Na landmijnen liggen nu ook clusterbommen onder vuur

De succesvolle campagne tegen het gebruik van landmijnen, die in 1997 uitmondde in een anti-landmijnenverdrag, smaakt naar meer. Terwijl diplomaten zich deze week in Genève buigen over de uitvoering van het verdrag, kondigt zich een nieuwe campagne aan tegen clusterbommen....

Clusterwapens zijn bedoeld om op het slagveld een grote klap uit te delen aan de tegenstander, bijvoorbeeld bij het uitschakelen van een vliegveld of tanks. Een clusterbom bestaat uit een container met honderden kleinere explosieven, met een rijkwijdte van ongeveer drie voetbalvelden. De kleinere explosieven kunnen bestaan uit anti-personeel- of anti-tankmunitie, of een combinatie.

De bezwaren tegen deze wapens richten zich op het ongerichte karakter ervan, waardoor bij gebruik in bewoonde gebieden veel burgerslachtoffers kunnen vallen. Clusterbommen blijven bovendien, net als landmijnen, levensgevaarlijk ná een conflict. Volgens woordvoerder Peter Herby van het Rode Kruis ontploft tussen de 10 en 20 procent van de bommen niet direct, wat nadien een groot gevaar oplevert voor de plaatselijke bevolking.

Toch blijven clusterbommen populair in moderne oorlogvoering. Ze werden op grote schaal in de Vietnamoorlog gebruikt, en later in Libanon, de Falklandoorlog, de Golfoorlog en in Tsjetsjenië. Joegoslavië heeft in Bosnië en Kosovo clusterbommen gebruikt tegen burgerdoelen.

Maar de huidige campagne tegen clusterbommen is een direct gevolg van het veelvuldige gebruik ervan door de NAVO tijdens de luchtoorlog boven Kosovo. Critici beweren dat dit ook tijdens de oorlog tot onnodige burgerslachtoffers heeft geleid. Human Rights Watch noemt als voorbeeld het mislukte bombardement op het vliegveld van Nis op 7 mei 1999, waarbij een ziekenhuis en woonwijken geraakt werden.

Volgens voorzichtige NAVO-schattingen is 10 procent van de clusterbomdelen niet geëxplodeerd, wat erop duidt dat dertigduizend niet-geëxplodeerde clusterbomdelen zijn blijven liggen. De VN-mijnenruimingsorganisatie heeft er inmiddels vierduizend opgeruimd, maar de rest blijft volgens het Rode Kruis slachtoffers eisen. Herby: 'Uit ons onderzoek blijkt dat er daar het afgelopen jaar nog vijfhonderd slachtoffers zijn gevallen, eenderde als gevolg van clusterbommen, eenderde door mijnen en eenderde door andere niet-geëxplodeerde munitie.'

Behalve een moratorium - een verbod wordt onhaalbaar geacht - wil het Rode Kruis dat nieuwe afspraken worden gemaakt over het gebruik van deze wapens. De in 2001 te houden toetsingsconferentie van het conventionele wapenverdrag uit 1980 is hiervoor een goede aanleiding. Zo zouden landen die clusterbommen werpen het door henzelf geschapen probleem nadien moeten oplossen. Herby wijst erop dat KFOR zich in Kosovo niet bezighouden met ruiming, tenzij hiervoor militaire redenen bestaan.

De NAVO zou volgens Herby ook de informatievoorziening moeten verbeteren: 'In Kosovo hebben de VN-organisaties en ngo's die zich met humanitaire ruiming bezighouden nog steeds niet de vereiste informatie van de NAVO gekregen. De informatie wordt niet makkelijk vrijgegeven en is nooit compleet.' Ook zou meer aandacht moeten worden besteed aan de mogelijkheden om de schade van clusterbommen na een conflict te beperken, bijvoorbeeld door een zelfvernietigingsmechanisme in te bouwen.

Nu de legitimiteit van clusterbommen ter discussie staat, is het des te pijnlijker dat deze wapens in de Kosovo-oorlog onnauwkeurig bleken te zijn. In augustus lekte in Groot-Brittannië een intern defensierapport uit, waaruit bleek dat slechts 40 procent van de 531 clusterbommen die de Britten tijdens de luchtcampagne gebruikten, hun doel troffen. Amerikaans onderzoek na de Golfoorlog had al aangetoond dat clusterbommen die van grote hoogte worden afgeworpen, vaak hun doel missen. Toch werden boven Kosovo weer clusterbommen van grote hoogte afgeworpen, omwille van de veiligheid van de NAVO-piloten.

In de nasleep van de Kosovo-oorlog is duidelijk geworden dat tussen de NAVO-bondgenoten geen overeenstemming bestaat over het gebruik van clusterbommen. Een herhaling dreigt van de interne meningsverschillen over het uitbannen van landmijnen. Het is onwaarschijnlijk dat de VS eenzijdig afstand van deze wapens zullen doen. Dat verklaart wellicht waarom Nederland, dat zelf het gebruik heeft opgeschort, het gebruik van clusterwapens 'niet ten principale' afwijst.

Na landmijnen komen nu de clusterwapens onder vuur te liggen. Dit roept de vraag op of niet het onmogelijke wordt gevraagd van moderne strijdkrachten, die steeds vaker op pad worden gestuurd voor humanitaire interventies. Herby vindt van niet: 'Wij verwachten niet dat toekomstige oorlogen de burgerbevolking niet zullen treffen. Maar wij proberen die gevolgen te minimaliseren en vragen landen om wapens die onschuldige burgers treffen, niet te gebruiken. Dat is zeker bij humanitaire interventie van belang, omdat landen anders de legitimiteit van hun optreden ondermijnen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden