'Na het boek vergat ik John Wayne'

'Oh man, that was great. Yeah, great. It was so great.' De Amerikaanse overdrijvingen zijn niet van de lucht in het antwoord dat Jeff Bridges (61) geeft op de vraag hoe het was om weer met Joel en Ethan Coen te werken.


Zoals hij alle vragen bijzonder voorkomend beantwoordt. En dan te bedenken dat hij deze dag twee films tegelijk moet 'verkopen'. Na een interviewsessie voor True Grit wacht in een andere hotelkamer een sessie over Tron, Legacy, een science-fictionfilm, opgenomen in een kale ruimte met blauwe wanden, zonder camera's. 'Overal zitten sensoren. Wat die registreren kan later in beeld worden omgezet. De hele film wordt in de postproductie gemaakt, niet tijdens de opnamen.' Hij wilde het wel eens meemaken, op die manier een film maken. 'Dit is toch de toekomst, films maken zonder camera.'


Het was geen onverdeeld genoegen. 'Ik werd er chagrijnig van, moest echt op mezelf inpraten: 'Kom op, man, als kind had je ook niet al die mooie kostuums. Gebruik je fantasie.' Maar uiteindelijk houd ik er toch meer van me te verkleden.'


Geen groter contrast tussen de kille studio van Tron en het oude Wilde Westen van True Grit, waar Bridges zich beter thuisvoelt. 'Ik ben dol op paardrijden.' Zoals hij zich ook bij de Coen-broers thuisvoelde, met wie hij eerder The Big Lebowski maakte. Misschien wel de mafste Coen-film, op het lijf geschreven van Bridges en nog altijd een waaraan hij met plezier terugdenkt. 'Ik ben een fervent zapper als ik tv kijk, maar als The Big Lebowski voorbijkomt, blijf ik altijd hangen. Dan is het toch of je naar een homevideo kijkt.'


Het is in het geval van Bridges een uiting van zeldzame zelfgenoegzaamheid. Want de acteur, die sinds zijn doorbraak in The Last Picture Show (1971, Peter Bogdanovich) in meer dan zeventig films speelde, staat bekend om zijn bescheidenheid, soms ook gemakzucht genoemd. Die zal eraan hebben bijgedragen dat hij, zoals dat heet, altijd een gewaardeerd acteur is geweest, maar nooit een echte ster is geworden. Terwijl daarvoor toch alle seinen op groen stonden na zijn rol in The Last Picture Show, die hem op 24-jarige leeftijd een Oscarnominatie opleverde.


Bridges is de jongste zoon van acteur Lloyd Bridges, een niet heel bekend acteur uit een eindeloze reeks tv-series, die enige faam dankt aan optredens in uiteenlopende films als de western High Noon en de rampenfilmparodie Airplane. Hij liet Jeff zijn acteerdebuut maken in een tv-serie toen die zes maanden oud was. Bridges groeide op in en rond filmstad Los Angeles en speelde, net als zijn negen jaar oudere broer Beau en vader Lloyd, eerst in tv-series, maar al snel in films. Alleen hun jongere zusje Lucinda zou niet in de filmwereld belanden.


Kenmerkend voor het verloop van Bridges' carrière is de film die hij koos na zijn doorbraak in The Last Picture Show. Het was Fat City (1972, John Huston), een kleine boksfilm die het bij critici beter deed dan bij het publiek, om niet te zeggen dat de film ronduit flopte. Het deerde hem niet. Zijn rollen koos hij niet met het oog op een steile carrière en omgekeerd werd hij zelden gecast als de echte held van een grote publieksfilm. Alles kwam hem eigenlijk altijd aanwaaien, problemen kende hij niet - een voor Hollywood-begrippen niet noemenswaard softdrugsverslavinkje uitgezonderd.


Zo meanderde zijn loopbaan door de jaren zeventig en tachtig, met rollen in goeddeels vergeten films als Thunderbolt and Lightfoot, Cutter's Way, Against all odds en The Morning After. Pas aan het eind van de jaren tachtig deed hij wat luider van zich spreken met hoofdrollen in Tucker (1988, Francis Ford Coppola), The Fabulous Baker Boys (1989, de enige film waarin hij met zijn broer Beau speelde) en Fearless (1993, Peter Weir).


Het waren uiteindelijk de Coen-broers die hem op bijna 50-jarige leeftijd definitief van het betere-bijrol-complex verlosten met zijn hoofdrol als The Dude in The Big Lebowski (1997). Ze hebben wel eens gezegd dat ze de film met Bridges in het achterhoofd hebben geschreven. Zelfs als dat niet waar is, klopt alles.


Ook veertien jaar later nog. Zijn uiterlijk is in die tijd niet veel veranderd: het haar nog steeds lang - maar wel verzorgder dan dat van The Dude; zelfde baardje, al is het inmiddels grijs. Verder zwarte jeans, lichtblauw openstaand overhemd, waarin zijn leesbril hangt, en pantoffelachtige loafers.


Jeff Bridges is nog altijd extremely laid back. Niets doet vermoeden dat hij na vandaag in Parijs, morgen in Londen, nota bene zijn verjaardag, hetzelfde programma nog eens moet doorlopen. Enthousiast vertelt hij over hoe de opnamen met de Coens een feest van herkenning waren. Iets waarvoor de acteur een zwak heeft. Net als de broers werkt hij graag met bekenden. 'Zij maakten al twaalf films met cameraman Roger Deakins, mijn stand-in Lloyd Catlett en ik al 56.'


Het zal geen toeval zijn dat Bridges vorig jaar eindelijk, na vier nominaties, zijn Oscar won voor Crazy Heart (2009, Scott Cooper), een film die hij met allemaal vrienden maakte. Naast zijn stand-in waren dat onder anderen regisseur Scott Cooper en musicus T. Bone Burnett. Bridges is in Crazy Heart een gevallen alcoholistische countryzanger, die met een oude auto en een gitaar het land doorkruist.


Misschien nog wel meer dan The Dude een op zijn lijf geschreven rol, waarin hij meer dan alleen zijn acteerkwaliteiten kwijt kon. Bridges, die in zijn vrije tijd een begenadigd tekenaar, fotograaf en muzikant is, zong en speelde alle nummers zelf. Een gelegenheidsband met T. Bone Burnett en hemzelf toerde sinds de opnamen van Crazy Heart zelfs even rond.


Vermengden de Coens in The Big Lebowski al zijn hippie-achtige ontspannenheid met een wenteling in de rafelranden van de maatschappij, in Crazy Heart doet Bridges daar nog een schepje bovenop: cynisme. De oude, alcoholistische zanger Bad Blake, die alles wat mooi is en iedereen die van hem houdt kapot maakt, haalde het beste in de acteur naar boven. Zijn Rooster Cogburn lijkt wel wat op Bad Blake. Ook een zuipende cynicus, bij wie het restje warme menselijkheid dat er nog in hem huist, door een jonge vrouw naar boven wordt gehaald.


Zo lijkt Bridges op 60-jarige leeftijd eindelijk zijn ideale personage te hebben gevonden en daarmee de top bereikt. Voor de opvolger van Crazy Heart, True Grit, sleepte hij wederom een Oscarnominatie binnen, een van de tien voor de film. En dat terwijl de acteur aanvankelijk zo zijn bedenkingen had.


Begrijpelijk. True Grit staat al vet geschreven in de filmgeschiedenisboeken. In 1969 verfilmde Henry Hathaway de westernroman van Charles Portis uit 1968. Met John Wayne in de hoofdrol als de oude, verbitterde en drankzuchtige Rooster Cogburn, die door een 14-jarig meisje wordt ingehuurd om in een indianenreservaat de moordenaar van haar vader op te sporen. De rol van Wayne was een succes; hij won er zijn enige Oscar mee en acht jaar later, niet lang voor zijn dood, kroop hij nog eens in de huid van de U.S. Marshal met ooglap. Je zou zeggen: van zo'n instituut blijf je af.


Dat zei Bridges ook tegen de Coen-broers, toen die hem vroegen voor de rol van Rooster Cogburn. 'Ik snapte niet waarom ze een remake van een western wilden maken. Maar naar eigen zeggen wilden ze dat ook helemaal niet. 'Lees het boek maar', zeiden ze. Dat deed ik. En toen zag ik inderdaad al snel een Coen-film voor me. In het boek herken je de bizarre personages en wendingen in het verhaal, veel meer dan in de film uit 1968. Dat stelde me gerust. Vanaf dat moment heb ik die film, en John Wayne, uit mijn hoofd gezet.'


Toch zullen de Coens wel een duel Bridges-Wayne voorzien hebben. Niet voor niets is hun introductie van Rooster Cogburn wezenlijk anders dan in 1968. Henry Hathaway liet John Wayne vrij onopvallend vanuit de achtergrond het beeld in rijden in een scène bevolkt door andere mensen. In True Grit gaat het 14-jarige meisje Mattie Ross (gespeeld door de debuterende, toen 13-jarige Hailee Steinfeld) op zoek naar Cogburn en vindt hem op een ouderwetse poepdoos.


Waar hij onzichtbaar voorrang geeft aan heel andere prioriteiten dan die van Mattie. Zo zegt hij het, met een idioot zwaar aangezet plat zuidelijk accent. Het duurt even voordat hij te voorschijn komt. Maar dan is-ie er ook, in alle glorie uittorenend boven de 14-jarige. Met het ooglapje op het andere oog dan John Wayne had.


Volgens Bridges moeten we achter beide zaken niets zoeken. Dat hij in The Big Lebowski ook al iets had met wc's, goh, daar had hij niet eerder bij stilgestaan. En nee, de Coens hebben daar vast niets mee bedoeld. 'Maar ik zal het ze vragen, voor de zekerheid.'


En net als de makers doet ook hij alsof dat ooglapje toevallig op het andere oog zit. 'Ik heb het geprobeerd op dat andere oog, maar dat speelde gewoon minder lekker.' En de broers? 'Die vroegen alleen maar: welke kant zit beter?' En voor de zoveelste keer lacht Bridges zijn vette, vertraagde lach. Want de Coens staan erom bekend dat ze control freaks zijn, die voordat ze de set betreden alles al tot in detail bepaald hebben.


Maar gentleman Bridges zul je daarover niet uit de school horen klappen. 'Ze hebben eigenlijk alles al bepaald met de casting. Niet alleen van de acteurs, ook van de crew. Casting is het belangrijkste voor het succes van een film. En van de mensen met wie ze elke keer weer samenwerken, want vaak zijn het dezelfde, waarderen ze de specifieke kwaliteiten. Echt, ze laten je je gang gaan. Zo nu en dan geven ze een kleine aanwijzing. Ik vind dat heerlijk. Ik ben blij met alles wat me helpt verder af te drijven van mezelf.'


En net als de Coens doen, verkondigt Bridges ten slotte, met zijn felblauwe pretoogjes, dat True Grit helemaal geen wrede western is. 'Oké, Rooster Cogburn is a killer, maar hij heeft ook wel iets charmants, toch?' Met de Coens noemt hij True Grit 'echt een familiefilm'. 'Daarom past de film ook zo goed bij me. Ik ben al jaren een gelukkig getrouwd man.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden