Na jaar ellende bouwt Oost-Timor aan toekomst

Vreugde over de onafhankelijkheid maakte een jaar geleden in Oost-Timor al snel plaats voor doodsangst voor de wraakzuchtige pro-Indonesische krachten....

Het is vandaag een jaar geleden dat de bevolking van Oost-Timor massaal voor afscheiding van Indonesië koos. Bij wijze van wraak trokken pro-Indonesische milities en Indonesische militairen een spoor van vernieling door het hele gebied. Na zware internationale druk op Indonesië namen de Verenigde Naties eind september het roer over. Het was een traumatische start. Maar langzaam begint er verbetering in de situatie te komen.

Via de camera's van CNN en BBC kon de hele wereld zien hoe de eerste Australische VN-troepen in september 1999 voet zetten op Timorese bodem. Voor honderdduizenden Timorezen was dat het moment waarnaar ze reikhalzend hadden uitgekeken. Na de maandenlange terreurcampagne van milities en militairen, met de wraakacties na het referendum als trieste climax, kwamen ze eerst voorzichtig en vervolgens massaal tevoorschijn uit hun schuilplaatsen in de bergen. Eindelijk leken de betere tijden te zijn aangebroken waarnaar ze sinds de Indonesische invasie van 1975 hadden uitgekeken.

Al snel werd duidelijk dat hun geduld zwaar op de proef zou worden gesteld. De hoofdstad Dili bleek grotendeels verwoest en zwartgeblakerd. Op het platteland waren hele dorpen van de aardbodem verdwenen. Het telefoon- en het elektriciteitsnet lagen in puin, auto's waren geroofd, oogsten geplunderd en verbrand. Het leek haast onbegonnen werk de ravage te herstellen. Om nog maar te zwijgen over de repatriëring van de ruim tweehonderdduizend Oost-Timorezen die waren uitgeweken naar West-Timor.

De leider van het VN-overgangsbestuur Untaet, Sergio de Mello, gaf na enige maanden toe dat de volle omvang van de taak niet direct tot zijn bewindvoerders was doorgedrongen. Niet alleen lag het halve eiland in puin, maar vanwege het vertrek van duizenden Indonesische onderwijzers, artsen, winkeliers, rechters en ambtenaren, die Oost-Timor sinds eind jaren zeventig hadden gerund, ontbrak ook iedere vorm van infrastructuur. Wat restte was een getraumatiseerde, veelal slecht opgeleide en straatarme lokale bevolking.

Zo kwamen alle goedbetaalde functies terecht bij VN-vertegenwoordigers. Kapitaalkrachtige buitenlandse zakenlieden, vooral uit Australië, kaapten investeringsmogelijkheden weg voor de neuzen der Timorezen. Die keken jaloers toe hoe hun bevrijders rond reden in grote auto's, de beste woningen in bezit namen en zich tegoed deden in de pas geopende restaurants. Zelf merkten ze weinig of niets van vooruitgang: banen waren niet voorhanden, voedsel was schaars en de herstelwerkzaamheden kwamen traag op gang.

De teleurstelling kwam meermaals tot uitbarsting. Slechts hard ingrijpen van de VN-ordedienst kon ernstige ongeregeldheden voorkomen, toen duizenden Timorese sollicitanten werden afgewezen voor een baan bij de politie omdat ze niet over de juiste diploma's beschikten. Ook de lokale leiders toonden zich gefrustreerd over hun geringe inbreng bij het uitstippelen van het toekomstige beleid.

Maar die tijd is inmiddels voorbij. Hoewel de klachten over het bureaucratisch karakter van de VN aanhouden en de werkloosheid onder de Timorezen hoog blijft, is de vooruitgang hoopgevend. Het herstel van woningen en de aanleg van wegen komen op gang. Op veel plaatsen doet het licht het weer en het waterleidingnetwerk groeit. Voedselvoorziening, gezondheidszorg en veiligheid stemmen tot tevredenheid.

Steeds meer Timorezen vinden werk, al is dat vaak een ongeschoolde functie. Maar de eerste vijftig Timorese politiestagiairs patrouilleren inmiddels in de straten van Dili. De eerste Timorese rechtbank is geopend. Honderden Timorezen zijn in opleiding voor een ambtelijke functie. De lagere scholen stellen Timorese onderwijzers aan. Zelfs vier van de acht leden van de overgangsregering zijn Timorees.

Op het platteland verloopt het proces trager. Maar de bevolking toont een bewonderenswaardige veerkracht. Bijna ieder lapje grond wordt beplant. Winkeltjes gaan open en eenvoudige woningen verrijzen. Zelfs Nobelprijswinnaar José Ramos Horta sprak onlangs van 'een VN-succes'.

De situatie aan de grens met West-Timor blijft echter zorgwekkend. Nog altijd zitten meer dan honderdduizend Oost-Timorezen opgesloten in West-Timorese vluchtelingenkampen, bewaakt en geterroriseerd door militieleden. Door het gebrek aan medewerking van de Indonesische regering, die de baas is in West-Timor, kunnen de VN daar niets tegen beginnen.

De laatste tijd worden de VN-patrouilles in het westelijk deel van Oost-Timor steeds vaker aangevallen door milities die vanuit West-Timor opereren. Twee VN-soldaten hebben dat met hun leven moeten bekopen. De bevolking in het grensgebied leeft in angst voor een langdurige guerrillaoorlog.

Na de euforie van het begin en de teleurstelling in de daarop volgende maanden, lijkt de jonge staat ondanks alles in de echte opbouwfase te zijn aangeland. Noodmaatregelen moeten worden vervangen door lange-termijnbeleid. Oost-Timor is er nog lang niet. Maar het optimisme onder de bevolking, die heeft ingezien dat de wederopbouw veel tijd zal vergen, biedt een gunstig perspectief voor de toekomst. Na de verwoestingen van vorig jaar is dat een klein wonder.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden