Reportage Jaap van Zweden

Na Mahler, Bernstein en Toscanini voert nu Van Zweden het New York Philharmonic aan

Klinkende namen gingen hem voor. Toscanini. Mahler. Mengelberg. Bernstein. Vanaf vanavond is Jaap van Zweden (57) de nieuwe chef-dirigent van het New York Philharmonic. Een gesprek in zijn kantoor in New York over eerzucht, de drang tot vernieuwing en… het Concertgebouworkest.

Affiche van het New York Philharmonic Orchestra in de metro met de aankondiging van het feestelijke galaconcert waarmee Jaap van Zweden donderdag officieel als chef-dirigent bij het orkest begint. Beeld ANP

Nu kan hij nog best in New York over straat. Maar als Jaap van Zweden (57) binnenkort bij 60 Minutes is geweest, een van de populairste interview-programma’s in de VS, is die tijd voorbij. ‘Er kijken 20 miljoen mensen naar of zo’, zegt de dirigent. ‘Gelukkig hebben mijn vrouw en ik een appartement gehuurd hier vlakbij. Ik hoef maar drie stappen te zetten naar mijn werk, die overleef ik wel.’

Van Zweden is de kersverse ‘music director’ van het New York Philharmonic Orchestra. Donderdag leidt hij zijn feestelijke inauguratieconcert in de thuisbasis, David Geffen Hall. De dresscode is black tie, er worden beroemdheden verwacht. Rond de zaal ontkom je niet aan Van Zwedens beeltenis: ‘New York, meet Jaap’, staat er op grote doeken. Het orkest heeft speciale Jaap-buttons laten maken. Ook op de achterbank van de taxi duikt hij ineens op – de yellow cabs zijn uitgerust met een monitor zodat de klant nog wat reclame meekrijgt. De boodschap van het orkest: ‘A new era begins now.

Het is zondagochtend, vier dagen voor de belangrijkste dag uit zijn carrière tot nu toe, maar hij zit ontspannen in zijn executive chair in zijn nieuwe kantoor. ‘Ik wil er niet te veel druk op leggen’, zegt hij. ‘Mijn vrouw Aaltje komt, mijn vier kinderen komen later in het seizoen langs.’ Zijn vader, die hem als kind iedere dag op de piano begeleidde als Jaap viool wilde studeren, is er ook niet. ‘Hij is net 90 geworden. Het gaat gelukkig goed met hem, maar die oversteek is hem iets te veel. Het is goed zo.’

De inrichting van zijn kantoor loopt over van de symboliek. Er hangt een foto van het Concertgebouworkest uit 1954, het jaar waarin het voor het eerst naar Amerika op tournee ging – het was het Concertgebouworkest waar Van Zweden al op zijn 19de concertmeester (degene die vooraan zit bij de eerste violen) werd. Daarnaast: Jaap met ‘Lenny’ – de illustere Leonard Bernstein gaf Van Zweden voor het eerst een dirigeerstokje. En nu treedt hij ook nog eens in Bernsteins voetsporen als chef in New York.

Van Zwedens uitzicht aan West 65th Street in Manhattan is minstens zo betekenisvol. Hij kijkt uit op de Juilliard School of Music, een van de beroemdste conservatoria ter wereld. Op zijn 16de kwam Van Zweden hier viool studeren. Liep hij heen en weer vanaf zijn kamertje in het rauwe Spanish Harlem. Dit kantoor, zegt hij, is twee keer zo groot. In de kast staan Delftsblauwe KLM-grachtenhuisjes.

Taxi's flitsen langs de grote aankondiging van Jaap van Zweden in New York. Beeld ANP

In de jaren negentig besloot Van Zweden zijn viool op te bergen en te gaan dirigeren. Zijn tweede carrière bouwde hij zorgvuldig op: na een start in de luwte bij het Orkest van het Oosten (1996-2000) en via onder meer Dallas (2008-2018) en Hongkong (sinds 2012) is hij opgeklommen tot eindbaas van het orkest met de meest imposante lijst dirigenten ter wereld. Naast Bernstein gingen Gustav Mahler, Willem Mengelberg, Arturo Toscanini en Bruno Walter Van Zweden voor.

Hoe heeft u dit orkest voor u gewonnen?

‘Als er een vacature is bij zo’n orkest, weet iedereen in het wereldje dat wel. Het orkest heeft een lijst opgesteld met een stuk of 25 kandidaten, die ze in twee jaar tijd allemaal hebben uitgenodigd voor gastdirecties. Steeds vielen er dirigenten af. Toen ik werd uitgenodigd, dacht ik niet: ik ga eens even die baan winnen. Ik ga ergens heen om een leuke tijd te hebben. Het klikte meteen.

‘Toen ik zelf orkestmusicus was, ergerde ik me vaak aan dirigenten die meteen op detailniveau gingen repeteren, dat heeft toch iets aanmatigends. Ik vond het fijn om een stuk eerst helemaal door te spelen. Bij onze eerste kennismaking speelden we de Eerste symfonie van Mahler door, die me erg dierbaar is. Het orkest ziet dan dat ik me heb voorbereid. Het was een warm bad. Uiteindelijk heeft het orkest unaniem voor mij gestemd.’

Waarin verschilt dit orkest van uw vorige, uit Dallas?

‘Nieuwe muziek zit in het dna van de New York Phil. Die drang om te innoveren is heel groot. Ik zei bijvoorbeeld: ik wil geen ‘composer in residence’, maar heel veel verschillende componisten vragen om allemaal een nieuw stuk te maken en daaromheen een eigen avond met andere stukken samen te stellen. Nou, dan gaan meteen alle deuren open. Als ik in Dallas iets van een eigentijdse componist wilde spelen, werd me dat niet altijd in dank afgenomen.

‘Het New York Philharmonic is een typisch Amerikaans orkest in de zin dat het behoorlijk tekeer kan gaan. De musici zijn megavirtuoos, supersnel en professioneel: je kunt hier in twee dagen voor elkaar krijgen, waar je bij een ander orkest een week voor nodig hebt. En we hebben heel karaktervolle solospelers.’

Maar?

‘Ik heb het idee dat ze niet altijd worden uitgedaagd tot op het bot.’ Met pretogen: ‘Daar ben ik voor.’

Met welk van uw voorgangers bij het New York Philharmonic voelt u zich het meest verbonden?

‘Ik denk toch wel die.’ Hij wijst naar de biografie van Arturo Toscanini (1867-1957) door Harvey Sachs die op zijn bureau ligt. ‘Als ik opnamen beluister, zijn het vaak oude. Bij Toscanini hoor je zo’n energie en frisheid. Het was ook een heerlijke vent. Toen hij een afspraak had om in het Wagner-walhalla Bayreuth te dirigeren, zegde hij af vanwege de nazi’s. Hitler heeft hem nog een smeekbrief gestuurd, maar hij kwam niet hoor. Prachtig. Maar hij kon ook een tiran zijn.’

U wordt zelf als dirigent ook als veeleisend omschreven, soms ook als autoritair. Herkent u zich in dat beeld?

‘Autoritair? Echt he-le-maal niet. Kijk, in die documentaire over mij (Een Hollandse maestro op wereldtournee, Avrotros) zit een scène waarin ik even pittig ben voor het orkest. Ze pikken er natuurlijk iets uit wat interessant is voor de kijker. Die weet niet dat de cellist tegen wie ik het heb, ook een van de mensen is met wie ik het best op kan schieten. De musici weten dat mijn kritiek nooit persoonlijk is. We zijn het aan onze stand verplicht veeleisend te zijn. Maar nee, ik ben echt niet op zoek naar autoriteit. De enige autoriteit is de muziek.’

Dirigent Jaap van Zweden. Beeld getty

Wat zijn uw doelen?

‘Ik wil dat de New Yorkers zich echt met dit orkest verbonden voelen, dat mag steviger. Onze zaal moet worden gerenoveerd, wat betekent dat we een periode op andere plekken in de stad gaan spelen. Daar kijk ik naar uit. Als we dan ergens in Brooklyn een concert geven, wil ik dat we daar ook na de verbouwing terug blijven komen. Dat zeg ik niet uit slimmigheid omdat we nieuw publiek moeten aanboren, ik voel dat we drempelverlagend moeten zijn.

‘De burgemeester vindt dat wat we doen te veel voor de elite is. Daar hebben we dus ook een plannetje voor. We gaan middagconcerten geven voor 5 dollar. Met alle toeters en bellen, een echt concert voor de New Yorkers. ‘Phil the Hall’ heet dat. Aan de andere kant: je moet niet te veel willen veranderen in zo’n eerste jaar.’

Bij de bekendmaking in 2016 zei u dat u ook Nederlandse componisten wilde introduceren. Hoe is daar op gereageerd?

‘Dat viel goed. Ik wil graag een ambassadeur zijn voor de Nederlandse muziek en dat is puur gebaseerd op het feit dat ik denk dat de Nederlandse muziek op een heel hoog niveau staat. Louis Andriessen schrijft een stuk voor ons, daar ben ik echt trots op. Ik heb veel bewondering voor die mensen die, zoals hij, aan de top blijven. Het is niet niks om steeds maar geïnspireerd te blijven, met zo’n leeg vel papier aan de slag te gaan en met iets te komen wat nog nooit iemand heeft gedaan.’

Over Nederland gesproken: het Concertgebouworkest zoekt een nieuwe dirigent. Staat u ervoor open om uw baan in New York met een chefschap in Amsterdam te combineren?

‘Ja.’

Ja?

‘Natuurlijk, denk ik daaraan. Ik heb daar een prachtige tijd gehad als violist en onlangs nog de Achtste symfonie van Bruckner gedirigeerd, daar denk ik met heel veel plezier aan terug. Maar ik zou het alleen doen als de musici echt heel graag willen dat ik kom. Je moet niet ergens binnenstappen als mensen er niet honderd         procent zin in hebben.’

Zit er iets van eerzucht in u?

(Het blijft even stil.) ‘Ik zou het woord zucht wel weglaten. Het is een eer om dit werk te mogen doen. En er zijn ook zeker nog dingen over die ik graag wil doen. Wagner dirigeren op de Bayreuther Festspiele bijvoorbeeld, dat staat op mijn bucketlist. Daarover zijn we nu in gesprek.’

Op zondagmiddag, na het interview, verschijnt een verontrustend bericht. De New York Times meldt dat twee solospelers van het New York Philharmonic zijn ontslagen wegens ‘misdragingen’. Het gaat om de hoboïst Liang Wang en de trompettist Matthew Muckey. Amerikaanse orkesten lijken, sinds #metoo is geland in de klassiekemuziekwereld, begonnen aan een grote schoonmaak. Een paar dagen eerder werd ook een musicus in Cleveland ontslagen.

Het is een aderlating voor het orkest. De hoboïst, de scherpste stem, is degene op wie het orkest afstemt, en Wang is een grote naam. Jaap van Zweden zegt hem te gaan missen als speler. ‘De eerste hobo, de eerste fluit, de eerste klarinet en de eerste fagot, dat zijn de hartkamers van het orkest, alles wordt daaromheen opgebouwd. Als er zo’n hartkamer uitvalt, is dat een ramp. Al is er genoeg talent om hem op te volgen.

‘Ik ben niet geraadpleegd. Wat er precies gebeurd is, weet ik niet; ik ben pas een paar dagen op de hoogte. Wel weet ik dat er een grondig onderzoek is geweest van zes, zeven maanden. Ik begrijp ook dat er nu wordt gekeken naar wat Wang als 16-jarige allemaal heeft gedaan, dat vind ik wel wat ver gaan. Het moet duidelijk zijn dat mensen zich fatsoenlijk moeten gedragen, maar er moeten ook goede richtlijnen komen voor wat kan en wat niet.’

Een smet op de openingsavond? ‘Ben je gek. Ik ga me hier toch niet door van de wijs laten brengen? We gaan er gewoon een feest van maken.’

CV Jaap van Zweden

1960 - geboren in Amsterdam

1975 - wint het Oskar Back-vioolconcours, vertrekt vervolgens naar New York, studeert aan de Juilliard School of Music

1979 - wordt aangesteld als concertmeester van het Concertgebouworkest, als jongste ooit. Treedt ook op als solist, er volgen vele cd's

1990 - Leonard Bernstein dirigeert het Concertgebouworkest en vraagt of Van Zweden de repetitie even over wil nemen

1993 - staat voor Het Brabants Orkest als dirigent

1995 - neemt afscheid bij het Concertgebouworkest, een jaar later volgt zijn eerste baan als chef-dirigent bij het Orkest van het Oosten

2000 - transfer naar het Residentie Orkest, richt met zijn vrouw Aaltje van Zweden-van Buren de Stichting Papageno op voor kinderen met autisme

2004 - begint bij het Radio Filharmonisch Orkest, dirigeert steeds meer in het buitenland

2008 - naar het Dallas Symphony Orchestra, in 2012 komt daar een baan in Hongkong bij

2018 - verruilt Dallas voor New York

Jaap van Zweden woont in Amsterdam en New York en heeft een dochter, drie zoons en twee kleinkinderen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.