoor gingen.

Daarna werd hij ploegleider, waardoor hij in 1976 nog een keer op de Olympische Spelen was. Zijn dochter Monique van Otterdijk: 'Elk weekeinde gingen we met de caravan naar kanowedstrijden. Hele gezin mee. Van aftrainen was in die tijd echter nog geen sprake. Mijn vader had als gevolg van overvloedige trainingsarbeid een vergrote hartspier. Daardoor moest hij later helemaal stoppen.' Sindsdien beperkte hij zich tot tennis, totdat tien jaar geleden ook dat niet meer ging.

Meer over