Nieuws Vrouwenkiesrecht

Na honderd jaar kiesrecht maken vrouwen het verschil in het stemhokje

Hoe gebruiken vrouwen het kiesrecht dat zij honderd jaar geleden hebben verworven? Veel vaker dan mannen stemmen ze op een vrouw en ook de partijkeuze is anders. Maar de politieke voorkeur blijkt in de loop der jaren flink verschoven.

De 101-jarige overgrootmoeder mevrouw C. Krouwels-Traksel uit Haarlem doet haar stembiljet in de stembus bij de verkiezingen van 25 juni 1952, terwijl haar achterkleindochter Tineke haar wandelstok vasthoudt. Beeld Nationaal Archief/Collectie Spaarnestad/C. de Boer

Laila Ait Baali (35) neemt altijd haar kinderen mee naar het stemlokaal, in de school aan het einde van hun straat in een Rijswijkse buitenwijk. Bij thuiskomst na haar werk checkt de jurist op haar smartphone nog even snel de laatste peilingen, want ze wil strategisch stemmen, op een vrouw die net buiten de boot lijkt te vallen. Wie weet, komt die dankzij voorkeurstemmen toch in de Tweede Kamer, de gemeenteraad of Provinciale Staten. Zodra ze haar zoons van 2, 4 en 8 jaar in hun jas heeft geholpen kan de optocht beginnen. Onderweg trakteert ze hen op een lesje democratie. En hoort ze zichzelf haar strenge hoogleraar staatsrecht Elzinga imiteren: ‘Wie niet stemt mag niet klagen.’ Oneliners waar haar vader in haar jeugd mee strooide, staan haar ook nog scherp voor de geest. Alles wat blijft hangen is winst.

Meestal heeft Laila wel een idee op wie ze gaat stemmen. Maar in de stilte en eenzaamheid van het stemhokje voelt ze het gewicht van haar keuze en duizelt haar hoofd van cruciale vragen: Welke politicus is het meest oprecht? Wie biedt weerstand tegen gemakzuchtige populistische praatjes? Wie heeft zich ingezet voor vrouwenemancipatie? Wie is het meest authentiek en durft zich kwetsbaar op te stellen? Terwijl ze in de hokjes naast haar kiezers hoort komen en gaan, neemt Laila de tijd om alle kandidatenlijsten naam voor naam na te lopen. Ze wil niet het risico lopen haar Ideale Kandidaat over het hoofd te zien. De peilingen, hoe zat het ook alweer met de peilingen? En dan ineens ziet ze haar staan. Die integere, uitgesproken vrouw wat lager op de lijst. Zij heeft haar stem het hardst nodig. Een voorkeurstem geeft Laila het gevoel een verschil te kunnen maken, echt invloed uit te oefenen. Als anderen haar nu ook maar kiezen, krijgt ze misschien een zetel. Ze onderbreekt haar gedachtenstroom en kleurt gauw het hokje rood, want de kinderen beginnen ongeduldig te worden.

Van een druk hoofd heeft de 80-jarige Joke Petermeijer uit Bergen op Zoom nooit last op weg naar het stemlokaal. Het is altijd CDA en dat zal het blijven. De eerste vrouw op de lijst. Helder. Geen twijfel mogelijk. Misschien is een andere, lager geplaatste vrouw wel geschikter, maar ze vindt het niet aan haar om dat te bepalen. ‘Het zal wel mijn gezagsgetrouwe inborst zijn’, zegt ze, om de keuze van hogerhand te volgen. Het enige wat ze bij haar gang naar het stemlokaal denkt is: ‘Fijn dat ik weer mag stemmen.’

Vrouwen maken een verschil in het stemhokje. Veel vaker dan mannen stemmen ze op een vrouw (bij de Tweede Kamerverkiezingen in 2017 62,5 tegenover 30,5 procent) en zo helpen ze hun seksegenoten met een voorkeurstem óf aan een zetel óf aan meer invloed in de politieke arena. Volksvertegenwoordigers met de grootste aanhang krijgen immers de meest begeerde portefeuilles en posities op de apenrots. Ook blijken vrouwen linkser te stemmen dan mannen. Het zijn vaak andere thema’s die bij verkiezingen hun keuze bepalen, zoals gezondheidszorg, sociale voorzieningen en duurzaamheid en klimaat, thema’s waarmee meer linkse dan rechtse partijen zich profileren. Het gros van de mannen daarentegen laat zijn stem bepalen door kwesties als immigratie, economie en veiligheid en komen daarmee eerder bij partijen als VVD, PVV en CDA terecht. Deze verschillen tussen de seksen in politieke voorkeuren en stemgedrag blijken uit onderzoek van politicoloog Wietse van Engeland van I&O Research in opdracht van de Volkskrant. Hij noemt de verschillen ‘groot en opvallend’. 

In de brandweerkazerne van Heesch brengt een vrouw haar stem uit bij de Tweede Kamerverkiezingen van 15 maart 2017. Beeld Marcel van den Bergh

Dat vrouwen hun stemgedrag grosso modo door andere thema’s laten bepalen dan mannen, komt volgens politicoloog Monique Leyenaar van de Radboud Universiteit doordat de twee groepen vaak nog andere ‘leefwerelden’ hebben. ‘Vrouwen hebben gemiddeld andere banen, een ander netwerk, nemen het grootste deel van de zorg voor kinderen en ouderen op zich en lopen dus tegen andere maatschappelijke problemen aan dan mannen.’

Bij de vorige Tweede Kamerverkiezingen hadden linkse partijen (GroenLinks, SP, PvdA en Partij voor de Dieren) meer dan de helft van hun 42 zetels te danken aan vrouwen. Van de vrouwen stemde namelijk 56 procent op links, van de mannen 44 procent. Zo bezorgden vrouwen links 6 extra zetels. 

Als het aan vrouwen had gelegen dan had de huidige coalitie niet kunnen regeren, want die had geen meerderheid behaald in de Tweede Kamer. Op hun beurt hadden mannen de regering juist aan de felbegeerde, steviger basis geholpen, als zij het alleen voor het zeggen hadden gehad. Want zij stemmen beduidend vaker op de VVD en het CDA.

Er zijn ook overeenkomsten tussen de seksen. Zo is de VVD de grootste partij bij zowel mannen als vrouwen. Als er nu verkiezingen zouden worden gehouden, zou GroenLinks bij vrouwen op de tweede plaats komen. Bij mannen de PVV, op de voet gevolgd door Forum voor Democratie, zo blijkt uit de laatste peiling van I&O Research. Het sekseverschil is het grootst bij de Partij voor de Dieren: daar stemmen bijna twee keer zoveel vrouwen als mannen op.

Vrouwen lopen duidelijk minder warm voor radicaal-rechtse partijen als de PVV en Forum voor Democratie. Net zoals het linksere stemgedrag van vrouwen, is dat een Europees verschijnsel, weet politicoloog Eelco Harteveld, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. Hij heeft alle verkiezingsuitslagen in Europese landen met radicaal-rechtse partijen vergeleken op man-vrouwverschillen onder de aanhang. En ziet dat in elk land de politieke scheiding der seksen op dit deel van de rechterflank het grootst is. Dat wil niet zeggen, verzekert hij, dat vrouwen het niet zo hebben op een streng immigratie- en asielbeleid of strengere straffen – pleidooien waarmee radicaal rechts kiezers trekt. Ze vinden het alleen minder belangrijk dan maatschappelijke thema’s als gezondheidszorg en duurzaamheid, dus laten ze er minder dan mannen hun kiesgedrag door bepalen. Vrouwen zijn, omdat ze sterk zijn vertegenwoordigd in publieke sectoren als het onderwijs en de zorg, ook meer gebaat bij die publieke voorzieningen. ‘Het is niet zozeer een kwestie van ‘je bent vrouw dus je stemt links’, zegt hij, ‘maar je werkt in de publieke sector, dus stemt eerder links. Net zoals een ondernemer eerder rechts stemt.’

Wat eveneens een rol speelt is dat vrouwen volgens Harteveld over het algemeen wat gematigder zijn. Ook radicaal-linkse partijen trekken hen minder aan. Vrouwen, concludeert Harteveld uit zijn onderzoek, zijn gevoeliger voor stigma’s. Een partij met een negatief stigma gaan ze eerder uit de weg. Dat verklaart waarschijnlijk waarom de ene na de andere vrouwelijke PVV-stemmer stemt die we benaderden voor een interview bij dit artikel, afhaakte. Ze vreesden voor hun baan, die van hun man en de reputatie van hun kinderen op school of werk.

Zodra het stigma verwatert en de beschimpte nieuwkomers op het politieke toneel deel begint uit te maken van de politieke elite waartegen ze te hoop lopen, komen er meer vrouwen over de brug. Nu rechtspopulistische partijen in veel Europese landen een normaal verschijnsel zijn geworden, groeit de aanhang van vrouwen, ziet Harteveld. Waar vrouwen mogelijk geneigd zijn bij een nieuwe partij met extreme standpunten eerst de kat uit de boom te kijken, wagen mannen eerder een gokje. Een staaltje ‘socialisering’, als gevolg van een verschil in opvoeding en cultureel bepaalde verwachtingspatronen, vermoedt de politicoloog. Een opmerkelijke verandering ziet hij in Frankrijk, waar het Front National sinds Marine Le Pen aan het roer staat, meer vrouwen aantrekt. Dat zit hem niet zozeer in haar vrouw-zijn, maar in haar breuk met extreem-rechtse groeperingen, zegt Harteveld. En de afstand die ze nam van de antisemitische denkbeelden van haar vader Jean-Marie Le Pen, die ze acht jaar geleden opvolgde als partijleider.

Vrouwen zijn niet altijd ‘linkser’ geweest dan mannen. Integendeel. Een halve eeuw stemden zij juist confessioneel, conservatief. De ‘vrouwelijke stem’ wordt al meteen zichtbaar op het moment dat zij voor het eerst mag meedoen aan verkiezingen. Dat zijn de gemeenteraadsverkiezingen in Maastricht in mei 1920, een jaar na invoering van het vrouwenkiesrecht. De rooms-katholieke RKSP boekt een klinkende overwinning. De sociaal-democraten verliezen. De partij die het niet zo heeft op politiek bewuste vrouwen, schildert ‘links’ als vijand van de godsdienst en het huisgezin, dus van de bubbel waarin vooral vrouwen in die tijd leven. De eerste Tweede Kamerverkiezingen waaraan vrouwen mogen deelnemen, in 1922, worden een succes voor alle drie de confessionele partijen; de RKSP en de protestantse CHU en ARP krijgen er samen negen zetels bij. Een behoorlijke winst, in een parlement dat in die tijd honderd zetels telt. Dat is niet verbazingwekkend, zegt politicoloog  Leyenaar. ‘Er werd in die tijd nog geen verkiezingsonderzoek gedaan, maar we weten dat vrouwen vromer waren dan mannen.’ Ook vindt ze het niet opmerkelijk dat de partij waaraan vrouwen, naast natuurlijk de buitenparlementaire ‘strijders’ voor vrouwenkiesrecht onder aanvoering van Aletta Jacobs, het kiesrecht te danken hebben, daar in 1922 niet voor wordt beloond. De vrijzinnig liberalen van Henri Marchant boeken geen enkele zetelwinst. Dagblad Het Volk noemt vrouwen ‘een onbetrouwbaar element in de kiezersklasse’.

Leyenaar vermoedt dat het niet zozeer ondankbaarheid is van de 1,5 miljoen vrouwen die voor het eerst aan landelijke verkiezingen meededen, maar onwetendheid. Uit het onlangs verschenen boek De Hoogste Tijd, over 100 jaar vrouwenkiesrecht, dat de politicoloog met twee collega’s heeft geschreven, valt op te maken dat vrouwen de eerste jaren na hun nieuw verworven recht weinig tot geen kennis hadden van politiek en maatschappij. Ze zijn, buiten het woord van pastoor en dominee, slecht geïnformeerd. Mannen lezen kranten, vrouwen niet. Op de vraag van twee vrouwelijke journalisten van het Algemeen Handelsblad wie Suze Groeneweg is, antwoorden ze niet de eerste en enige vrouw die 1918 in de Tweede Kamer is gekozen, maar ‘een staatsman’ of ‘een schrijfster’. Groenewegs maidenspeech in het parlement zal de meeste vrouwen dan ook zijn ontgaan: ‘Ik voel als draagster van deze geschiedkundige gebeurtenis de zware verantwoordelijkheid te bewijzen dat vrouwen niet ongeschikt zijn voor de politiek.’

Pas later, mede dankzij vrijwilligers van talloze vrouwenverenigingen die van deur tot deur gaan en voorlichtingsbijeenkomsten organiseren, worden vrouwen politiek bewuster.

Hun trouw aan confessionele, conservatieve partijen zal zeker vijf decennia duren. Vanaf de jaren ’80, met de gang van vrouwen naar de arbeidsmarkt, komt daar verandering in. De ontzuiling doet ook haar werk. Door betere scholing en de tweede feministische golf in de jaren ’70 worden vrouwen zich bewuster van hun achtergestelde maatschappelijke positie en gaan vaker stemmen op een partij als de PvdA, in de hoop dat de politiek daar verandering in brengt. Wetenschappers gaan de rol van vrouwen in de politiek onderzoeken. De resultaten krijgen titels als ‘Waarom zo weinig?’ Lange tijd lijkt in de politiek het credo ‘Eén vrouw is wel genoeg’ te heersen. Pas in 1982 komt er een kabinet met meer dan één vrouw op een ministerspost: Neelie Kroes en Eegje Schoo, beiden van VVD-huize. Het percentage vrouwelijke Kamerleden kruipt in die periode voorbij de 10 procent.

Veel verder dan die van de vrouwelijke kiezers in het stemhokje, reikt de invloed van vrouwen in de politieke arena, dus het passieve kiesrecht, benadrukt Leyenaar. Die van een minister als Marga Klompé met haar Algemene Bijstandswet en Ien Dales met de Wet Gelijke Behandeling. Hanja Maij-Weggen die binnen het ministerie meer vrouwen aanneemt en op leidinggevende functies benoemt. Els Borst en de euthanasiewetgeving. Mede onder druk van maatschappelijke organisaties en vrouwelijke politici die zich hebben verenigd in het Kamerbreed Vrouwenoverleg gaat de Nederlandse overheid zich in de jaren ’90 van de vorige eeuw actiever inzetten om meer vrouwen invloed te geven. Zo komen er bijvoorbeeld streefgetallen voor vrouwelijke burgemeesters.

Het aandeel vrouwen in de Tweede Kamer blijft groeien en bereikt in 2010 een record van 41 procent. Opvallend is dat vanaf de verkiezingen erna, in 2012, een dalende trend inzet. Op dit moment telt het parlement 31 procent vrouwen. Deels is dat een gevolg van het grote verlies van de PvdA – de enige partij met een kandidatenlijst met standaard om en om een man en een vrouw – en de opkomst van nieuwe, door mannen gedomineerde partijen als PVV, Denk, 50 Plus en Forum voor Democratie. Het is dan ook niet gek dat de helft van de Nederlandse vrouwen zich niet vertegenwoordigd voelt in de politiek, zoals blijkt uit het onderzoek van I&O Research. Een derde van de mannen vindt ook dat meer vrouwen politieke functies moeten hebben. 70 procent van de vrouwen vindt dat er ongeveer evenveel mannen als vrouwen in de Kamer zouden moeten zitten. De helft van de mannen steunt dat standpunt.

Volgens Elma Petter is er nog iets anders aan de hand dan een veranderend politiek landschap dat de afname van vrouwen in het parlement verklaart. De vicevoorzitter van de vrouwenorganisatie van het CDA, in het dagelijks leven retail manager in de modebranche, ziet dat mannelijke politici de hete adem in de nek voelen van talentvolle vrouwen en bij benoemingen op kandidatenlijsten en commissies de gelederen lijken te sluiten. Er zijn meer dan genoeg vrouwen met capaciteiten die politiek hogerop willen, zegt zij. ‘Maar ze stromen moeilijk door omdat mannen hen als concurrenten zien die een bedreiging vormen voor hun eigen positie. Ze lijken er een competitie van rivalen van te maken waarbij vrouwen aan het kortste eind trekken.’ 

Petter noemt voorbeelden als de opvolging van D66-leider Alexander Pechtold. De D66-fractie heeft genoeg geschikte vrouwen als Pia Dijkstra en Vera Bergkamp. Maar het werd de jonge, vrij onervaren Rob Jetten. Of de benoeming van Halbe Zijlstra, en na diens gedwongen vertrek, Stef Blok als minister van Buitenlandse Zaken. Een prestigieuze functie, waarvoor onervaren VVD-vertrouwelingen van premier Rutte de voorkeur kregen boven een ervaren diplomaat als Sigrid Kaag die zes talen spreekt. Maar ook in haar eigen CDA is het voor ambitieuze vrouwen ‘knokken tegen het mannenbolwerk’. De politiek loopt in haar ogen achter op het bedrijfsleven, waar het kwartje is gevallen en vrouwen steeds vaker invloedrijke posities bekleden. Dat achterlopen vindt de CDA-vrouw ‘onverstandig en onterecht’. Diversiteit leidt tot evenwichtiger besluitvorming, blijkt uit onderzoek. En in de politiek is het ook nog eens een kwestie van democratie, zegt ze, ‘om alle smaken die we hebben tot hun recht te laten komen’.

Tijdlijn: 100 jaar vrouwenkiesrecht

1883: Huisarts Aletta Jacobs wil zich verkiesbaar stellen: verzoek afgewezen 

1917: Passief kiesrecht vrouwen

1918: Suze Groeneweg eerste vrouw in de Tweede Kamer

1919: Actief kiesrecht vrouwen (Henri Marchant); Mathilde Haan eerste vrouw in de gemeenteraad

1922: Eerste Tweede Kamerverkie­zingen waaraan vrouwen meedoen; vijf vrouwen gekozen

1930: Ziektewet: 12 weken betaald zwangerschaps- en bevallingsverlof

1946: Eerste vrouw burgemeester: Truus Smulders-Beliën

1953: Eerste vrouwelijke staatssecre­taris (Anna de Waal, KVP)

1956: Marga Klompé (KVP) eerste vrouwelijke minister; Wet handelingsonbekwaamheid afgeschaft: vrouwen mogen werken en eigen bankrekening openen (motie Corry Tendeloo, PvdA)

1963: Algemene Bijstandswet (Marga Klompé)

1974: Eerste vrouw commissaris van de koningin: Tineke Schilthuis

1977: Ria Beckers (PPR) eerste vrouwelijke lijsttrekker bij Tweede Kamerverkiezingen, recordaantal vrouwen in Kamer (14 procent) en kabinet (1 minister, 4 staatssecretarissen), eerste staatssecretaris voor Emancipatiezaken (Jeltien Kraaijeveld-Wouters, CDA)

1981: Kamerbreed Vrouwenoverleg

1982: Voor het eerst twee vrouwen minister (Neelie Kroes en Eegje Schoo, VVD)

1984: Wet afbreking zwangerschap

1985: Start campagne Vereniging voor Vrouwenbelangen om voorkeurstem op vrouwen uit te brengen

1994: Wet Gelijke Behandeling (Ien Dales, PvdA)

1998: 37 procent vrouwen in Tweede Kamer; helft kandidaten op lijst Tweede Kamerverkiezingen PvdA en GroenLinks vrouw; eerste vrouwen vicepremier: Annemarie Jorritsma (VVD) en Els Borst (D66)

2004: Neelie Kroes eerste Nederlandse ­vrouwelijke EU-commissaris

2008: Vijf vrouwen fractievoorzitter Tweede Kamer

2010: Recordjaar: 41 procent Tweede ­Kamerleden vrouw

2013: SGP laat, na uitspraak Europees Hof voor de rechten van de mens, passief kiesrecht toe voor vrouwen

2014: Lilian Janse (SGP) gekozen in gemeenteraad Vlissingen

2017: In Tweede Kamer 36 procent vrouwen

2018: Recordaantal vrouwen in gemeenteraad gekozen: 31 procent

2019: 31 procent vrouwen in Tweede Kamer, twee vrouwen fractievoorzitter

Vijf generaties vrouwen over hun politieke voorkeur

Aya Lokradi (22), mbo-4 student

Politieke keuze: ‘GroenLinks. De drie keer dat ik al gestemd heb, koos ik voor de VVD omdat ik in mijn omgeving hoorde dat dit de beste partij is voor ondernemers. Door de aandacht op mijn opleiding voor gasloze en energieneutrale woningen, ben ik mij gaan verdiepen in duurzaamheid. Dat vind ik nu het belangrijkste politieke thema, want het gaat over onze toekomst. Weinig mensen hebben door hoe slecht het klimaat ervoor staat. Dat moet veranderen. GroenLinks is de partij die zich er het meest voor inzet. Daarom ga ik voortaan op GroenLinks stemmen. Omdat ik niet aan de kant wil staan, ben ik lid geworden van de jongerenorganisatie. Ik stem niet bewust op een vrouw. Een man kan net zo goed voor vrouwen opkomen. Mannen en vrouwen zijn gelijk. Ik loop nu stage in de bouw, als enige vrouw tussen mannen word ik als gelijke behandeld, ik merk geen enkel verschil. Ook op mijn opleiding projectmanager vastgoedonderhoud ben ik een van de weinige meisjes, ik krijg alle kansen in een speciaal talentenprogramma. Ik heb de indruk dat het in Nederland goed geregeld is voor vrouwen, dat we gelijke kansen hebben. Dat is niet overal in Europa zo. In Bulgarije bijvoorbeeld zijn ze nog niet zo geëmancipeerd.’

Aya Lokradi. Beeld Katja Poelwijk

Politieke held(in): ‘Judith Sargentini, europarlementariër voor GroenLinks. Zij is sterk en laat niet over zich heenlopen.’

Ouderlijk nest: ‘Mijn ouders zijn zwevende kiezers, de ene keer stemmen ze op het CDA, dan weer op D66.’

Vrouwelijke premier: Daar houd ik mij niet zo mee bezig. Het zou wel goed zijn als dat gaat gebeuren.

Vrouwen aan de macht: ‘Alleen vrouwen aan de macht zou niet goed zijn. Mannen en vrouwen kijken anders naar dingen, de een doet het niet beter dan de ander. We hebben balans nodig.’

Laila Ait Baali (35 jaar), jurist en vrouwenrechtenactivist

Politieke keuze: ‘Ik stem op een partij in het politieke midden. De VVD, PvdA en D66 hebben standpunten die ik deel. De belangrijkste thema’s vind ik een open, internationale blik en vrouwenemancipatie. Als welvarend land kunnen we landen helpen die er minder goed voorstaan. Internationaal hebben we een belangrijke voortrekkersrol voor vrouwenrechten, maar in eigen land mogen we ook ambitie tonen. Vrouwen hebben in Nederland wel gelijke rechten, maar nog geen gelijke kansen. Er zijn te weinig vrouwen in topfuncties in bedrijven, in de politiek en op universiteiten. Ergens gaat er iets mis.’

Ouderlijk nest: ‘Ik kom uit een sociaal-democratisch nest. Hard werken, goed je best doen, maar vergeet de mensen die het minder hebben niet. Racisme bestaat, zei mijn vader, maar laat dat geen excuus zijn niet je best te doen.’

Laila Ait Baali. Beeld Katja Poelwijk

Politieke held(in): ‘Ik heb er drie: Suze Groeneweg, Aletta Jacobs en Marga Klompé. Zij hebben de weg bereid voor alle vrouwen in Nederland om volwaardig te kunnen deelnemen aan de maatschappij.’

Vrouwen aan de macht: ‘Ik geloof niet dat vrouwen beter, vredelievender of milieuvriendelijker zijn dan mannen. Het enige wat telt is dat vrouwen de helft van de wereldbevolking vormen en evenveel rechten hebben als de andere helft. En dus ook evenveel macht en invloed horen te hebben.’

Vrouwelijke premier: ‘Er zijn veel geschikte vrouwen. Als ik moet kiezen zeg ik Carola Schouten. Zij is inhoudelijk sterk, een verbinder en blijft rustig als ze onder vuur ligt. Ze is pragmatisch, niet moralistisch. Dat ze het als alleenstaande moeder zo ver heeft geschopt, getuigt van een groot doorzettingsvermogen.’

Brigitte Bosman-Bunte (53 jaar), huisvrouw

Politieke keuze: ‘Ik deed nooit mee aan verkiezingen, totdat iemand tegen mij zei: als je niet stemt, gaat je stem naar de grootste partij. Dat wilde ik niet dus ben ik over politiek gaan lezen. Toen Pim Fortuyn werd vermoord, dacht ik: hallo, waar is iedereen mee bezig? Mijn eerste stem ging naar de LPF, daarna naar de PVV. De rijken worden rijker en de armen armer, daar moet iets aan gebeuren. Mijn man is sloper en werkt 40 tot 50 uur in de week voor een minimumloon. We kunnen moeilijk de eindjes aan elkaar knopen. Ik zie ons land onvriendelijker worden voor vrouwen en jongeren. We hebben nog één spruit in huis, die mag van mij niet na 23 uur de straat op. Toen ík 16 was, was er nog niks aan de hand. Je kunt ze niet over één kam scheren, maar de meeste strafbare feiten worden gepleegd door mensen uit het buitenland.’

Brigitte Bosman-Bunte. Beeld Katja Poelwijk

Ouderlijk nest: ‘Ik ben opgegroeid in tehuizen en pleeggezinnen en heb geen idee wat mijn ouders stemden.’

Politieke held(in): ‘Peter van der Velden, fractievoorzitter van de PVV hier in Spijkenisse. Altijd als ik hem via messenger iets vraag, krijg ik snel antwoord. Pas vroeg ik hem waarom de gemeente duizenden euro’s uitgeeft aan kunstgras op voetbalvelden. Dat geld kan toch beter naar de jeugdzorg?’

Vrouwen aan de macht: ‘Ik ben voor meer vrouwen in de politiek. Als vrouwen de macht hebben ziet Nederland er anders uit. Er zal meer geld gaan naar gezondheidszorg en jeugdzorg. Vrouwen krijgen dan evenveel betaald als mannen voor hetzelfde werk.’

Vrouwelijke premier: ‘Fleur Agema van de PVV is goed, maar ze zal ondergesneeuwd raken omdat er te weinig vrouwen in de politiek zitten, ook bij de PVV.’

Maritza Russel (60 jaar), ondernemer

Politieke keuze: ‘Sinds ik op mijn 18de uit Suriname naar Nederland kwam om economie te studeren, stem ik VVD. Ik ben al 25 jaar lid. Als liberaal ben ik voor een overheid die ondernemers ruimte, kansen en een gunstig belastingklimaat geeft, die succes beloont want ondernemers scheppen arbeidsplaatsen. Ik hou niet van politici die met hun vingertje wijzen. Het is belangrijk dat jonge vrouwen rolmodellen hebben in de politiek. Daarom stem ik bij elke verkiezing op een vrouw, het liefst een vrouw met een etnische achtergrond, want de politiek hoort een afspiegeling te zijn van de bevolking.’

Ouderlijk nest: ‘Ik kom uit een ondernemersfamilie. Het liberalisme is mij met de paplepel ingegoten.’

Politieke held(in): ‘Margaret Thatcher, de iron lady, omdat zij als conservatief stond voor waar zij in geloofde. En Angela Merkel. Zij is een grote verbindende factor in Duitsland en in Europa.’

Vrouwen aan de macht: ‘In zijn algemeenheid denk ik dat vrouwen in de politiek vaker de verbinding zoeken en voor het grotere geheel gaan.’

Vrouwelijke premier: ‘Mijn ultieme droom is dat Laetitia Griffith onze eerste vrouwelijke premier wordt. Zij is mijn rolmodel. Ze voldoet aan alle eisen: ze is representatief en politiek en bestuurlijk door de wol geverfd. Ze is wethouder geweest, Kamerlid en staatssecretaris. Ze bekleedt veel commissariaten in uiteenlopende bedrijven en organisaties. Bijna niemand weet dat zij een van de machtigste vrouwen van Nederland is. Een gekleurde vrouw als premier is voor Nederland denk ik nog een brug te ver. Daarom heb ik een goede tweede: Jeanine Hennis-Plasschaert, ook een zeer ervaren politica die met haar poten in de modder heeft gestaan.’

Maritza Russel. Beeld Katja Poelwijk

Joke Petermeijer (80 jaar), gepensioneerd docent aardrijkskunde

Politieke keuze: ‘Ik stem altijd CDA. Voordat het CDA in 1980 werd opgericht, stemde ik op de Christelijk-Historische Unie. In mijn woonplaats Bergen op Zoom ben ik daar voorzitter van geweest, en daarna van het CDA. Bij deze partij voel ik mij thuis, ik deel het gedachtengoed en de christelijke waarden, zoals omzien naar de naasten en rentmeesterschap voor de aarde. Ik bezoek alle partijcongressen en voel mij dan bevestigd in mijn keuze als we het Wilhelmus zingen en ik de toespraken hoor waarin het christelijke geloof wordt uitgedragen. Dat bemoedigt mij en geeft een veilig gevoel. Ook bezoek ik altijd de gemeenteraadsvergaderingen in Bergen op Zoom. In de pauze schiet ik weleens een partijgenoot aan en zeg: ‘Hebben jullie hier ook aan gedacht?’ Mijn stem gaat bij alle verkiezingen naar de eerste vrouw op de kandidatenlijst. Vrouwelijke politici zijn vaak directer, eerlijker en handelen vanuit hun hart. Die kwaliteiten zijn ook nodig in de politiek.’

Ouderlijk nest: ‘Mijn vader en moeder stemden CHU. Met mijn vader sprak ik veel over politiek. Mijn moeder was vooral druk met het gezin met tien kinderen, onder wie vier pleegkinderen. Ik kom uit een protestants gezin en ben nog steeds actief in de kerk. Belijdende christenen zijn vaak plichtsgetrouw en loyaal.’

Politieke held(in): ‘Marja van Bijsterveldt. Zij kan zich zo goed uitdrukken en is zo hartelijk. Ik geniet als ik haar hoor spreken.’

Vrouwelijke premier: ‘Er zijn veel geschikte CDA-vrouwen. Ik denk allereerst aan Marja van Bijsterveldt en Mona Keijzer.’

Vrouwen aan de macht: ‘Dan zouden de politiek en ons land er anders voorstaan, maar niet per se beter. De kwaliteiten van mannen en vrouwen zijn allebei nodig. Wel zouden dan de inkomensverschillen tussen mannen en vrouwen zijn afgeschaft. Dat kan écht niet meer, in deze tijd.’

Beeld Katja Poelwijk

Lees meer 

Bureau Clara Wichmann vecht al 35 jaar voor vrouwenrechten: ‘Veel van wat er in de jaren tachtig speelde, speelt nog steeds’
Het gerechtshof in Den Haag oordeelde onlangs dat huisartsen die een overtijdpil voorschrijven, niet per definitie strafbaar zijn. Bureau Clara Wichmann ziet de uitspraak als een overwinning. Het feministische instituut zet zich al 35 jaar in voor vrouwenrechten. Van #MeToo avant la lettre tot Henny Huisman: de Clara’s vechten door. 

Vrouwen stemmen beduidend vaker op linkse politieke partijen dan mannen. Bij de vorige Tweede Kamerverkiezingen in 2017 bezorgden zij GroenLinks, SP, PvdA en Partij voor de Dieren zes extra zetels. Dit blijkt uit onderzoek van I&O Research naar de verschillen in stemgedrag, in opdracht van de Volkskrant.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden