'Na gesprek met Jonathan Wilson denk ik vaak aan Bonnie Raitt'

Gijsbert Kamer sprak met Jonathan Wilson over zijn muziek, over Los Angeles en de muziekscene vroeger, in de jaren zeventig, vergeleken met die van nu.

© BRUNOPRESS. Bonnie Raitt op het New Orleans Jazz en Heritage Festival in New Orleans. Beeld
© BRUNOPRESS. Bonnie Raitt op het New Orleans Jazz en Heritage Festival in New Orleans.

Ik schrijf dit in het vliegtuig terug uit Los Angeles. Het is half negen in de avond, Pacific-Time, dus half zes in de ochtend in Nederland en ik denk aan Bonnie Raitt.

Repeteren

Dat doe ik de laatste dagen veel, eigenlijk sinds ik woensdagmiddag met Jonathan Wilson had afgesproken in North Hollywood. Ik was een paar uur eerder in LA geland, en zou hem aanvankelijk in zijn studio treffen, in de buurt van Echo Park. Maar toen ik geland was bleek het plan gewijzigd. Wilson was aan het repeteren met zijn band voor een festival in San Francisco. Of ik daar niet heen kon komen. Dat kon.

De ruimte was wat lastig te vinden. Ik moest achterom. In een soort achtertuintje zaten twee vijftigers, type hippie, te blowen. 'Jonathan Wilson?, ga maar naar binnen, volg het geluid. Dat is Jonathan. Het oogde sjofel, maar sfeervol. Ik hoorde iemand spelen op de elektrische gitaar alsmede een orgel, drums en bas. Ik duwde een deur open, en zag op een klein podiumpje Jonathan Wilson ter begroeting zijn hand opsteken om vervolgens zijn gitaarsolo af te ronden.

Heel erg jaren zeventig, die oefenruimte. Perzische tapijten op de grond, alles bruin, nog net geen druipkaarsen. De wanden waren versierd met gouden platen. Van Bonnie Raitt, Warren Zevon (een platina cassette!) en Little Feat. Lowell George de betreurde zanger van Little Feat had een speciaal plekje aan de wand met een poster die verwees naar zijn solo-plaat Thanks I'll Eat It Here en een gedenkbordje dat er ook al heel erg seventies bruin plastic uitzag met de woorden 'Hier herdenken we Lowell George (1945-1979)'.

Bewondering
Ik liep het podium op om de inmiddels met spelen gestopte Wilson een hand te geven. Ik sprak mijn bewondering uit over het stuk muziekgeschiedenis wat hier aan de muren hing. Hij wees daarop naar het plafond waar een groot doek hing, ik herkende de tomaat erop van de hoes van Little Feats live-album Waiting For Columbus. 'Dit doek hing achter de band tijdens die tour', wist Wilson.

De oefenruimte heet The Alley, aldus Wilson, als we plaats nemen voor een interview (daar was ik immers voor gekomen). En al die grote artiesten hebben de ruimte gebruikt om te repeteren. 'De Stone Temple Pilots ook. Er hangt ook iets van hun, dat heel naar glinstert als ik op het podium sta. Dan wil ik er iets tegenaan gooien. Ze verpesten het een beetje.'

We praten vervolgens over zijn muziek, over Los Angeles en de muziekscene vroeger, in de jaren zeventig, vergeleken met die van nu. Wilson erkent dat de geschiedenis van vooral Laurel Canyon, (waar we vlak bij zitten), hem aantrok toen van Frank Zappa tot Crosby Stills & Nash, Joni Mitchell en James Taylor muzikanten bij elkaar over de vloer kwamen. Hij heeft er ook even gewoond, maar anders dan in de vroege jaren zeventig zijn de stulpjes daar nu eigenlijk onbetaalbaar.

Productieklussen
Wilson die eerder dit jaar het prachtige album Gentle Spirit uitbracht, verblijft al een aantal jaren in LA en heeft meegespeeld met Elvis Costello. Hij is bevriend met Jackson Browne en wordt regelmatig gevraagd voor productieklussen, zoals onlangs nog voor Dawes, een van de volgens Wilson vele goede traditionele rock bands die de stad nu rijk is.

'Het grote verschil met vroeger is dat iedereen het echt helemaal zelf moet zien te rooien. Veel spelen dus, iets wat de scene vroeger natuurlijk ook deed, alleen hadden ze toen wel een David Geffen of een andere platenfirma die hen veel toursupport betaalde. Bovendien kwamen de royalties van plaatverkopen veel artiesten te hulp.'
Dat is nu allemaal weggevallen. Iedereen doet alles zelf omdat het niet anders kan. 'En zolang er geen familie te supporten is lukt ons het allemaal aardig.'

Veteranen als Costello en Jackson Browne zijn volgens Wilson nog heel erg begaan met juist jonger talent, en nemen ze mee op tour, of laten ze meespelen op hun plaat. 'Van beiden heb ik veel geleerd over het ambachtelijke aspect van liedjes schrijven bijvoorbeeld.'

Meesterwerk
Maar Wilson (36) onderhoudt ook veel contact met artiesten meer van zijn eigen generatie. Zo werkte Gillian Welch in zijn studio aan liedjes voor haar meesterwerk The Harrow And The Harvest. Dat laatste wist ik niet. Grappig, Welch en Wilson de twee belangrijkste redenen van mijn bezoek aan LA kennen elkaar goed, en Jonathan speelt tijdens de soundcheck altijd haar Miss Ohio.

Later op de avond misschien ook nog. Ik ben uitgenodigd te komen kijken als er nog wat vrienden langskomen. Onder wie Simon Raymonde, de baas van Bella Union die Wilson getekend heeft 'op voorspraak van Fleet Foxes to be fair.' Klinkt aantrekkelijk, maar ik ben bekaf en moet bovendien de volgende ochtend fit zijn voor Gillian Welch.

Doe haar de groeten, zegt Wilson bij het afscheid. Ik loop naar de metro (ja, ook in LA kun je met openbaar vervoer ver komen, je moet alleen geduld hebben) en denk aan Little Feat en Lowell George. Met de jaren is de band me steeds meer gaan fascineren, en ik was dus blijkbaar op een voor hun geschiedenis heel belangrijke plek.

Ondersteboven
Een plek waar ook Bonnie Raitt veel is geweest. En aan haar moest ik vervolgens denken. De gouden plaat die ik zag was van haar comeback-plaat Nick Of Time uit 1989. Ik weet nog dat ik haar optreden dat jaar in Paradiso zag en finaal ondersteboven was. Raitt was lang niet meer geweest, en met Nick Of Time probeerde ze de status die ze in de vroege jaren zeventig had weer terug te halen. Ik vond de plaat wat te gladjes geproduceerd, maar het concert grandioos. Ze speelde niet alleen prachtig bluesgitaar, maar zong daar ook nog eens onnavolgbaar soulvol bij. Het was een van haar eerste optredens weer sinds lang en ze had echt iets te bewijzen.

Was ze een jaar eerder gekomen, dan had ik het gemist. Platen als Give It Up en Homeplate had ik niet zo lang daarvoor 'ontdekt' dus het was echt genieten. Maar ik ben Raitt inmiddels toch een beetje uit het oog verloren, bedacht ik me. En dan, vrijdagmiddag lees ik de nieuwsbrief van Bob Lefsetz. En die gaat (onder meer) over Bonnie Raitt.

Over de plaat Takin' My Time (1973) die inderdaad wat minder was dan Give It Up maar waar dankzij de medewerking van Little Feat (de slide-gitaar van Lowell George) toch een paar schitterende nummers op stonden. Ik ben in LA vervolgens drie dagen met Takin' My Time opgestaan (handig dat Spotify!). Denkend aan hoe het vroeger moet zijn geweest: Lowell met Bonnie samen. En hoe het nu is met Jonathan Wilson en hoe het zal zijn met Bonnie Raitt. Ik zit nu in het vliegtuig en ik heb zin in Bonnie Raitt. Nog even geduld, over een paar uurtjes landen we.

Gijsbert Kamer is popjournalist.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden