Na jaren van alleen maar pamperen is het tijd voor een drastische koerswijziging

Ook op Roland Garros is de Nederlandse inbreng beperkt. Het is tijd dat de tennisbond oud-toppers bij de opleiding betrekt.

Arantxa Rus weet niet meer hoe ze moet serveren, bij Kiki Bertens stormt het te vaak in haar hoofd. Igor Sijsling kan zichzelf niet pijnigen en schiet fysiek tekort. Thiemo de Bakker zoekt nog altijd naar de juiste structuur om zijn talenten te benutten. En Robin Haase, de meest professionele tennisser van zijn generatie, loopt bij elk grandslamtoernooi tegen zijn limiet aan. Roland Garros 2013 illustreerde wederom dat de Nederlandse opleiding op de schop moet.


De tweede ronde was in Parijs het eindstation voor de Nederlandse tennissers, die vooral hun technische mankementen, fysieke beperkingen en mentale kwetsbaarheid etaleerden. Tien jaar na de triomftocht van Martin Verkerk op Roland Garros is Nederland een figurant bij de grandslamtoernooien, op een uitschieter als Rus in 2012 en de finaleplaats voor Haase/Sijsling in het dubbelspel van de Australian Open na.


Waar gaat het telkens mis? Hoe komt het dat achter de huidige lichting een enorme kloof gaapt? Waar zijn de Nederlandse talenten van 18, 19 jaar, die wel aansluiting vinden bij de wereldtop? Het is veelzeggend dat Nederland niet eens is vertegenwoordigd op het juniorentoernooi van Roland Garros.


De KNLTB zoekt de antwoorden in een ingrijpende herstructurering en nam na 15 jaar afscheid van de kleurloze algemeen directeur Evert-Jan Hulshoff. Technisch directeur Rohan Goetzke en bondscoach Hugo Ekker werden al vorig jaar afgerekend op de stagnatie bij de bond.


Toen Davis Cupcaptain Jan Siemerink werd benoemd tot directeur sportief wilde hij een rode draad aanbrengen in de jeugdopleiding.


Maar alleen het creëren van een topsportklimaat bij de KNLTB garandeert niet dat de lange weg van schooltennis naar de Davis Cup of Wimbledon begaanbaar is. De vraag is veeleer welk type tennisser de KNLTB wil opleiden. De trend in het proftennis is dat de spelers steeds langer worden. Bij reuzen als de Amerikaan Isner, de Kroatische veteraan Karlovic en de Zuid-Afrikaan Anderson houdt het vaak op na hun verwoestende opslagen van ruim boven de 200 kilometer per uur.


Nieuwkomers als Janowicz, Paire en Dimitrov bewegen soepel voor hun lengte, slaan net zo hard op als de erkende servicekanonnen en beschikken bovendien over een geweldige touch. De 'Fabulous Four' in de ATP Tour schrikt immers niet van eendimensionale powerhitters. De twee meter lange Thomas Schoorel leek even het Nederlandse alternatief te worden. Maar sinds zijn debuut op Roland Garros in 2011 worstelde hij met blessures en investeerde te weinig in zijn carrière.


Wie leidt op en waar? De gemeente Buren is volgens de KNLTB de enige kandidaat voor de bouw van een nationaal tenniscentrum, al lijkt het niet de meest geschikte plaats om talenten te verzamelen. Wellicht zou de bond zich moeten beperken tot een faciliterende rol, zoals bij Bertens, die op haar tennisschool in Berkel en Rodenrijs is opgeleid.


De KNLTB kan dan tevens de expertise benutten van topcoaches als Schapers, voormalig Davis Cupcaptain Tjerk Bogtstra en meesteropleider Henk van Hulst, die nu op hun eigen scholen verborgen blijven. De KNLTB trok onlangs Paul Haarhuis aan als jeugdtrainer, maar de bond zou meer oud-spelers kunnen inschakelen. Slaat Rus gemiddeld tien dubbele fouten per partij? Dan is de flauwe aanmoediging van haar coach Ekker om zichzelf een schop onder de kont te geven niet voldoende.


Stuur Rus naar de specialisten Richard Krajicek en Siemerink en de technische problemen zijn zo opgelost. Het slijpen van de groundstrokes? Sjeng Schalken kan vast tijd vrijmaken naast het beheer van zijn kledinglijn. Spelen op gras? Vraag Krajicek hoe hij zijn weerzin tegen die baansoort heeft overwonnen. En wie kan je de geheimen van het gravel beter uitleggen dan Verkerk?


Het grootste struikelblok voor de meeste Nederlandse tennissers is hun gebrek aan mentale weerbaarheid, het onvermogen om dagelijks als een prof te leven. Innige samenwerking met grote, internationale scholen in Spanje of de Nick Bollettieri Academy in Florida zou een vangnet kunnen zijn. Daar wordt jonge talenten bijgebracht dat tennis ook een ambacht is. En je leert er simpelweg te overleven.


Het pamperen van spelers als De Bakker en Rus bij Jong Oranje heeft de KNLTB niets opgeleverd, het is tijd voor een drastische koerswijziging. Anders dreigt het Nederlandse tennis te moeten wachten tot de kinderen van de gouden generatie doorbreken.


Krajicek zal zich nu al afvragen of hij zijn 13-jarige zoon Alec moet toevertrouwen aan een bond, die al jaren geen talenten aflevert. Robèrt Misset

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden