Na Frankrijk moet rest van EU met de billen bloot

‘U kunt er zeker van zijn dat de Europese Unie u niet in de steek zal laten’, beloofde EU-buitenlandcoördinator Javier Solana de Libanezen twee weken geleden....

Bert Lanting

Aanvankelijk zag het ernaar uit dat de bijeenkomst van de EU-ministers van Buitenlandse Zaken die vandaag in Brussel extra troepen voor de Unifil-vredesmacht bijeen proberen te schrapen, een vernederend vertoon van onmacht zou worden. Maar na de toezegging van de Franse president Chirac dat zijn land bereid is om 1600 man extra naar Libanon te sturen, lijkt de eer van Europa gered.

Parijs speelde een hoofdrol bij het in elkaar timmeren van een resolutie van de Veiligheidsraad die voorlopig een einde maakte aan de gevechten tussen Israël en Hezbollah en beloofde meteen dat het de hoofdmoot van de extra vredestroepen zou leveren. Maar een paar dagen later kreeg de Franse regering koudwatervrees en liet Parijs weten dat het slechts 200 extra militairen naar het gebied langs de Libanees-Israëlische grens zou sturen in plaats van de verwachte drie à vierduizend man.

De Franse ommezwaai maakte ook de andere EU-landen kopschuw. Als Frankrijk, toch één van de weinige EU-landen met een volwaardige strijdmacht, zich al zorgen maakt over het verloop van de vredesoperatie, is het niet verwonderlijk dat ook de kleintjes zich achter het oor beginnen te krabben.

Bovendien bleek het ene na het andere land een excuus te hebben om de Libanese beker aan zich voorbij te laten gaan. Groot-Brittannië heeft de handen al meer dan vol aan Irak en Afghanistan. Ook Nederland vindt dat het al meer dan genoeg doet met de riskante ISAF-operatie in Uruzgan. Duitsland beroept zich – niet geheel ten onrechte – op de historische gevoeligheden met Israël. Ook al heeft de Israëlische premier Olmert Berlijn uitdrukkelijk gevraagd om mee te doen, Duitsland is bang dat zijn militairen ooit oog in oog zullen komen te staan met Israëlische soldaten.

Van verscheidene kanten kwamen er wel ruimhartige aanbiedingen om marineschepen naar het gebied te sturen. Die moeten de Libanese kust bewaken, zodat er via zee geen wapens kunnen worden binnengesmokkeld voor Hezbollah. Maar hoe nodig ook, dat is niet waarom de VN nu zitten te springen. Zoals een VN-diplomaat verzuchtte: ‘We don’t need boats, but boots!’ Vrij vertaald: Geen boten, maar kloten!

Dat de EU-landen huiverig zijn om soldaten naar Libanon te sturen is wel begrijpelijk. Iedereen is het erover eens dat de troepen een veel te beperkt mandaat hebben om hun taak naar behoren te vervullen. Volgens resolutie 1701 valt de operatie onder Hoofdstuk 6 van het VN-Handvest. Dat wil zeggen dat de troepen alleen geweld mogen gebruiken om zichzelf te verdedigen. Volgens Parijs is dat een recept voor een herhaling van fiasco’s zoals in Bosnië, waar de blauwhelmen niet opgewassen bleken tegen de harde werkelijkheid van het conflict. Daarbij komt dat nog onduidelijk is of de Unifil-troepen ook de bevoegdheid zullen krijgen de Hezbollah-militie te ontwapenen in de bufferzone langs de grens. Zonder die bewegingsruimte heeft de vredesoperatie weinig zin.

Volgens president Chirac heeft hij nu echter de garantie gekregen dat de Unifil-troepen ‘effectief’ hun werk kunnen doen. Ook heeft hij gedaan gekregen dat Frankrijk en eventuele andere hoofdrolspelers een stevige vinger in de pap krijgen bij het uitzetten van het beleid op het VN-hoofdkwartier in New York.

Daarmee zijn nog lang niet alle problemen uit de weg geruimd. Eén van de grootste obstakels is dat Syrië niet accepteert dat Unifil-troepen langs de Libanees-Syrische grens worden gelegerd om te voorkomen dat Damascus Hezbollah van wapens kan voorzien. Syrië is bang dat het de greep op het buurland zal verliezen, terwijl Israël er juist op staat dat Unifil ervoor zorgt dat de bevoorradingsroute vanuit Syrië wordt afgesloten.

Kennelijk is de Franse regering echter tot de conclusie gekomen dat de risico’s van de militaire operatie in het niet vallen bij de gevaren van een nieuwe oorlog als Europa het laat afweten. Dat zou bovendien de doodsteek zijn voor de ambities van de EU een prominentere rol op het wereldtoneel te spelen, iets waar vooral Frankrijk zich juist sterk maakt.

Hoeveel troepen de EU-landen vandaag ter beschikking zullen stellen, moet nog blijken. Maar zeker is: ze kunnen zich nu niet meer achter de rokken van Frankrijk verbergen. Ze zullen eraan moeten geloven: Geen boten, maar kloten!

Bert Lanting

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden