Na homo's en communisten nu de pedofielen

De verontwaardiging over seksueel misbruik lijkt ons te hebben beroofd van onze kritische vermogens, constateert Sjaak van der Geest. Pedofielen worden zo het slachtoffer van een collectieve paranoia....

IEDERE TIJD heeft zijn paranoia. In het verre verleden werd er op heksen en ketters gejaagd. Joden, zigeuners en homofielen zijn door de eeuwen heen doelwit van vervolging geweest en enkele decennia geleden ging het om communisten.

Wat is de paranoia van deze tijd? De vraag lijkt niet moeilijk. Wij jagen op seksuele misbruikers. Dat zijn mensen - in 99 procent van de gevallen mannen - die zich 'vergrijpen aan' jeugdigen, ondergeschikten en patiënten.

De jacht richt zich vooral op pedofielen en is in een stroomversnelling gekomen door berichten over kinderporno-netwerken op internet, de zaak Dutroux en, heel recentelijk, door de 'zwarte lijst' van pedofielen die sommige parlementariërs willen opstellen om deze wezens uit het onderwijs en andere risicovolle beroepen te kunnen weren.

Hulpverleners en onderwijzers raken in paniek, zij zijn al bij voorbaat verdacht. Tenminste als zij tot het mannelijk geslacht behoren. Voor hen geldt wat een Nederlandse columnist reeds in 1911 opmerkte: 'Allen die met kinderen in aanraking komen, vooral onderwijzers, staan met één voet in de gevangenis.' De man had een vooruitziende blik.

Vorig jaar verscheen een boekje voor en door hulpverleners over deze moeilijke kwestie. Onbedoeld schetst het een onthutsend tijdsbeeld. Ik heb het ter lering en bitter vermaak nog eens uit de kast gehaald.

Joanka Prakken en Piet Driest (nomina omina) laten in Intimiteit: Bedreigd of Bedreigend? (uitgegeven door NIZW, Utrecht) achttien hulpverleners aan het woord over 'intimiteit'. Met hun boek willen zij de discussie aanzwengelen over wat wel en niet kan in de hulpverlening. De vraag die in praktisch ieder gesprek gesteld wordt is: Waar liggen de grenzen?

De geïnterviewden hebben het er moeilijk mee. Een voormalig groepsleider op een internaat voor zeer moeilijk opvoedbare jongeren tussen de dertien en achttien jaar vertelt: 'Als er 's nachts een kind voor je deur staat, moet je meteen een collega wakker maken. Je moet ervoor zorgen dat je altijd met zijn tweeën bent.(. . .) Vroeger stopten we jongeren in als ze naar bed gingen en wensten ze uitgebreid welterusten. Nu doen we dat vanuit de deuropening.'

Wie alle gesprekken in dit boek gelezen heeft, zal instemmen met deze groepsleider die halverwege het interview verzucht dat hij beter stukadoor had kunnen worden.

Waarom kan men met dementerende ouderen wel 'snoezelen' (wat een afschuwlijk woord) en met een kind niet? Waarom kunnen vrouwen zich veel meer permitteren dan mannen? Volgens een krantenbericht dat in het boek wordt aangehaald, liet een leraar een meisje uit de ringen vallen omdat hij haar niet durfde op te vangen.

In het boek is geen kritische discussie over de heersende fobie rond seksueel misbruik. De hulpverleners, zo lijkt het, leggen zich neer bij de paranoia en slaan op de vlucht. Niemand, ook de auteurs niet, stelt de rol van de media en de publieke opinie ter discussie.

Wie richten de schade aan in de tere kinderziel, de jeugdleider die 'te ver gaat' of de maatschappij die - na een periode van (te veel?) tolerantie - nu tot het andere uiterste vervalt en overal seksueel geweld ziet? Wat is een trauma? Wat is schokkend? Het antwoord luidt: wat de maatschappij tot schokkend, ontoelaatbaar, misdadig verklaart.

Het is opmerkelijk hoeveel schokkende gebeurtenissen wij om ons heen tolereren en kunnen aanzien onder een kopje koffie, maar dit niet. Waarom? Niemand in dit boek zegt er iets over. 'Intimiteit' in de hulpverlening heeft alle trekken van een klassiek taboe.

Vandaar dat de auteurs hun serie gesprekken afsluiten met uiterst defensieve voorstellen om verdenking van seksueel misbruik te voorkomen, een intimiteitsbeleid: protocollen, klachtenprocedures, scenario's, schriftelijke rapportage, nazorg en - niet te vergeten - deskundigheidsbevordering. Enkele eeuwen geleden richtte men een heksenwaag op.

In Groot-Britannië zijn al beperkingen opgelegd aan mannen in pedagogisch werk. Zij mogen geen kinderen op schoot nemen, geen luiers verwisselen en geen kinderen op het toilet helpen, zonder de aanwezigheid van een vrouwelijke collega. Het wachten is nu op richtlijnen voor vaders.

Intimiteit bevat een schat aan etnografisch materiaal over een tijdgeest waar toekomstige generaties met verbazing, hilariteit en ontzetting kennis van zullen nemen. Met ongeloof zullen ze naar videobeelden kijken en krantenartikelen lezen waarin de bizarste gedachten 'gewoon' gevonden worden en de wreedste maatregelen 'rechtvaardig en heilzaam'. En wij maken dat allemaal mee.

Sjaak van der Geest is verbonden aan de vakgroep medische antropologie van de Universiteit van Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden